Dat het een ‘goede week’ mag zijn.

Palmzondag 2017

Vandaag gaan we de goede week in. Dat is de week waarin Jezus het hele leven in geconcentreerde vorm doorloopt. Soms wordt er gezegd als je in levensgevaar bent, dat dan je hele leven in een flits aan je voorbijtrekt. Zo trekt ook in de goede week het hele leven aan ons voorbij.

Vandaag met zijn intocht in Jeruzalem is Jezus op het hoogtepunt van zijn leven. Zijn goedheid, de genezingen, dat hij vastgeroeste patronen doorbreekt, dat hij mensen bevrijdt, dat hij overal waar hij komt nieuw leven mogelijk maakt, dat hij kort gezegd God zelf lijkt te zijn — dat alles laat de mensen samendrommen. Ze leggen hun kleren als een rode loper voor hem neer en met hun palmtakken wuiven ze hem ‘hosanna’ toe.

Maar hij is Jeruzalem nog niet binnengetrokken of hij belandt op zijn absolute dieptepunt. In de steek gelaten, verraden, door god en mensen verlaten, gefolterd, geslagen — dood. De mensen die net nog ‘hosanna’ riepen, schreeuwen nu net zo hard: ‘kruisig hem!’

Dus alles wat een mens aan hoogte- en dieptepunten kan meemaken geconcentreerd in één week. We noemen het de ‘goede week’, niet vanwege de dieptepunten, maar omdat die week uiteindelijk eindigt met de verrijzenis. Om het maar kort door de bocht te zeggen: ook als je nog zo diep aan de grond zit, dan nog zit daarin het begin van nieuw leven.
De goede week is daarmee ook het concentraat van ons eigen leven. Want wat Jezus ondervindt, dat kennen wij ook. In deze week trekt ook ons eigen leven aan ons voorbij. En als straks de kinderen binnen komen dan brengen ze hun palmpaasstokken mee. Daarin komen net zo geconcentreerd de gebeurtenissen rondom Jezus en ons eigen leven bij elkaar:

Het begint al met het kruis. Dat is natuurlijk het kruis van Jezus, maar dat is ook het kruis wat jezelf moet dragen. Aan een slinger hangen 30 rozijnen of 30 snoepjes. Die staan voor de 30 zilverstukken die Judas kreeg om hem te verraden. Die staan ook voor de keren dat jijzelf anderen tekort gedaan hebt, voor de dingen waar je spijt van hebt, waar je de fout ingegaan bent. Maar door de verrijzenis hopen we dat die bittere kanten van ons leven toch mogen veranderen in zoete snoepjes.

Er hangen ook eieren aan de palmpaasstok. Dat is het nieuwe leven wat je telkens weer mee mag maken. Als je bijvoorbeeld weer beter wordt, of als je met je ziekte leert te leven. Als je na een conflict elkaar weer de hand kunt reiken. Als het lukt om vastgeroeste verhoudingen weer open te breken. Als je los kunt komen van wat je altijd maar weer belemmert. Maar ook als zomaar het geluk je leven binnen komt. En uiteindelijk staan de eieren ook voor onze hoop dat zelfs de dood naar nieuw leven leidt.

Boven op de palmpaasstok zit het broodhaantje. Het brood waarin Jezus zich aan ons uitdeelt. Waarmee hij ons kracht geeft om vol te houden. Maar het is ook de haan die kraaide toen Petrus hem driemaal verloochend had. Hij staat voor onze goede wil. Petrus beloofde plechtig dat hij zelfs met Jezus wilde sterven als dat nodig was. En daarmee staat hij ook voor onze zwakheid, dat we toch niet zo moedig zijn als we dat graag zouden willen. Maar de haan verkondigt ook het eerste licht van de nieuwe dag. Er is altijd toekomst, er is altijd weer licht.

Uit verraad, uit de dood, uit alle ellende die ons kan overkomen, en uit al die verschrikkelijke dingen die Jezus moet ondergaan, komt uiteindelijk nieuw leven voort. Uit het kruis ontspruit een nieuwe tak. Boven op de palmpaasstok en thuis op het kruis steken we een palmtakje. Nieuw, fris groen. Nieuw leven, verrijzenis telkens weer hier en nu, en verrijzenis hopelijk ook aan ons einde.

Jouw leven in een palmpaasstok, jouw hele leven in één week. Dat het een ‘goede week’ mag zijn. Een week waarin opnieuw een groen takje mag groeien. Nieuw leven.

Ekkehard Muth, 10 april 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie