Blinde vlekken

Johannes 14, 1-12 Bezield Verband

Het jaarthema van de DoRe waar we vandaag te gast mogen zijn is ‘Blinde Vlekken’. En als je Johannes leest dan heb ik de indruk dat hij flink bezig is om onze blinde vlek minder blind te maken; namelijk onze blinde vlek wat betreft de mystiek. ‘Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’, ‘Ik ben in de Vader en de Vader is in mij.’

Voor mensen die in het aardse en stoffelijke moeten leven is dit al een hele doordenker. Wat Jezus betreft willen we dat nog wel aannemen. Maar Johannes draaft meteen door: ‘De Vader doet zijn werk door mij’ en nu komt het: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik’. Dus de Vader werkt ook door ons.

Voor dat je er erg in hebt neemt Johannes je mee weg uit onze stoffelijke werkelijkheid, hup naar de mystieke werkelijkheid. Hij maakt niet eens onderscheid tussen het aardse en het hemelse. En die blinde vlek van de leerlingen: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen wij niet’ vindt hij alleen maar gezeur. ‘Nu ben ik al zolang bij jullie, als jullie mij kennen … dan zullen jullie ook mijn Vader kennen … Waarom vraag je nog om de Vader te mogen zien?’ — Als een oogchirurg probeert Johannes die blinde vlek weg te opereren.

Afgelopen dinsdag kon je in de Boskapel zo’n operatie ondergaan. We hadden een lezing van Sanny Bruijns over Maria. Nog zo’n blinde vlek in onze christelijke traditie. Want Maria is net als Johannes ook zo’n grensganger tussen menselijke realiteit en goddelijke werkelijkheid. Maagd en toch moeder, eenvoudig mens en toch zwanger van God. — Het was dan ook aandoenlijk om naar de pogingen te kijken die al dat overstijgende toch weer binnen het aardse gerijmd wilden krijgen. Bijvoorbeeld: om de maagdelijkheid van Maria niet nog meer aan te tasten, moesten naar middeleeuwse voorstellingen de broers van Jezus maar beter tot neefjes worden. Of, nog verder gezocht, ze werden tot kinderen uit eerdere huwelijken van Jozef. Allemaal pogingen om die blinde vlek te omzeilen, allemaal pogingen om niet naar een realiteit te hoeven kijken waar ook het ondenkbare denkbaar is. — Het was een feest om door Sanny Bruijns een avond lang meegenomen te worden naar gebieden die je normale denkkader overstijgen. Voorbij de blinde vlek, eindelijk ruimte!

Het jaarthema is dus goed gekozen, en zeker ook als we naar onze samenleving kijken. Eigenlijk zou je er dan niet alleen een jaarthema van willen maken, maar meteen een vijfjarenplan en misschien zelfs nog veel meer. Want hoe zou onze samenleving er toch uitzien als we er met z’n allen meer oog hadden voor wat ons overstijgt. Morgenavond vindt in het Huis van Compassie een podiumgesprek plaats met burgemeester Bruls over angst en polarisatie. Als we meer in staat zouden zijn om verder te kijken dan onze eigen bubbel; als we zouden kunnen zien dat de Vader in mij aan het werk is, dat ik daardoor al per definitie uit mijn bubbel en uit mijn comfortzone gehaald word; en als we over en weer zouden kunnen erkennen dat de Vader, Allah, of hoe je hem ook aanspreekt, juist ook in de ander aan het werk is. — Als die blinde vlek wat minder blind zou zijn, als we ook konden zien wat de regelgeving en de economische groeicijfers te boven gaat, zouden we elkaar dan niet beter kunnen vinden? Het zou onze samenleving goed doen als we meer oog hadden voor het mystieke deel van ons bestaan.

Maar goed, we merken ook in eigen kring hoe moeilijk het is om voorbij die blinde vlek te kijken. Samen als DoRe, Effata, OCP en Boskapel zijn we bezig om onze vormingsprogramma’s in elkaar te schuiven. En zelfs bij zoiets eenvoudigs als dit kom je je eigen blinde vlekken tegen. ‘Wij doen het altijd zo’, en dan wordt het moeilijk om echt te zien hoe de anderen het doen. Of ‘die blinde vlek van ons, dat is wel zo, maar wij hebben even de menskracht niet om er iets aan te doen’. Of ‘waarom hebben de anderen toch zoveel blinde vlekken’, en ondertussen staar je jezelf blind. — Het is dan hard werken, en dat doen we ook, om uit onze eigen kamers te komen. ‘In het huis van mijn vader zijn vele kamers’, dat we niet in onze eigen kamers blijven hangen, maar dat we de deuren wijd open doen. En misschien moeten we ook eens wat wanden doorbreken.

Voor ons is het een blinde vlek, maar voor Johannes is het allemaal vanzelfsprekend: ‘Jullie kennen de weg’, ‘Waarom vraag je dan?’ — Het wordt dus tijd dat we die blinde vlek voor wat onze stoffelijke realiteit te boven gaat wegwerken. Dat we naast het aardse ook naar ons mystieke bestaan kijken. Dat we net als Johannes durven te kijken naar wat het zichtbare overstijgt. Daar heb je vooral vertrouwen voor nodig. Vertrouwen dat je kunt ‘zijn wat niet kan’, zoals we aan het begin zongen, en dat je kunt ‘doen wat ondenkbaar is’. Vertrouwen dat zo’n stukje brood dat we met elkaar delen een hele nieuwe wereld in zich draagt. Vertrouwen dat je zoveel meer bent dan alleen je lichaam en je geest.‘Wie op mij vertrouwt’, zegt Jezus, ‘zal hetzelfde doen als ik’, vertrouwen dus dat de Vader in jou en in alle mensen aan het werk is. Achter je blinde vlek gaat een hele wereld open, vertrouw er maar op.

Ekkehard Muth, 14 mei 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *