Wegbereiders en kwartiermakers

Foto: Nathanielgroenen – Eigen werk

Marcus 1, 1-8 2017

Sinterklaas is het land weer uit. De cadeaus zijn uitgepakt, misschien lees je af en toe nog even de gedichtjes na. Gedichtjes, waarin je misschien een beetje moraliserend toegesproken wordt, maar die vooral getuigen van zoveel liefde en genegenheid. De goedheiligman roept in ons oerbeelden wakker van de oude wijze man, een vader, een opa die door en door goed is, die rechtvaardig is, en die vooral ook genadig is. Ook al heb je nog zoveel uitgevreten, je hoeft toch niet mee naar Spanje, en je krijgt nog cadeautjes ook. Van Sinterklaas gaat zoveel goedheid uit dat in zijn nabijheid zelfs zwarte figuren veranderen in de goedheid zelve. De donkere kant van onze ziel wordt goed en vriendelijk, en net zo vrolijk, speels en dartel als Zwarte Piet.

Sinterklaas is het feest van de goedheid zelve. Maar ik herinner me ook dat ik op een heerlijk avondje ontdekte dat Sinterklaas, bij ons heet die Nikolaus, dat hij dezelfde auto had als onze buurman. En het dikke boek waarin alles over mij opgeschreven stond leek toch sprekend op ons woordenboek Duits-Frans wat bij ons het hele jaar door op de boekenplank stond. En ja, het duurde niet lang voor dat ik door had: Sinterklaas heeft niet alleen dezelfde auto als de buurman, maar Sinterklaas ís de buurman.

Op dat moment maken we met z’n allen een grote fout. Op het moment dat we ontdekken dat onze magische waarheid niet overeen komt met de waarheid in de stoffelijke wereld, kiezen we voor de stoffelijke realiteit en laten we de magische waarheid varen. Op het moment dat we merken dat de oerbeelden uit onze ziel niet stroken met de tastbare werkelijkheid geven we de oerbeelden op.

Marcus doet dat gelukkig niet. Integendeel, hij bouwt zijn hele evangelie op de fundamenten van onze oerbeelden. ‘Het staat geschreven bij de profeet’, zo begin hij, en profeten vertellen altijd over de werkelijkheid van onze oerbeelden. Carl Gustav Jung, de psychoanalyticus, heeft in het begin van de afgelopen eeuw deze oerbeelden uit onze ziel onderzocht. En voor hem stond vast dat deze oerbeelden een transcendente oorsprong hebben. Ze vertellen ons van de goddelijke werkelijkheid.

‘Het staat geschreven bij de profeet’, zegt Marcus, ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. Luid klinkt een stem in de woestijn: Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.’ Marcus begint bij het oerbeeld, hij begint bij ons verlangen: Dat er richting komt in de verwarrende wegen van ons leven. Dat er in de woestijn van stemmen die allemaal iets anders roepen er één stem duidelijk bovenuit klinkt. Dat er een weg gebaand wordt waar we anders alleen maar tegen obstakels aan lopen. En dat een bode ons klip en klaar de nieuwe werkelijkheid verkondigt, dat hij zo duidelijk de oerbeelden in onze ziel weer wakker roept dat we wellicht zelf tot bode worden.

Dat we wegbereiders en kwartiermakers worden, dat we valleien verhogen en bergen verlagen, dat recht wordt wat krom is, dat tussen zand en rotsen een weg gebaand wordt, zodat de nieuwe werkelijkheid ongehinderd binnen kan komen.
En naast die nieuwe werkelijkheid oogt onze stoffelijke werkelijkheid zo flets en zuinig als Johannes de Doper. De stoffelijke werkelijkheid steekt als een ‘ruwe mantel van kameelhaar’ af bij de meest prachtige kleren. En tegenover de rijkgevulde tafel van de nieuwe werkelijkheid bestaat het menu van de tastbare werkelijkheid uit sprinkhanen en wilde honing. Johannes de Doper verkondigt: ‘na mij komt iemand die meer vermag dan ik, ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken.’

En op dat moment, in de eerstvolgende zin na onze lezing van vandaag, zegt Marcus: ‘In die tijd kwam Jezus van Nazareth.’ — Marcus vertelt dus geen kerstverhaal over de geboorte van Jezus, nee Jezus is al lang geboren in de oerbeelden van onze ziel. Hij leeft al lang in ons verlangen. De profeet, wij hebben het bij Jesaja gelezen, heeft hem al lang aan het licht gebracht. Roep het van de daken, zoals Sinterklaas via de daken de goedheid bij ons binnen brengt, ‘beklim een hoge berg, verhef je stem, vrees niet, ‘zie hier jullie God!’ zie hier de nieuwe werkelijkheid: ‘Als een herder weidt hij zijn kudde. Zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.’

Zeggen we nu als een puber: dat klopt helemaal niet. Ik geloof niet meer in Sinterklaas en ik geloof al helemaal niet meer in de vergezichten en verlangens van een nieuwe werkelijkheid. Zeggen we nu: de realiteit ziet er zo anders uit, laten we die dromen en oerbeelden in onze ziel maar gauw vergeten. Of steken we toch een kaarsje aan, en vandaag alweer het tweede kaarsje. Houden we eraan vast dat het goed komt met onszelf en met onze wereld.
Mogen we wegbereiders zijn en kwartiermakers, mogen we de weg gaan van het licht.

Ekkehard Muth, 10 december 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie