Zet ramen en deuren open

Door Jeffrey Bruno, New York City

Matteüs 24, 37-44 (Jesaja 2, 1-5) 1e advent

Anderhalve week geleden was ik bij de Nederlandse Dag in de Sint Pieter in Rome. Ik was trouwens niet de enige Boskapeller, want toen ik opstond om ter communie te gaan ontdekte ik in de rij achter me nog twee Boskapellers. Zo klein kan de wereld dus zijn, wat een verrassing. En ergens onder de 2.000 andere Nederlanders bleek ook nog Joost Koopmans te zitten. De Boskapel was dus ruim vertegenwoordigd in Rome.

Over de viering valt niet veel te vertellen, misschien heeft u het op tv gezien. Maar na de viering kwam Paus Franciscus binnensluipen. Gewoon door een zijdeurtje, alsof hij niet verder wilde storen. En toch was het alsof met dat zijdeurtje een veel grotere deur openging. Zijn toespraak over het Jaar van Barmhartigheid ging veel verder dan de overweging van onze eigen kardinaal, het werd veel breder, opeens kwam er ruimte.

Daarna schudde de paus de handen van alle bisschoppen en van iedereen die zich een beetje in zijn buurt wist te manoeuvreren. En net zo pretentieloos als hij binnen was gekomen vertrok hij weer door het zijdeurtje. — Maar het opvallendste, althans voor mij, gebeurde toen we weer buiten stonden op het Sint Pietersplein. Die openheid, de verwachting en de ruimte die Franciscus gebracht had, die leek onmiddellijk door te werken. Plotseling kruiste Mgr. de Korte ons pad. In het vliegtuig droeg hij nog mantel en pak, maar nu liep hij in soutane. Vrolijk liep hij, nee, eigenlijk danste hij over het Sint Pietersplein, en euforisch begroette hij iedereen, schudde handen en klopte op schouders.

Waarom vind ik dat zo opvallend? Omdat we dat in Nijmegen en in Nederland ooit ook kenden: soutanes op straat, pijen en religieuze uitingen gewoon op straat tussen het wereldlijke leven in. Maar ondertussen is in ons land religie uit het straatbeeld verdwenen. Geloven, dat doe je maar thuis of in je kerk. — Begrijp me goed, ik wil niet terug naar de jaren 50 waar de kerk het leven verlamde, maar met dat we religie uit het openbare leven hebben verbannen, is ook de verdiepende dimensie uit de samenleving verdwenen.

Om het maar met onze lezing te zeggen: we zijn alleen maar bezig ‘met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken.’ Ik denk dat Jezus hiermee wil zeggen: we zijn alleen maar bezig met de dingen van deze wereld, met feestjes vieren en onszelf verwennen, en niet met de overstijgende dimensie van ons leven. We zijn niet bezig met de liefde, maar met hoe er door gearrangeerde huwelijken rijkdom en macht verdeeld kunnen worden. — Onze samenleving is ééndimensionaal geworden, het overstijgende en dat je zoveel meer bent dan alleen klant of kostenpost, dat vier je maar thuis of in je eigen kerk, maar niet buiten op straat.

Op het Sint Pietersplein na de ontmoeting met de paus leek het even alsof het overstijgende toch weer terug mocht komen, toch weer ruimte mocht krijgen op straat. Dat het eindelijk ook weer in het gewone dagelijkse leven een plek mocht krijgen. Nogmaals, ik wil niet terug naar de jaren 50, maar ik denk dat we in een beter land zouden leven als we het ook buiten de kerk en buiten de woonkamer weer zouden hebben over de echte vragen.

Dat we bijvoorbeeld niet alleen praten over of je geholpen kunt worden als je vindt dat je leven voltooid is, maar dat we een spade dieper graven en ervoor zorgen dat je leven ook dan nog zinvol is als je contacten wegvallen en als je economisch niet meer van nut bent. Dat we ermee ophouden om de zin van ons bestaan te versmallen tot het hebben van werk en koopkracht, en dat we ons vervolgens angstvallig blindstaren op de zogenaamde vergeten ontevreden blanke man, die dat allemaal niet heeft en daarom met Trump en Wilders wegloopt.

Dat het niet alleen gaat om ‘zwaarden en speren’ zoals Jesaja schrijft, dus om machtsvertoon en politieke belangen, maar dat het ook weer gaat om ‘ploegijzers’ waarmee we letterlijk de diepte van ons bestaan doorgronden. En dat we het weer hebben over ‘snoeimessen’ waarmee we de uiterlijke schijn open knippen zodat weer kan groeien waar het eigenlijk om gaat.

Maar wat op het Sint Pietersplein te zien was, dat zit ook hier in de lucht. Natuurlijk laten we ons nog steeds door het schreeuwerige lichtgeweld van de kerstversieringen de deuren van de winkels in trekken. Maar we steken hier ook het eerste kaarsje op onze adventskrans aan. En in dat ene lichtje bespeuren we al de kracht van het licht dat, net als bij de herders op het veld, zich over ons uitstort, omdat de deuren van de hemel opengaan.

‘Wees waakzaam’ zegt Jezus in ons evangelie, en helaas gebruikt hij daarbij een beetje ongelukkig het beeld van de dief in de nacht, waardoor je misschien zou kunnen denken dat dat betekent om de deuren gesloten te houden. Maar het gaat veelmeer om waakzaam te zijn met ópen deuren. Net als paus Franciscus in zijn toespraak de deuren opengooide. Zet ramen en deuren wijd open zodat je het meekrijgt als ‘de Mensenzoon komt’. Zet ramen en deuren open zodat je niet in je eigen ééndimensionale leventje blijft ronddraaien, maar dat er ruimte komt voor wat je overstijgt. Wees waakzaam met open deuren en zie waar het buiten de kerk eindelijk weer gaat om wat ons ten diepste draagt; misschien op heel onwennige en nieuwe manieren.

Misschien moet je goed kijken, want het sluipt een beetje ongemerkt binnen, net als de paus in de Sint Pieter. Maar zetten we ramen en deuren wijd open zodat we kunnen zien dat her en der het eerste lichtje al brandt.

Ekkehard Muth, 27 november 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie