Wanneer verrijs jij?

Dan zal ik leven (Paaswake 26-03-2016)

De vroegte van de eerste dag’, zongen we net, ‘twee vrouwen’, ‘de grafsteen weggerold’, ‘Wat zoekt gij hem te midden van de doden? Hij is niet hier, de levende, hij leeft.’ – Wanneer ben jij voor het laatst verrezen?

Misschien zitten we te vaak alleen maar in deze wereld, in een wereld die bepaald wordt door de realiteit, in de wereld van het stoffelijke, het tastbare en zichtbare, van wat we kunnen weten en meten. In een wereld ook waar terroristen zelfs God willen reduceren tot een bij elkaar gebombardeerd kalifaat.

Vanavond zitten we hier omdat we naar een leven verlangen wat dit alles overstijgt. We willen een leven dat verder reikt dan het stoffelijke, een leven dat ruimer is dan wat je kunt meten. En in deze nacht vieren we dit andere leven. Of laat ik beter zeggen, vannacht vieren we dat ons leven ruimer is dan de realiteit, vannacht vieren we de verrijzenis.

En dan bedoel ik verrijzenis niet om dit leven hier te relativeren, in de zin van: het is hier allemaal niet zo belangrijk, want straks verrijs je toch. Dat zou, zeker na deze week een wel heel erg goedkope redenering zijn. Nee, met verrijzenis bedoel ik juist de uitbreiding van dit leven hier naar het overstijgende. – De terroristen proberen de verrijzenis juist te verkleinen. Ze reduceren de verrijzenis tot wat zeer in het hier en nu met bommen en sjaria-wetgeving van kunnen maken. Maar vannacht vieren we dat ons leven zich door de verrijzenis juist uitstrekt. We vieren dat de verrijzenis ons leven juist groter maakt.

Wanneer ben je voor het laatst verrezen? We verrijzen gelukkig vaker dan we misschien denken. Bijvoorbeeld als er liefde in het spel komt. Liefde maakt blind, zeggen we soms, en dan bedoelen we dat als je verliefd bent, dat je dan de realiteit niet meer ziet. En dat klopt, je kijkt namelijk juist verder dan de realiteit. Dan heeft je partner een vreselijke ochtendhumeur en toch houd je van haar, dan kan je je zo ergeren aan zijn onhebbelijkheden, en toch houd je van hem. Dan kunnen je kinderen het nog zo bont maken, maar het volgende ogenblik smelt je weer. Dan wordt het leven nog zo zwaar omdat één van jullie ziek is, of jullie allebei, maar de liefde draagt jullie daar doorheen. – In het tastbare en zichtbare leven, als je alleen naar de realiteit zou kijken dan vraag je je af: hoe kan je toch zo leven? Maar in de liefde kijk je verder, en dan zie je: je leven is meer dan dat ochtendhumeur, het is meer dan die onhebbelijkheden, je leven is ruimer dan die streken van je kinderen, het is groter dan je ziekte. Het heeft meer dimensies dan het hier en nu.

Zo kijken we vannacht verder. We kijken verder dan of die steen voor het graf wel weggerold is of niet. We kijken verder dan of de doeken waarin het lichaam gehuld was zus of zo opgevouwen zijn. We kijken verder dan de mannen die het allemaal kletspraat vinden als Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome vertellen dat Jezus verrezen is. Dan mag dat in deze wereld misschien niet kunnen, maar vannacht kijken we met de vrouwen verder dan dat. We kijken naar een leven dat zich verder uitstrekt dan deze realiteit.

Wanneer heb jij je zo uitgestrekt? Wanneer ben je voor het laatst verrezen? – Misschien blijft het een beetje een rare vraag want gaat verrijzenis niet toch over het leven ná de dood, over het eeuwige leven? Immers de kerk leert dat we na onze dood zullen verrijzen, net zoals Jezus verrezen is. Persoonlijk geloof ik daar ook in, en ik hoop dat het nog mooier is dan we het hier in onze viering kunnen verbeelden. Maar ik denk dat we het leven in het hier en nu, en ook het eeuwige leven, tekort doen als we over de verrijzenis alleen maar denken in termen van ‘nu en dan’: ‘nu’ het stoffelijke leven in het heden en ‘dan’ het eeuwige leven in de eeuwigheid. Het eeuwige leven is niet bedoeld om pas in te gaan zodra het leven in het hier en nu afgelopen is. Het eeuwige leven is juist bedoeld om ons leven hier en nu uit te breiden en aan te vullen. Het eeuwige leven is bedoeld om ons leven in het hier en nu compleet te maken.

Dan graven vijanden zich niet meer in maar praten ze over verzoening. Dan verdwijnen de dictators en staan de onderdrukten op. Dan vallen de kalifaten en verrijst onze wereld steeds meer tot een wereld in Gods zin. Dan zijn vluchtelingen niet meer wisselgeld in politieke onderhandelingen maar verrijzen ze tot beeld en gelijkenis van God.

Wanneer ben je voor het laatst verrezen? Je verrijst niet pas aan het einde van je leven, maar je verrijst elke dag wel een beetje. Als je smelt omdat je kinderen of kleinkinderen weer zo vertederend uit de hoek komen, dan verrijs je al een beetje. Als je elkaar bijstaat, dan verrijs je. Als je de kracht vindt, je weet niet waar vandaan, om toch vol te houden, dan is dat een stukje van je verrijzenis. Als je moedige stappen durft te zetten om elkaars geluk te zoeken, dan komt de verrijzenis midden in het hier en nu. Als het je gegeven is om te blijven liefhebben, dan verrijs je, en je verrijst al helemaal als je liefde mag ontvangen.

Wanneer verrijs jij? ‘De vroegte van de eerste dag’, deze nacht, en elke dag weer.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie