Vertrouwen

Lucas 9, 57-62

Hoe is het met je vertrouwen? Is het rotsvast? Is het misschien gebutst of zelfs flink beschadigd? Misschien heb je het veilig opgesloten om het te beschermen, maar ben je het daarmee ook een beetje kwijt? Misschien moet het van heel ver komen?

Dat je vertrouwen beschaamd wordt is waarschijnlijk het ergste wat je kan overkomen. Dat je bijvoorbeeld je baas vertrouwt, maar bij de eerste de beste reorganisatie word je dan toch de laan uitgestuurd. Dat je je vrienden vertrouwt, maar opeens blijkt toch dat wat je in vertrouwen gedeeld hebt, op straat te liggen. Dat je je echtgenoot vertrouwt, maar opeens kom je erachter dat hij of zij ermee aan de haal is gegaan. — Dan stort een wereld voor je in, je wordt er zelfs een ander mens van, voorzichtiger, geslotener, harder misschien.

En als je naar jezelf kijkt, naar de dingen waar je spijt van hebt, misschien heb je nog het meeste spijt van de situaties waar je zelf vertrouwen beschaamd hebt. Dat maakt je ook tot een ander mens, het kan je beschadigen en het kan je breken.

Zonder vertrouwen wordt je leven een hel, maar met vertrouwen wordt je leven de hemel. Daarom gaat het in onze lezingen vandaag om vertrouwen. En omdat vertrouwen zo beslissend is maakt onze evangelielezing daar wel heel duidelijke uitspraken over. Die uitspraken zijn zo duidelijk dat zij zelfs als zelfstandige gezegdes ons collectief geheugen binnen zijn gedrongen:

De eerste: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ — Afgelopen dinsdag was ik bij het kennismakingsbezoek van bisschop Gerard de Korte aan het dekenaat Nijmegen. Het was een goede bijeenkomst, en de Boskapel kwam daarbij goed in beeld: weliswaar buiten het instituut van de rooms katholieke kerk, maar toch als serieuze vrijzinnige poot binnen katholiek Nijmegen. — Verder ging het gesprek natuurlijk niet alleen over de Boskapel maar over de situatie van de kerk in het geheel, over de krimp en over het ‘verdampen’ van de kerk. En er bleek dat ook een bisschop geen antwoorden daarop heeft. ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten’, maar hoe het verder moet gaan met kerk en geloof, hoe het verder moet gaan met de verdwijnende waarden in onze samenleving? Het kussen om je ‘hoofd te ruste te leggen’ is niet in zicht.

Jezus zegt dit als antwoord tegen iemand die tegen hem zei: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat’. — Op het eerste gezicht denk je: wat een vertrouwen, diegene geeft zich helemaal over aan Jezus. Moeten we dat niet allemaal hebben, zoveel vertrouwen? Ja, dat moet je hebben, maar blijf niet staren op dat vertrouwen, er is geen garantie, het is geen kussen om op te rusten. Het zou zomaar kunnen zijn dat er werk aan de winkel is, en dan moet je vertrouwen nog veel en veel sterker zijn dan je nu denkt.

De tweede uitspraak: ‘Laat de doden hun doden begraven.’ We gebruiken die uitdrukking vaak in overdrachtelijke zin, en Jezus kennende zal hij natuurlijk toestaan dat je eerst je vader begraaft. Maar het gaat om je vertrouwen in de toekomst. Blijf niet staren op wat vroeger was, blijf niet hangen in het verleden. Blijf niet hangen in zo-was-het-toch-goed, blijf niet hangen in oude successen, wat je allemaal gedaan hebt, maar blijf ook niet hangen in wat je aangedaan werd. Heb vertrouwen, ook al is er nog geen beschermend hol te zien, laat staan een warm nest.
En de derde uitspraak is misschien de bekendste: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’ Jezus zegt dit tegen degene die bij wijze van spreken eerst nog een soort verzekering wil afsluiten. Voordat hij Jezus volgt wil hij eerst thuis afscheid nemen en de boel in goede orde achterlaten. Een soort verzekering voor het geval dat zijn tocht met Jezus misgaat, dan kan hij terugkeren in een warm nest.

Elisa mag in onze eerste lezing wel afscheid nemen, maar dat is een heel ander afscheid. Hij slacht de ossen en braadt ze op het hout van hun juk en geeft het vlees aan zijn knechten te eten. Op die manier zullen ook de thuisblijvers helemaal iets nieuws moeten beginnen, ze kunnen in ieder geval niet zomaar op de oude manier verder ploegen.

Hoe is het met je vertrouwen? Is het rotsvast? Is het misschien gebutst of zelfs flink beschadigd? Misschien heb je het veilig opgesloten om het te beschermen, maar ben je het daarmee ook een beetje kwijt? Misschien moet het van heel ver komen?

Als je vertrouwen beschaamd wordt dan ben je nergens, dan ben je als de doden die hun doden begraven, dan ben je alleen maar aan het achterom kijken. Daarom vandaag drie hele duidelijke uitspraken over vertrouwen. Want zoveel pijn als het doet als je vertrouwen beschaamd wordt, zoveel geluk en leven komt daaruit voort als het vertrouwen er weer is. Met vertrouwen wordt je leven tot koninkrijk van God.

Dus is je vertrouwen rotsvast? Wees blij, je zult er nog heel veel van nodig hebben. Is het gebutst of zelfs ernstig beschadigd? Blijf daar niet in hangen, laat de doden hun doden begraven, en gooi het dan toch maar in de strijd om te leven. Heb je het veilig opgesloten om het te beschermen, en ben je het daarmee ook een beetje kwijt? Er is geen verzekering. Haal het dan toch maar weer tevoorschijn, ook al moet het van heel ver komen.
‘Blijf niet staren.’ Er is geen garantie, er is geen bescherming en er is ook geen verzekering. Maar wel de belofte: ‘Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen’, laten we daarop vertrouwen.

Ekkehard Muth, 26 juni 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie