Verslag podiumgesprek in de moskee over Gastvrijheid

Door: Jan Revenberg

Op dinsdag 16 februari 2016 organiseerde het samenwerkingsverband van Het Huis van Compassie, de Raad voor Levensbeschouwing en Religie Nijmegen, Vincent de Paul Center, het Augustijns Centrum de Boskapel en dit keer ook i.s.m. de Al Moslimin Moskee in de moskee Al Moslimin een podiumgesprek over Gastvrijheid. Over de idealen, dromen en integratie van vluchtelingen in Nijmegen.

Op het podium (hoewel het ditmaal geen echt podium was; de gasten moesten staan om wat meer zichtbaar te zijn) namen plaats: Houssam Alcharif, Qader Shafiq en Daad Kajo.

Houssam Alcharif werkte als psycholoog in Damascus. Hij stond getraumatiseerde vluchtelingen uit Irak bij. Houssam is inmiddels 5 maanden in Nederland. In die tijd heeft hij van AZC naar AZC gezworven. Hij heeft o.a. in Heumensoord verbleven.

Qader Shafiq komt uit Afghanistan, maar verblijft inmiddels al 22 jaar in Nederland.
Daad Kajo is een Nederlands-Syrisch schrijfster. Daad wordt regelmatig uitgenodigd door de media om over de burgeroorlog in Syrië te spreken.

Onder leiding van Paul Oosterhoff gingen zij met elkaar en met de zaal in gesprek over hun ervaringen in Nederland en over hun (toekomst)dromen.

De eerste vraag die Paul hen voorlegde was, hoe zij Nederland en de Nederlanders bij hun komst in ons land hebben ervaren.

Houssam Alcharif ervaart ons land als een land waar iedereen gelijk is. Dat is voor hem als psycholoog ook zeer belangrijk. Hij heeft, hoewel het niet altijd gemakkelijk was, veel hulp gekregen van zeer verschillende mensen.
Houssam meent dat iedere vluchteling die naar Nederland komt een bepaalde bagage bij zich heeft, die hij hier wil inzetten. Nederland zou hen de kans moeten bieden om dat ook daadwerkelijk te doen.

Qader Shafiq ervoer destijds dat hij in Nederland welkom was. Maar merkt daar direct bij op dat er een groot verschil is tussen de vluchtelingstromen van ruim 20 jaar geleden en de vluchtelingen die nu naar ons land komen. Destijds stonden er kleine berichten in de media over de vluchtelingen uit Afghanistan. Nu staan de media bol van de verhalen over de vluchtelingen uit Syrië. Toen ging het economisch goed met Nederland. Nu gaat het economisch veel minder. Toen waren vluchtelingen onvoorwaardelijk welkom Nu is dat zeer selectief. De politiek reageert thans ook heel anders dan destijds. Er zijn nu politieke groeperingen die negatief staan t.o.v. vluchtelingen, wat versterkt wordt door sociale media.

Qader merkt daarnaast op dat ook in zijn tijd het belang van het leren van de Nederlandse taal centraal stond. Maar hoe je Nederlands leerde diende je zelf uit te vinden. Zonder een netwerk lukte dat niet of nauwelijks. Ook nu heeft eenieder de mond vol van inburgering maar vluchtelingen moeten nog steeds zelf uitvinden hoe ze Nederlands leren en in ons land ‘inburgeren’, sterker nog ze worden eerder tegengewerkt dan dat er met hen meegedacht wordt.

Daad Kajo heeft Nederland destijds als een zeer gastvrij land ervaren. Ook zij wijst op de veranderde situatie. Zij stelt vast dat het voor vluchtelingen in Nederland de laatste 5 jaar steeds moeilijker is geworden. Daad voelde zich vanaf het eerste moment dat ze in Nederland kwam vrij. Nog steeds geniet zij van haar vrijheid. Natuurlijk spreekt ze mensen die vijandig staan t.o.v. vluchtelingen, maar daar gaat ze zoveel mogelijk aan voorbij. Ze zoekt hen niet op; ze gaat hen uit de weg.

Daad meent evenals Qader dat vluchtelingen het vooral zelf moeten uitzoeken. Ze krijgen niet zo veel steun van de Nederlandse samenleving. Dat zelf uitzoeken is altijd een individuele zoektocht naar een plaats in de Nederlandse samenleving. Het leren van de taal is bepalend of je daar wel of niet in slaagt .

Paul vraagt zijn gasten naar hun dromen. Hadden jullie dromen toen je naar Nederland kwam? Zijn ze uitgekomen?
Houssam Alcharif geeft aan dat hij pas kort in Nederland is. Hij heeft echt moeten vluchten uit Damascus. Zijn leven liep gevaar. Hij had niet veel dromen. Hij wil graag zijn studie verder afmaken. Daar krijgt hij nu de gelegenheid voor want hij heeft vandaag zijn studentenkaart ontvangen. Hij gaat hier in Nijmegen zijn studie psychologie afmaken.

Houssam gaat ook in op de situatie in Heumensoord en dan in relatie tot zijn beroep als psycholoog. De situatie in een noodopvangkamp als Heumensoord is voor de vluchtelingen heel zwaar. Dat ligt niet alleen aan het opvangkamp. Hoewel de tenten overvol zijn, het eten heel anders is dan ze gewend zijn, de geluidsoverlast groot is en er nauwelijks privacy is, zullen de vluchtelingen er vooral zelf iets van moeten maken. Vluchtelingen zijn, ook wanneer ze in Nederland zijn en wonen in een noodopvangkamp, nog steeds op de vlucht. Daar komt pas verandering in wanneer zij een (tijdelijke) verblijfsvergunning hebben. Eerst dan kunnen ze een min of meer normaal leven leiden. De onzekerheid, het in feite nog steeds op de vlucht zijn, maakt dat mensen verder getraumatiseerd raken. Het aantal zelfmoordpogingen onder vluchtelingen is groot. Een zelfmoordpoging doe je niet zo maar. De wanhoop en ontreddering is dan wel heel groot.

Qader Shafiq meent dat maar weinig vluchtelingen (en dan spreekt hij over echte vluchtelingen en niet over gelukzoekers of economische vluchtelingen) met dromen naar Nederland komen. Zij willen overleven. Wanneer zij een verblijfsvergunning hebben kunnen ze denken aan een toekomst, kunnen zij misschien gaan dromen. Om die droom uit te laten komen zullen zij een plek op de arbeidsmarkt moeten veroveren. Gastvrijheid wil ook zeggen dat het ontvangende land inziet dat vluchtelingen wat te bieden hebben.

Nederlanders zien vluchtelingen als mensen die hun banen inpikken. Nederlanders leiden aan geheugenverlies: de ervaringen met de komst van eerdere grote groepen vluchtelingen, zoals in de jaren ’90 uit voormalige Joegoslavië, worden gemakkelijk vergeten. De vluchtelingen uit die Balkanlanden hebben geen banen ingepikt. Het zijn normale werkzoekenden geworden, die op een normale manier een baan gekregen hebben of inmiddels weer teruggekeerd zijn naar hun geboorteland. Gastvrijheid wil ook zeggen dat wij vluchtelingen helpen bij hun oriëntatie op de mogelijkheden die de arbeidsmarkt hen biedt.

Daad Kajo meent dat veel vluchtelingen geen dromen hebben. Zij leven in grote onzekerheid. Ze willen nagenoeg allen weer terug naar Syrië. Syrië is ook een mooi land met een rijke historie. Is er over drie jaar nog steeds oorlog? Kan ik dan terug? Wat zal ik daar aantreffen?
Ook Daad wijst op de huidige economische situatie in Nederland. Zij vindt het begrijpelijk dat veel Nederlanders bang voor de komst van zoveel vluchtelingen uit Syrië en Irak zijn. De vluchtelingen zelf moet laten zien dat er geen reden voor angst is.

Een vluchteling die nu 4 maanden in Heumensoord verblijft zegt, dat hij zich door dit verblijf vernederd voelt. Er is geen privacy, hij is gescheiden van zijn kinderen, hij is psychisch moe. Hij had destijds bewust voor Nederland gekozen; deze gang van zaken had hij niet verwacht.

Qader Shafiq en Daad Kajo wijzen er op dat wanneer de ontvangende samenleving een vluchteling onvoldoende accepteert, de vluchteling zich terug trekt in zijn subcultuur waar hij zijn verleden, zijn ‘roots’ kan vinden. Beiden roepen de vluchtelingen dan ook op om de Nederlandse taal goed te leren en zich te bekwamen in het Nederlands burgerschap. Dat wil niet zeggen dat vluchtelingen hun cultuur en tradities moeten loslaten. Zij mogen Syriërs of Irakezen blijven, maar moeten ook de normen en waarden van de Nederlandse samenleving accepteren. In die zin mogen zij geen subcultuur worden. Qader en Daad roepen vluchtelingen op zich te richten op het heden en niet op het verleden.

Houssam Alcharif zegt dat het voor alle vluchtelingen belangrijk is, hun negatieve gevoelens te kunnen uiten om zich van hun situatie bewust te worden. Naast verbetering van de leefomstandigheden moet er psychische hulp geboden kunnen worden.

Een vluchteling uit Heumensoord wijst op de noodzaak van het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Dat geeft rust. Dat geeft de mogelijkheid om je te ontwikkelen. Dan kun je de taal leren. Dan kun je naar werk zoeken. Niemand wil de hand ophouden. Alle vluchtelingen willen werk hebben om zo geld te verdienen zodat ze na de oorlog weer terug kunnen naar hun geboorteland.

Groepsgesprek tafel 2 (met Houssam Alcharif en Saïd Bouharrou)

Houssam geeft aan dat nagenoeg alle vluchtelingen kampen met trauma’s. Vluchtelingen voelen zich heel zwak en vernederd. Vluchtelingen hebben over het algemeen een zwak zelfbeeld. Voor hen was het vluchten een volstrekt nieuwe ervaring. Het gegeven dat ook de Nederlanders er niet klaar voor zijn om hen als nieuwe inwoners te accepteren, maakt dat zij zich nog verder geïsoleerd voelen. Het zijn traumatische ervaringen die bovenop de oorlogstrauma’s komen die zij al kenden.

Houssam heeft in Damascus Irakese vluchtelingen geholpen die naar Syrië waren gevlucht. Hij weet wat het zeggen wil om met oorlogstrauma’s te moeten leven.

De echte vluchtelingen, niet de gelukszoekers en de economische vluchtelingen, hebben vooral rust nodig en psychische hulp.

Een Nijmeegse wijst erop dat niet alle aandacht moet uitgaan naar de vluchtelingen. Er zijn ook veel Nijmegenaren die in een sociaal zwakke positie verkeren en aan de onderkant van de samenleving zitten. Zij zou graag zien dat ook deze mensen gezien worden.

Houssam heeft er begrip voor dat in deze tijd waarin het economisch minder goed gaat, ook Nederlanders die werkloos zijn om aandacht vragen. Hij vindt dat vluchtelingen ook geen voorkeurspositie mogen innemen. Hij wijst er evenwel ook op dat veel Nederlanders vluchtelingen over een kam scheren. Onder vluchtelingen zitten gelukszoekers en ook foute mensen. In de vooroordelen die wij hebben zijn alle vluchtelingen fout en zijn het allemaal gelukszoekers. Dit is overigens in alle samenlevingen het geval. Vooral ouderen hebben er moeite mee dit te accepteren, omdat zij de berichten en beelden over de vluchtelingen niet goed kunnen filteren. Ze zitten vast aan vooroordelen. Dat is een algemeen verschijnsel. Wie goed doordenkt ziet in dat we (Nederlanders en vluchtelingen) elkaar nodig hebben, want acceptatie moet van beide kanten komen. Langetermijndenken! Nederland is een rijk land, waar vluchtelingen hun plek moeten kunnen vinden.

Een Syrisch meisje roept dat haar moeder het in het kamp niet ‘trekt’, maar COA ziet het niet en geeft geen psychische ondersteuning.

Wat kunnen we vanuit de Nijmeegse samenleving nog meer doen dan nu? Er is vooral behoefte aan laagdrempelige contacten en gesprekken om de vluchtelingen hun verhaal te kunnen laten doen en daarvoor aandacht en begrip te krijgen.

De belangrijkste punten die uit de drie groepen naar voren kwamen waren:
1. Er zijn heel veel initiatieven voor de vluchtelingen opgezet en gaande maar veel daarvan zijn niet of onvoldoende bekend bij de vluchtelingen. Er is een tekort aan communicatie. Overleg met STIP?
2. Veel vluchtelingen lijden onder de verscheurdheid van hun gezinsverband.
3. Er is grote behoefte aan psychische hulp. Kan er een steungroep worden opgezet?
Amal Karam heeft dit ook bedacht: gespreksgroepen van vluchtelingen die hun ervaringen met elkaar kunnen delen of bespreken

Slotwoord: er is begrip en respect voor elkaar nodig — en dat begrip en respect groeit in de dialoog.

De podiumgesprekken vinden 3 maal per jaar plaats in Nijmegen en worden georganiseerd in een samenwerkingsverband van Het Huis van Compassie, de Raad voor Levensbeschouwing en Religie Nijmegen, Vincent de Paul Center en Augustijns Centrum de Boskapel.

Dit bericht is geplaatst in Activiteiten, Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie