U wilt wel onderweg zijn…

Saint Augustine by Philippe de Champaigne

Eindeloos leven Augustinus preek 108 Prediker 3, 1-13

‘U wilt wel onderweg zijn, maar niet aankomen,’ — heerlijk die ironie waarmee Augustinus ons hier de spiegel voorhoudt. U slooft zich uit om gelukkige dagen te beleven, maar daar waar het geluk nou echt volkomen is, daar wilt u juist niet naartoe. U wilt eindeloos leven, maar u steekt al uw energie in dit eindige leven.

Wat maakt jouw leven eindeloos? Het kan je zomaar plotseling overvallen, het besef dat jouw tijd hier eindig is. Het kan zijn dat je opeens een bedreigende ziekte hebt, maar ook zonder ziekte kan het je opeens akelig duidelijk worden dat je misschien niet meer al teveel tijd hebt. — De een krijgt dan haast, je wilde toch nog zoveel doen en zoveel betekenen. De ander gaat gewoon op de oude voet door, want dan kan je de eindigheid achter de dagelijkse routine verstoppen. En weer een ander begint het leven grondig te doordenken, waar zijn er nog losse eindjes, wat is er tot nu toe nog niet gezegd.

Waarschijnlijk zal niemand erop vertrouwen, zoals Augustinus dat suggereert, dat je als het zover is fluitend het tijdelijke voor het eeuwige zult verwisselen. Nee, we willen wel onderweg zijn, maar niet aankomen. Later in zijn preek geeft Augustinus trouwens zelf ook toe, dat hij het natuurlijk net zo doet. Zeker, hij wil aankomen, hij wil eindeloos leven, maar nu nog even niet.

Augustinus neemt ons dan ook een beetje in de maling. U wilt wel onderweg zijn, maar niet aankomen. Alsof het hier alleen maar kommer en kwel is, en daar wacht ons het echte geluk. — Misschien gaat het Augustinus helemaal niet zozeer om het aankomen maar gaat het hem veelmeer om het onderweg zijn. Dat ons onderwegzijn een andere lading krijgt, een andere kwaliteit.

Misschien heeft u op BNN het programma ‘Over mijn lijk’ gevolgd. Daarin werden jonge mensen gevolgd die terminaal ziek waren. Een van die jonge mensen, Eveline, 30 jaar, begon opeens heel veel haast te krijgen. Ze had een eindeloze bucket-list die je eigenlijk in geen 80 jaar zou kunnen afwerken, ze maakte reizen: Schotland, Azië, Rusland. Ze ging trouwen met een feest van oriëntaalse dimensies. En tot slot moest er nog een afscheidsfeest komen waar men nog generaties later over na zou praten. Samen met haar vriendinnen bereidde zij het feest voor. In een fysiek en emotioneel slopende noodvaart werd het feest voorbereid, er werden talloze locaties bezocht, champagne geproefd, caterings getest, bandjes gewikt en gewogen, kleren gepast.

Het werd een overdonderend feest, alles was spetterend, perfect en onvergetelijk. Maar de dag daarna dropen de vrienden af, iedereen was bekaf, zowel lichamelijk alsook emotioneel. En nu zij afscheid hadden genomen, werd het oorverdovend stil. Tot overmaat van ramp liet opeens de dood toch nog wat langer op zich wachten dan gedacht En de leegte die nu intrad was erger dan haar ziekte.

Ik weet niet hoe ik zou reageren als ik te horen kreeg dat ik nog maar kort te leven had, dus ik wil daar ook niet over oordelen. Maar wat maakt jou leven nou eindeloos? Dat je de tijd die je hebt tot de nok toe vult zodat zelfs de dood geen gaatje meer vindt? Augustinus zou gezegd hebben: u wilt eindeloos leven? Waarom steekt u dan al uw energie in het leven dat niet eindeloos is? — Nogmaals dat is geen venijnige aanmoediging om toch maar fluitend het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen. Nee, de vraag is: waar is je onderwegzijn op gericht, waar is je onderwegzijn mee gevuld?

We zeggen weleens: de weg is het doel, maar je kan ook andersom redeneren: het doel beïnvloedt juist de weg. Het maakt bijvoorbeeld groot verschil of je op weg bent naar een vervelend onderzoek in het ziekenhuis of dat je op weg bent naar een lekker ontspannen vakantie. Zo is het ook met ons onderweg zijn hier. Als je in dit tijdelijke leven onderweg bent naar het eeuwige, dan krijgt je tijdelijke leven ook al iets van eeuwigheid. En als je onderweg bent naar het eindeloze leven, dan wordt ook je eindige leven al een beetje eindeloos.

Zo kan je dat ook in onze eerste lezing lezen. Je zou in eerste instantie misschien denken, dat het hier alleen maar kommer en kwel is. ‘Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? Ik heb gezien dat het een kwelling is.’ Maar er staat ook: wees vrolijk en geniet van het leven, doe je tegoed aan eten en drinken en geniet van wat je hebt verworven, want dat is een geschenk van God. Met andere woorden: midden in de kommer en kwel van je eindige leven licht het geluk van het eindeloze leven al op.

‘U wilt wel onderweg zijn, maar niet aankomen’, zegt Augustinus een beetje plagend. Maar het gaat hem erom dat ons onderwegzijn nu al ingekleurd wordt door waar we willen aankomen. Dat bedoelt onze eerste lezing ook. ‘Doe je tegoed aan eten en drinken’, want daarin straalt het hemelse gastmaal al naar ons uit. De betekenis die je aan het eind van je leven gehad wilt hebben, die licht al op ‘in geniet van wat je hebt verworven’. En als er staat: ‘wees vrolijk en geniet van het leven’, dan begint het eindeloze leven nu al.

Op deze weg willen we onderweg zijn. Vandaag op ons Augustinusfeest, aan het begin van het nieuwe seizoen beginnen we daar weer opnieuw aan. ‘U wilt wel onderweg zijn, maar niet aankomen.’ Nee, beste Augustinus, we willen niet aankomen, tenminste nog even niet. Maar we willen wel daarnaartoe onderweg zijn.

Ekkehard Muth, 28 augustus 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie