Soms moet je diep gaan

WaterLc 3, 15-16; 21-22
Soms moet je heel diep gaan voordat de hemel open gaat. Dat is niet alleen in ons evangelie zo, maar dat herken je vooral in je eigen leven. Je moet soms heel diep gaan voordat er weer een deurtje opengaat.

God is mens geworden en om dat te benadrukken wordt hij niet in een paleis geboren, maar in een stal. Niet ergens comfortabel thuis, maar in den vreemde, waar er geen plaats was in de herberg. En voordat er koningen komen en allerlei hoogwaardigheidsbekleders, zijn het de herders, de meest eenvoudige lui, die het als eerste te horen krijgen. — Als God mens wordt dan gaat hij heel diep.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder. Ondertussen heeft de oude Simeon midden op straat zijn lofzang over Jezus gezongen. En was de jonge Jezus alweer in de synagoge te vinden waar hij met de geestelijken hooggeleerde gesprekken voerde. Voordat Jezus naast zijn schoenen gaat lopen wordt het volgens ons evangelie van vandaag hoogste tijd dat Jezus opnieuw de diepte in gaat. Hij komt bij de Jordaan waar Johannes de Doper de mensen oproept om zich helemaal onder te dompelen in het water en om van daaruit gereinigd en gelouterd een nieuwe start te maken.

Dat dopen, dat was toen nieuw. Natuurlijk had je toen ook al reinigingsrituelen, de voetwassing bijvoorbeeld. Maar dat je je helemaal onderdompelt, dat is een uitvinding van Johannes. Johannes zag het als een mogelijkheid om je hele menszijn te doorlopen tot aan de dood aan toe, en om tot je bestemming te komen. Je dompelt je onder in het water om helemaal gereinigd te worden, om letterlijk het oude stof en daarmee ook de oude mens af te wassen. Je moet symbolisch verdrinken, en als je weer uit het water komt, hap je naar lucht zoals een pasgeboren kind voor het eerst naar lucht hapt, en word je opnieuw geboren. — De mensen dachten dan ook niet voor niets dat Johannes weleens de messias kon zijn, want door te dopen wees hij een duidelijke weg naar God. En dat je daarvoor eerst de diepte in moet gaan, dat kennen we tenslotte ook al van andere ervaringen in ons leven. Dus die weg door het diepe water lijkt dan alleen maar logisch.

‘Maar’, zegt Johannes, ‘er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken.’ En ook dat klinkt eigenlijk heel vertrouwd. Grote persoonlijkheden komen altijd in tweetallen. Ik heb het hier weleens vaker genoemd, we kennen dat ook uit allerlei andere verhalen: Jip en Janneke, Asterix en Obelix, Derrick en Harry. De psychoanalyticus Carl Gustav Jung noemde dat het oerbeeld van de tweeling. Het is een oerervaring dat figuren die grote veranderingen teweeg brengen altijd als tweelingen optreden.

En trouwens niet alleen grote persoonlijkheden, dat geldt ook voor jezelf. Ook jijzelf bent pas op je best als je een tegenover hebt. Dat kan je partner zijn die het beste in jou naar boven haalt, maar dat kan ook een gemeenschap zijn, teamgenoten of collega’s die je uitdagen en aansporen; of ouders die een ruimte bieden waarin hun kind echt tot bloei komt, of gewoon mensen om je heen bij wie je kunt opleven. — Dus vanaf het moment dat Johannes te kennen geeft dat hij de ene helft van de tweeling is, weten de mensen dat er echt iets groots te gebeuren staat.

En dat grote is, dat Jezus de diepte ingaat. In de andere evangelies wordt nog een heel gesprek weergegeven waarin Johannes tegensputtert: ‘Ik zou eigenlijk door u gedoopt moeten worden.’ Maar in ons Lucasevangelie van vandaag wordt dat allemaal overgeslagen. Want vanuit onze eigen oerervaringen weten we het toch al. Onze oerervaring dat er bij grote dingen een tweetal aan te pas komt, en de oerervaring dat je diep moet gaan voordat er een deurtje open gaat.

Johannes doet hier weliswaar nog een poging om Jezus op te hemelen: ‘Ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken.’ Maar Jezus moet daar niets van hebben. Jezus gaat de diepte in. Als God mens wordt dan gaat hij heel diep. Dat hij begonnen is in een stal, begonnen in den vreemde waar geen plaats was in de herberg, bij de meest eenvoudige mensen, dat is allemaal leuk en aardig. Maar nu dompelt hij zich helemaal onder in het water waar al het lage van je afgewassen wordt, waarin je sterft en waaruit je weer tot leven komt. Hij dompelt zich helemaal onder in het menszijn. Hier wordt God opnieuw mens. De menswording gaat door.

Je moet diep gaan voordat de hemel open gaat. En soms denk je dat het niet meer dieper kan en dan nog komt er geen opening. Jezus zal dat aan het einde ook ervaren. Je moet soms heel erg diep gaan. Maar God is mens genoeg geworden om opeens te roepen: ‘Jij bent mijn geliefde zoon, jij bent mijn geliefde dochter, in jou vind ik vreugde.’ Zo gaat de menswording door.

Ekkehard Muth, 10 januari 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie