Samen zullen we de staf opgeheven houden

Lucas 18, 1-8, Exodus 17, 8-13

Hoe houd je toch alle ballen in de lucht? — Het zou een beeld kunnen zijn uit een film: midden in de storm van de veldslag de aartsvader Mozes op een heuvel die bezwerend zijn staf opheft. Zolang hij met zijn staf naar de hemel reikt is Israël in de veldslag aan de winnende hand, maar zodra de zwaartekracht toeslaat en zijn armen moe worden wordt Israël weer teruggedrongen…

Zo werkt het natuurlijk niet. Je kan de gunst van God niet aan- en uitzetten door je staf op te heffen of te laten zakken. En zo werkte dat toen ook niet bij Mozes. Het is beeldspraak net zoals wij vandaag de dag het beeld gebruiken dat je als een jongleur de ballen in de lucht moet houden. In dezelfde tijd dat het oude testament over Mozes spreekt die zijn staf in de lucht houdt, wordt in de Griekse mythologie het verhaal verteld van Atlas die het hemelgewelf op zijn schouders draagt. (U kent waarschijnlijk het beeld op het paleis op de Dam.) Hoe houd je toch de ballen in de lucht? Hoe houd je vol?

Misschien ben je ziek, en telkens als je denkt: nu lukt het me weer om de staf op te heffen, komen er toch weer nieuwe complicaties bij. Of misschien heb je al zo hard gevochten dat je armen moe worden. En wie zijn dan jouw Aäron en Chur die jou steunen? Misschien heb je schade opgelopen aan je ziel, en trap je alsmaar weer in dezelfde valkuilen. Wat je ook doet, je trauma’s blijven maar op je schouders drukken. Misschien sta je machteloos naast een zieke, je zou graag willen helpen, maar je vindt maar geen ingang. Misschien voel je je verantwoordelijk voor de wereld van je kinderen en kleinkinderen. Je hebt ze opgevoed, maar ze maken nu toch heel andere keuzes die je niet goed begrijpt. Je hebt zelfs aan een kerk meegebouwd die hen zou moeten aanspreken, maar ze pakken het niet op.

Soms kan je het gevoel krijgen dat je net als Atlas bijna bezwijkt onder de last van het hemelgewelf op je schouders. Soms voel je je als de weduwe die alsmaar weer terug moet komen om haar recht te claimen. Je lijkt wel Mozes maar die staf is bijna niet meer de tillen.

En hoe moe worden je armen niet als je de treurige vertoningen rondom de presidentsverkiezing in de Verenigde Staten moet aanzien. Hoe kan het toch dat een natie die straks de leider van de hele westerse wereld gaat kiezen, het toestaat dat het in het debat alleen maar gaat om seksuele escapades en om wie zich het hardst op de borst kan kloppen. Daar heeft Mozes zijn armen al lang laten zakken.
Dan krijgt ook de vraag van Jezus aan het eind van ons evangelie bijna iets voorspellends: ‘Als de Mensenzoon komt, zal hij dan (nog) geloof vinden op aarde?’ En ik denk dat Jezus geen geloof in kerkelijke zin voor ogen had, met een hele geloofsleer en een catechismus. Nee, ik denk dat het Jezus vooral gaat om geloof in het visioen van God. Dat het weer gaat om de echte dingen. Zal hij nog mensen vinden met een visioen? Machthebbers die verder kijken dan hun ego en het pluche, en politici die dienstbaar zijn aan wat hen overstijgt? Zal hij een samenleving vinden waar men in de zorg niet kijkt naar het geld maar naar wat mensen nodig hebben. Waar we niet kijken naar het portemonnee van de aandeelhouders maar naar werkgelegenheid zodat mensen een waardig bestaan kunnen opbouwen. Zal hij mensen vinden die het geloof volhouden, die zich niet blindstaren op hun eigen gelijk en hun dikke ik, maar die naar elkaar omzien? Zal hij geloof vinden op aarde, waarin, net als Mozes zijn staf optilde, we elkaar optillen naar hoe het anders kan. En net zoals Aäron en Chur de armen van Mozes steunen, zal hij geloof vinden zodat we sámen bouwen aan een nieuwe wereld zoals God die voor ogen heeft. Zal de Mensenzoon dat vinden op aarde?

Als kerkgemeenschap, en zeker in de Boskapel, zetten we ons daarvoor in. Niet voor het behoud van geloofsregels, niet voor het behoud van het pluche van de hiërarchie, en niet voor het instituut. Maar voor ‘geloof’ in de breedste zin van het woord. Daarvoor dat het in onze samenleving weer om de echte dingen gaat. Daarvoor dat de mensen, gelovig of niet, zo kunnen leven dat wij als christenen zeggen: dit moet het visioen van God zijn.

Daar ging het ook bij Mozes om. Die veldslag is niet een veldslag tussen Israël en de Amalekieten, maar het gaat in die slag erom of je verder moet gaan leven met of zonder visioen; om een leven met zicht op wat ons allemaal overstijgt, of om een leven met alleen maar het tastbare en je dikke ego. Het gaat om een leven met of zonder geloof.

En net als Mozes zou je als kerkgemeenschap er soms weleens moe van kunnen worden. Hoe kunnen wij toch helpen dat we in onze stad, in onze omgeving leven met een visioen. Dat we boven ons eigen ik uitstijgen en dat er ruimte is voor de ander. Dat we opgetild worden uit ‘wat kost het?’ en dat we ons richten op wat dit leventje overstijgt.

Mozes hoefde het niet alleen vol te houden. Hij had Aäron en Chur die zijn armen kwamen steunen. En net als bij de weduwe, die uiteindelijk toch onverwachts haar recht krijgt, zo vinden wij ook telkens weer Aärons en Churs die ons stutten en steunen. De vele vrijwilligers in onze kerkgemeenschap. Vandaag zetten we er eentje van in het zonnetje. Maar ook mensen buiten onze kerkgemeenschap om die het visioen onverwachts een warm hart toedragen. Afgelopen week hebben we samen gevierd met het Oecumenisch CityPastoraat in de Stevenskerk. En twee weken daarvoor hebben we samen gevierd met de Effataparochie in de Dominicuskerk. Met z’n drieën leken we wel Mozes, Aäron en Chur.

Samen lukt het ons wel om het geloof vol te houden, samen zullen we de staf opgeheven houden.

Ekkehard Muth, 16 oktober 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Samen zullen we de staf opgeheven houden

  1. Ankh Maas schreef:

    Deze moest ik printen. Laat je de moed zakken? Lees deze overweging nog eens over!

Geef een reactie