Liefde als gebod?

Johannes 13, 31-35

Laatste wensen zijn belangrijk. Wanneer het sterven van iemand nabij is, wordt er heel goed opgelet wat hij nog zegt, doet; waarover zij zich nog zorgen maakt, wat ze nog wil dat wij………

Soms hoor je dat mensen juist op het laatst woorden van verzoening spreken, excuses maken, oproepen tot saamhorigheid onder hen die achter blijven; tot bemoediging om door te gaan op de ingeslagen weg.

Zo moet je ook de woorden uit het Evangelie beluisteren die zojuist zijn voorgelezen. Jezus zat met zijn leerlingen voor het laatst aan tafel en Hij wist dat zijn dood nabij was. Hij weet dat ze zich straks alleen zullen voelen en geeft ze een opdracht mee om hen voor te bereiden op de toekomst: ‘Laat er liefde onder jullie heersen en geen jaloezie. Leef vanuit de liefde die ik jullie gaf.’ Geen gedetailleerde wetgeving dus, maar een kort gebod, ‘een bevel’, zegt Augustinus: ‘Bemin en doe dan wat je wilt’.

Het is duidelijk dat het hier meer gaat dan de exclusieve relatie van 2 mensen die van elkaar houden, meer ook dan om een diepe vriendschap. De opdracht aan Jezus aan allen die hem achterna willen, gaat over een levenshouding, een houding van verbondenheid. De liefde die Jezus bedoelt, gaat uiteindelijk terug op de liefde van God voor iedere mens. Dáár begint het mee. Die hoef je alleen maar te ontvangen: je bent goed zoals je bent, in al je eigenheid. Deze liefde stelt je in staat om zelf een liefdevol mens te zijn. Maar de werkelijkheid zoals wij die ervaren, is vaak anders, niet zo sociaal, niet zo menslievend. Nogal wat mensen hebben nauwelijks kans op een menswaardig bestaan. Ze leven in gebieden vol oorlog en ellende. En dan de verdeeldheid die er binnen gezinnen kan zijn. Kijk maar naar programma’s als: ‘De rijdende rechter’, ‘Het familiediner’, ‘Adres onbekend’ en ‘Spoorloos’….. Ze brengen scherp in beeld waar het in onze samenleving fout kan gaan. Mensen voelen zich gekwetst, onbemind en beschadigd door andermans eigenbelang. Bij wie van zijn partner en kinderen houdt, gaat liefde vanzelf, het gebeurt gewoon. Maar kan liefde ook verplicht worden, liefde als gebod?

Ik vertel u een verhaal als voorbeeld: Een tijd geleden was een Nederlandse pater op bezoek in een katholiek ziekenhuis in Afrika, in één van de landen dat verscheurd wordt door onderlinge stammentwisten. Hij vroeg aan de directeur van het ziekenhuis wat het betekende dat het ziekenhuis ‘katholiek’ was. Toen wees hij naar een zwarte verpleegster en zei: ‘wat ons geloof betekent, wordt iedere keer duidelijk wanneer zij het over haar hart kan verkrijgen even goed te zorgen voor iemand van een andere stam dan voor iemand van haar eigen stam’. Je merkt onophoudelijk hoe jarenlange haat de verhouding tussen volken heeft vergiftigd. Wat voor zelfoverwinning is ’t dan voor zo’n verpleegster om gelijke zorg te hebben voor stamgenoot en niet-stamgenoot.

Als kwetsbare mensen een appèl op ons doen, dan moet daaraan gehoor worden gegeven; dan is het als een gebod — het gebod van de Liefde — dat gehoorzaamd moet worden. Daarom kon paus Franciscus vorige week op Lesbos niet anders dan een aantal vluchtelingen mee naar huis nemen, en het waren niet eens katholieke stamgenoten!

Inspirerende mensen laten zien dat het kan: tegen de stroom oproeien om Gods droom, een geliefd leven voor iedere mens tot werkelijkheid te maken.

Daarom sluit ik af met een gebed van Huub Oosterhuis, waarin deze christelijke grondovertuiging wordt uitgezongen:

Herschep ons hart, heradem ons verstand,
dat wij elkaar behoeden en doen leven;
maak ons tot uw gemeente,
wees de stem die ons geweten wekt
verberg U niet.

Joost Koopmans osa , 24 april 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie