‘Laat hen allen één zijn, Vader.’

Moederdag, Giro d’Italia
Johannes 17, 20-26

In de grote vergaderzaal van de Wereldraad van kerken in Genève hangt een groot wandtapijt met daarop een voorstelling van Jezus die het hogepriesterlijke gebed uit onze lezing uitspreekt. En in grote letters is daarin de essentie verwerkt: ‘Ut omnes unum sint’ — dat allen één mogen zijn. ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn,’ zegt Jezus hier.

Dat is typisch de taal van Johannes. Terwijl de andere evangelisten min of meer een verslag van het leven van Jezus willen geven, gaat het Johannes veelmeer om de mystieke verbondenheid van God en de mensen. Voor Johannes is Jezus de hogepriester, dus de middelaar. En op de dag voor dat Jezus gevangengenomen wordt legt Johannes Jezus dit hogepriesterlijke gebed in de mond, een soort testament in het testament. ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn.’ — Ut omnes unum sint.

Dat lijkt op het eerste gezicht zware kost, maar als je die zware kost op moederdag tot je neemt, en ook nog eens op de dag dat de Giro d’Italia in Nijmegen neerstrijkt, dan wordt het allemaal best behapbaar.

Waarschijnlijk weet je nog dat je je ooit voorgenomen hebt om het heel anders te doen dan je eigen moeder. Alle foutjes die zij in jouw opvoeding maakte, wilde jij juist niet maken. Maar voor je er erg in hebt zie je jezelf net zo reageren als zij. Opeens stel je vast dat je dezelfde onhebbelijkheden hebt. Maar ook de dingen die je in haar bewonderde, blijk jij gelukkig ook te hebben.

Of als je naar je eigen kinderen kijkt, hoe vaak heb je dan niet het gevoel dat je jezelf ziet toen jij zo oud was als zij? Dan slingeren ze je dezelfde dingen naar je hoofd, als jij toen gedaan hebt. En als je vol bewondering kijkt hoe je kinderen het leven oppakken, dan is het alsof je ook in jezelf weer een kracht ontdekt die je misschien al lang vergeten was.

Natuurlijk leef je in een andere tijd dan je ouders, en je kinderen en kleinkinderen leven weer in een andere tijd dan jij. Veel dingen zijn anders, maar daar tussendoor zal je toch op veel gebieden ontdekken dat jullie ‘één’ zijn. — Dan is dat mystieke gebed van Jezus helemaal niet meer zo ver van je bed: ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn.’

Zou het dan niet ook kunnen dat wij als God zijn? Al is het maar soms heel even en met de nodige tekortkomingen. — Het kan natuurlijk ook zijn dat ouders het zo verknallen, dat de kinderen er een heel leven last van hebben. In het volgende hoofdstuk na onze lezing staat dan ook meteen hoe Petrus Jezus verloochent; zo gebrekkig is het nou eenmaal. — Maar zou het niet ook kunnen dat God net zo in ons doorwerkt als je eigen moeder en vader in jou, en zoals jij op jouw beurt in je kinderen?

Wanneer is een ander voor jou weleens als God geweest, en wanneer ben jij niet weleens als God voor de ander? Of laat ik het anders zeggen: maak je niet weleens momenten mee waar niet de ander, maar door de ander heen God aan het werk lijkt? En ben je soms niet verbaasd over jezelf omdat het lijkt alsof je jezelf overstijgt? Dat je opeens meer kracht blijkt te hebben dan je ooit dacht, dat je volhoudt. Dat je beter tegen je ziekte blijkt te kunnen dan je je kon voorstellen, dat je meer zorg blijkt te kunnen geven dan gedacht. Dat je veel meer liefde kunt voelen dan er eigenlijk in je zit?

Opeens wordt het gebed van Jezus verhoord. Opeens komt God dichterbij dan je denkt, ‘mij dichterbij dan ik mijzelf’, zoals Augustinus zegt. Net zoals Nijmegen gisteren en vandaag opeens in Italië ligt. Dat was 2000 jaar geleden ook al zo, toen was Nijmegen een belangrijke stad aan de grens tussen het romeinse rijk en ‘de barbaren’ buiten de limes. En gisteren en vandaag maakt onze stad opnieuw deel uit van de Giro d’Italia, van de Ronde van Italië.

In deze tijd waar er grenzen gesloten worden en waar er hekken gebouwd worden om vluchtelingen tegen te houden, is het een verleidelijk uitzicht dat we meer bij elkaar horen dan we misschien willen denken. Dat we bij elkaar horen in één ronde, in één kring.

‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn.’ — Opeens komt de Ronde van Italië door Nederland, opeens fietst God door jou heen.

Ekkehard Muth, 8 mei 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie