Laat de kinderen maar voorop lopen

Woord van welkom

Welkom in de Boskapel. Vandaag vieren we Sint Maarten die met zijn zwaard zijn veel te grote mantel in tweeën sneed en de helft aan de bedelaar gaf. Sinds afgelopen woensdagochtend de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen bekend werd, hebben we allemaal zo’n mantel nodig. Maar ook een mantel tegen de kou van het IS-terrorisme, tegen de dictatuur in Turkije, tegen de bekoelde verhoudingen met Rusland. En dan hebben we het nog niet eens over ons verlangen naar een mantel om onze schouders in onze persoonlijke noden.

Als je onze evangelielezing straks hoort, dan krijg je het gevoel alsof die van de week pas opgeschreven is. Je zou het evangelie zo naast de krant van gisteren kunnen leggen. Maar het is niet bedoeld om ons bang te maken, maar juist om ons sterk te maken. Daarom lezen we vandaag ook het verhaal van Sint Maarten, en straks komen de kinderen met hun lampionnetjes terug in de kerk. We zijn namelijk geroepen om sterk te zijn. Om onze mantel met elkaar te delen. En om dragers van het licht te zijn.

Vandaag is ook de verjaardag van Augustinus. Hij is geboren op 13 november 354. In zijn Regel zegt Augustinus: ‘God licht op in mensen.’ Dat we dit licht mogen dragen.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Overweging

Lucas 21, 5-19 / Sint Maarten

Ik hoop dat u ondanks uw leeftijd toch nog een beetje kind bent gebleven. Nu de kinderen naar hun eigen viering gegaan zijn, kan ik het wel zeggen: het is jammer dat we van Sint Maarten een kinderfeest gemaakt hebben. Dat gebeurt trouwens vaker met feesten waar het om het goede gaat, zoals Sint Maarten of Sinterklaas. Dan zijn we namelijk bang dat we voor naïef gehouden worden. Als je in een wereld leeft zoals Jezus die in ons evangelie zo treffend beschrijft, dan vinden we het al gauw een beetje gênant om met een lantarentje te lopen, en bij de intocht van Sinterklaas glimlachen we een beetje ongemakkelijk naar elkaar. Nee, dan maken we er liever een kinderfeest van, want onze kinderen geloven nog in het goede.

En toch hoop ik dat je als volwassene nog altijd een beetje kind bent gebleven. Dat je het lantarentje dat je wellicht als kind in de optocht mee hebt gedragen, nog steeds bij je draagt. En als straks de kinderen met hun lantarens de kapel binnenkomen, dat de kinderen hun licht dan ook namens jou dragen.

Want we hebben mensen die in het goede geloven meer dan nodig. We hebben mensen nodig die met elkaar delen, die een mantel om elkaar heenslaan, die elkaar verwarmen, we hebben mensen nodig die licht brengen.

Ondertussen schetst Jezus in ons evangelie een beeld dat hij zo uit de krant van gisteren had kunnen halen. ‘Let op, laat je niet misleiden, er zullen velen komen die zeggen “Ik ben het”’. In de aanloop naar de verkiezingen in ons land staan ze bijna dagelijks op. En in de Verenigde Staten hebben we dat de afgelopen maanden uit den treure gezien. ‘Er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen.’ Nou, dat de leidende beschaving van de westerse wereld niet meer te bieden heeft dan de keuze uit Clinton of Trump is op zich al een teken aan de wand. In Turkije wordt iedereen die een beetje andere ideeën heeft in de gevangenis gegooid, en in zoveel landen worden mensen die in het goede geloven voorgeleid om door ‘koningen en gouverneurs’ veroordeeld te worden. En sommigen van ons hebben het wellicht ook eens persoonlijk moeten meemaken, dat vrienden je in de steek laten en, zoals het in ons evangelie staat, ‘zelfs ouders, broers en verwanten je uitleveren’.

Daar sta je dan met je lantarentje. Daar sta je dan naar een pakjesboot te kijken en of daar nu zwarte pieten of roetveegpieten op zitten. Daar sta je dan straks in de advent kaarsjes aan te steken. Dat is wel een beetje naïef. Nee, laat dan maar de kinderen voorop lopen. Die geloven er nog in.

Maar is dat erg om voor naïef versleten te worden? Jezus geeft zelf het antwoord: Ze ‘zullen je uitleveren, jullie zullen terechtgesteld worden, jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam.’ Ze zullen je van alles en nog wat willen doen omdat je maar blijft geloven in het goede. Maar hoe naïef en hoe tegendraads ze je ook vinden, ‘geen haar van je hoofd zal verloren gaan.’

Misschien had Martinus van Tours dit in gedachten. Martinus van Tours, de statige bisschop, met een mantel van aanzien en macht, die zo ver reikt dat die over zijn schouders en over de rug van zijn paard tot aan de grond komt. Die grote Martinus van Tours stapt van zijn paard, snijdt zijn mantel doormidden en geeft de helft aan de bedelaar. Een naïef gebaar. Net zo naïef als met een lantarentje door de straten te trekken. Maar toch ging er geen haar van zijn hoofd verloren; alleen een stukje van zijn mantel.

‘Red je leven door standvastigheid!’, zo eindigt ons evangelie. Ik zou het vertalen met blijf standvastig het kind in jou koesteren, blijf in het goede geloven. Blijf standvastig je lantarentje vasthouden, blijf het licht dragen. — Is dat naïef? Nee het is het begin van de nieuwe wereld. Een wereld vol licht en warmte. Waar we voor elkaar licht zijn als de ander even in het donker zit. En waar we elkaar niet in de kou laten staan, maar waar we voor elkaar een warme mantel zijn.

De kinderen lopen voor ons uit, maar wij staan vierkant achter hen. En als ze straks binnenkomen met hun lantarentjes, laten we dan zelf ook weer een beetje kind worden. En als je goed kijkt misschien gaan dan hun lantarentjes zelfs een beetje helderder stralen, want ze dragen het licht immers ook namens ons.

Ekkehard Muth, 13 november 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie