Jij kunt het volbrengen.

Lucas 10, 25-37 (Deuteronomium 30, 11-14)

‘Waar een woord is, is een weg’, zo heet het rapport wat de protestantse kerk kort geleden uitgebracht heeft over de toekomst van de kerk. ‘Waar een woord is, is een weg’. Paus Franciscus heeft dit jaar uitgeroepen tot het jaar van barmhartigheid. — Die vergelijking kwam in me op toen ik keek naar de verschillen tussen de priester en de leviet aan de ene kant en de Samaritaan aan de andere kant. In het liturgisch tijdschrift waar ik aan meewerk, hebben we meteen een artikel gepubliceerd met de titel ‘waar gevíerd wordt, is een weg’. En met paus Franciscus zou je kunnen zeggen: waar barmhartigheid is, is een weg.

Ik wil maar meteen zeggen dat protestanten bij het begrip ‘Woord’ met hoofdletter natuurlijk niet alleen denken aan geschreven of gesproken woorden. Het ‘Woord’ omvat natuurlijk álle uitingen van God. Maar de wetgeleerde bij Jezus was al in de bekende valkuil getrapt, namelijk de valkuil dat je het Woord van God versmalt tot geschreven en gesproken woorden. En van daaruit is het nog maar een kleine stap naar alweer de volgende valkuil, namelijk de valkuil dat geschreven en gesproken woorden in eerste instantie je verstand aanspreken, en dat ze niet doordringen tot je hart.

‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Voor de wetgeleerde is deel krijgen aan het eeuwige leven een kwestie van verstandsmatig een aantal dingen doen; gewoon een lijstje afwerken en klaar is Kees.

Maar Jezus beschrijft een heel andere weg. Hij heeft daarbij waarschijnlijk onze eerste lezing in zijn achterhoofd: Het woord dat ik u geef is niet te zwaar en ligt niet buiten uw bereik, het is niet in de hemel en ook niet aan de overkant van de zee. Dus, beste wetgeleerde, als er iemand is voor wie het woord binnen handbereik ligt, dan ben jij het wel. En hij antwoordt: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’

En inderdaad, je kan onze wetgeleerde ’s nachts wakker maken en dan zal hij het opdreunen: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf!’ ‘Goed geantwoord’, zegt Jezus, ‘doe dat en u zult leven.’

Maar de wetgeleerde vraagt door, hij zit namelijk diep in de valkuil. Hij ziet alleen ‘heb de Heer lief met heel uw verstand.’ maar wat hij daarnet ook opdreunde, namelijk: ‘met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht’, dat ziet hij over het hoofd. En met je verstand alleen ben je er dus niet. — ‘Waar een woord is, is een weg’, als dat woord alleen geschreven en gesproken woord blijft dan is er geen weg. Als dat woord ook barmhartigheid wordt vanuit heel je hart, heel je ziel en met al je kracht, dan is er wel een weg. En Jezus vertelt welke weg de barmhartige Samaritaan gegaan is:

Maar eerst de priester. Hij zoekt God in het hogere. Onze eerste lezing heeft hij niet op het netvlies: ‘De geboden zijn niet in de hemel, dus u hoeft niet te zeggen: wie stijgt voor ons op naar de hemel om ze daar te halen?’ Nee, de priester haast zich naar het priesterkoor op hoogaltaar. Daar zal hij ‘optsijgen’ en de geboden voor ons ‘halen.’ Met de blik op het hogere gericht ziet hij niet de man op de grond.

Vervolgens de Leviet. De levieten zijn dè schriftgeleerden. Als er iemand is die de schriften door en door kent dan zijn zij het wel. Geen komma die zij niet van alle kanten bekeken hebben. Ze zijn de intellectuele elite, de specialisten van het geschreven woord. Zij zoeken het aan de overkant van de intellectuele zee, in de verste uithoeken van het verstand. Maar om de werkelijkheid maken ze een grote boog.

En uiteindelijk de Samaritaan: De Samaritanen, dat waren de ongelovigen in die tijd, de heidenen. En terwijl de priester en de leviet zich druk maken om God, maakt de Samaritaan zich druk om de mens die op zijn pad komt. Dan mag hij misschien niet in God geloven, maar voor de gewonde man wordt hij als God.

‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Welke weg moet ik gaan? Welke weg moeten we als kerken gaan naar de toekomst? — Je moet de weg gaan van de Samaritaan, de weg waar het hogere laag bij de grond komt en waar het woord tot barmhartigheid wordt. En dat is vooral geen weg van doe eerst zus en dan zo, eerste rechts, tweede links en bij de rotonde rechtdoor.

Het is eerder een weg waar je net als de Samaritaan weleens opgehouden wordt. Je moet je plannen wijzigen, je zult weleens later aankomen dan gedacht, en misschien verandert gaandeweg zelfs het doel van je reis. Zoals de Samaritaan opeens de wonden moet behandelen, zul je weleens dingen moeten doen die je van tevoren niet had kunnen bedenken. Je zult met onverwachte partners moeten samenwerken zoals de Samaritaan met de eigenaar van de herberg samenwerkt. Het kan je ook geld kosten en misschien moet je zelfs nog een keertje terugkomen om de weg opnieuw te gaan.

Maar het is vooral een weg heel dichtbij, zo dichtbij als je naaste en jezelf. Jij kunt het volbrengen.

Ekkehard Muth, 10 juli 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie