In de orde van barmhartigheid

Johannes 8, 1-11 (Jesaja 43, 16-21)

Paus Franciscus heeft dit jaar uitgeroepen tot het jaar van barmhartigheid. Bij barmhartigheid denk je in eerste instantie aan liefdadigheid en aan genade voor recht laten gelden. Dat je dus afziet van je recht op vergelding of genoegdoening, en dat je in plaats daarvan met de hand over je hart strijkt.

Maar barmhartigheid is van een heel andere orde. Het gaat daarbij om veel meer. Blijf je in de wereld van de feiten, van het geld en de regels? Of laat je je bepalen door wat de logica van de feiten overstijgt, laat je je leiden door de liefde? Kortom in het jaar van de barmhartigheid gaat het erom dat we ons niet blindstaren op de orde van deze wereld, maar dat we verder kijken naar hoe God deze wereld zou inrichten.

Op dit moment maken we mee dat de orde van de feiten, van het geld en de regels hopeloos tekortschiet. In deze orde kom je niet verder dan hekken te bouwen. In deze orde kom je niet verder dan nog meer regels en nog scherpere procedures op te werpen. In deze orde neem je op de koop toe dat mensen tussen het prikkeldraad verpieteren om aan de onderhandelingstafel hun ellende als wisselgeld te kunnen gebruiken. In deze orde heeft Turkije volstrekt gelijk: wij nemen jullie vluchtelingen op en in ruil daarvoor kijken jullie niet meer zo nauw naar onze mensenrechten.

In de orde van barmhartigheid gaat het om de mensen die voor de hekken vastlopen en niet verder kunnen met hun leven. In de orde van de barmhartigheid gaat het om de pijn en het gemis van de vluchteling die zijn vrouw en kinderen moet missen, en die zich zorgen om hen maakt. In de orde van barmhartigheid gaat het erom dat alle mensen, ook de vluchteling, beeld en gelijkenis van God zijn.

In de orde van de feiten, van geld en regels ben je bang voor de veranderingen. In de orde van de barmhartigheid ben je benieuwd naar de veranderingen en naar hoe het nieuwe leven met al die vreemde invloeden eruit gaat zien. Misschien is het dat wel wat er bedoeld wordt in onze eerste lezing: ‘Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het — heb je het nog niet gemerkt?’

Op ons kapeloverleg afgelopen donderdag ging het precies ook om die twee vragen. Hoe kunnen we als Boskapel functioneren in de orde van financiën en bezuinigingen; hoe kunnen we doorgaan op de manier die ons zo vertrouwd is en die ons lief geworden is? En aan de andere kant: wat is onze roeping op het gebied van spiritualiteit; hoe kunnen we aan de mensen dienstbaar zijn met ons visioen van een wereld in Gods zin? Aan het einde van de avond keken we naar Herman Finkers, die feiten, geld en regels in een liedje afzet tegen de barmhartigheid:

‘Daarboven in de hemel, zien wij elkander weer,
daar maakt Andries Knevel ruzie met de Heer:
zoals ’t er hier aan toe gaat, dat strookt niet met de leer!
Dat klopt, zegt God, en daarom heerst er hier zo’n fijne sfeer.’

De farizeeërs en schriftgeleerden sleuren een vrouw voor Jezus. ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen zij overspel pleegde.’ Je vraagt je meteen af waarom ze niet ook de bijbehorende man meegenomen hebben. Maar de sharia-achtige oudtestamentische wetgeving concentreert zich alleen op de vrouw. En ze zeggen: Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen.

Dat zijn bijna dezelfde bewoordingen waarmee straks ook Jezus veroordeeld zal worden: ‘We hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ Volgens de wet, volgens de orde van feiten, geld en regels moet hij, moet zij dood.

Raar genoeg wordt hier niets verteld over de gedupeerde echtgenoot. Vindt hij ook dat zijn vrouw gestenigd moet worden? Als het toch ergens niet om recht gaat maar om barmhartigheid dan is het wel in een relatie. Misschien is zijn liefde zo groot dat hij haar wil vergeven? Misschien heeft hij zelf ook al lang gezien dat ze elkaar niet gelukkig maken en wil hij haar geluk niet in de weg staan? Barmhartigheid zou de eerste stap kunnen zijn om met elkaar opnieuw geluk te vinden.
Maar de farizeeërs zullen hem wel onder druk gezet hebben: Als je het recht niet zijn loop laat hebben, dan hoor je er niet meer bij. — Net zoals ze later ook Pilatus onder druk zullen zetten: ‘Als u Jezus vrijlaat bent u geen vriend van de keizer!’ —

Op een gegeven moment is de orde van de feiten, geld en regels niet meer toereikend, en dan krijgen we alleen maar verliezers: de vrouw, haar man, vluchtelingen, kerkgemeenschappen… ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ En als Jezus na verloop van tijd weer opkijkt, is iedereen weg. In de orde van de feiten, geld en regels worden we allemaal verliezers.

We hebben nu het jaar van de barmhartigheid, maar eigenlijk roept Jezus hier een hele wereld van barmhartigheid uit. ‘Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het — heb je het nog niet gemerkt?

Ekkehard Muth, 13 maart 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie