Het woord is aan jou

Gezamenlijke viering in Bezield Verband, Lc. 4, 14-21

In het evangelie van vandaag verbindt Jezus woorden van oudsher, van vijf eeuwen eerder, met de actualiteit van zijn dagen.
“Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan”.
Met andere woorden: IK ben het die van God gezonden is om jullie bevrijding aan te zeggen!

Een van de eerste films waarin Jezus’ levensverhaal wordt verbeeld verscheen in de jaren ’60 Misschien herinnert u zich die film: Il Vangelico secondo Matteo van Pasolini (1964), het evangelie volgens Mattheus.
In deze zwart-witfilm wordt Jezus in een aantal korte scenes opgevoerd als een man van weinig woorden.
Beelden uit die film vielen mij te binnen toen ik me ging bezinnen op het thema van de viering van vandaag: “Het woord is aan jou…” : Hoe doe je dat, hoe breng je het goede nieuws in weinig woorden?

Eerder deze viering kreeg Willem Pelser het woord.
Zijn bijdrage roept bij mij een aantal vragen op die ik wil verbinden met de evangelielezing van vandaag.

Willem heeft voor u enkele Godsbeelden uit de doeken gedaan en heeft belicht hoe de kerk daarmee is omgegaan. Maria Magdalena als de vrouwelijke kant van God op aarde, naast Jezus als de mannelijke kant. De donkere kant van God bleef niet onbesproken, maar toch:
God is liefde, licht, eenheid, dat hoorden we.

Ik ben vast niet de enige die rondom het begrip “God” met talloze vragen rondloopt en daarom wil ik u een poëtische tekst voorlezen die mij aanspreekt en raakt.
Een tekst over een groot geheim, een geheim waarmee velen van ons dag in dag uit rondlopen, niets om je voor te schamen, maar dat we desondanks nauwelijks met elkaar delen.
Ik lees u voor:

“Mijn God, ik weet niet wie Gij zijt, maar wél
dat Gij niet zijt een God naar mensentrant

Ondenkbaar, beeldloos Gij,
niet Gij — als gij en ik in mensentaal,
toch: ik en Gij.

Gezegend Gij, wiens wezen is dat ik U niet doorgronden kan
en Gij mij wel…

Die zo zijt dat geen naam U past
en alle licht een verre schijn
goud, klatergoud.

En alles niets,
een stameling van stomheid zijt Gij in mijn mond als ik U zing.

Maar niets, of alles ,
eeuwig, nu
zijn onvervreemdbaar;.
Gij in mij en ik in U.”

Tot zover deze voor vandaag essentiële tekst. `Het koor zal die straks zingen, tijdens het delen van het brood.

Vragen te over…..Want je kunt dan wel “het woord krijgen” , maar wat kun je er eigenlijk over zeggen, over “God”.
Misschien vinden we hier wel DE reden waarom wij zondags naar de kerk gaan. Om met elkaar bezig te zijn met dat geheim, dat geheim van God en mensen.

De onlangs overleden dominicaan Ad Willems, een van de opstellers van de brochure Kerk en Ambt die katholiek Nederland een aantal jaren flink in beroering bracht, verwoordde zijn idee van God als volgt: “net verdwijnend om de hoek” of “soms even oplichtend…” En:
“In God ligt onze hoop op ultieme levensvervulling”[1] .
Zo zou ik ook wel over God willen kunnen spreken…

De vraag omtrent God die mij vooral bezighoudt is :
Waar zijn wij in Godsnaam mee bézig?
En dan niet vanuit wanhoop, zoals de uitroep vaak gebruikt wordt, maar als oprechte vraag: waar zijn WIJ in Gods Naam mee bezig?

Wat doen wij, wat willen wij, wat kunnen wij als christenen in de samenleving betekenen vanuit ons geloof, vanuit onze traditie?
Wat vieren wij vandaag , in dit huis, binnen het Bezield Verband?
En wat was, wat is dat ook alweer?

Een jaar of vijf geleden schreef Huub Oosterhuis een boekje waarin hij opkwam tegen het gebrek aan spiritualiteit en de verwildering van de samenleving.
Een oproep om plaatsen te stichten van religie, kunst en cultuur die kunnen voorzien in de onmiskenbare behoefte aan eigentijdse spiritualiteit.
Huizen van Bezield Verband. Er zijn een aantal van die plekken ontstaan en onze gezamenlijke vieringen zijn daar een broodnodige uiting van.
En ik zeg het maar alvast: we zullen elkaar de komende tijd hard nodig hebben….

Mensen hebben behoefte aan bezieling, aan geraakt worden, om op koers te blijven en om dat in geloofsgemeenschappen met elkaar te delen.
Om hoop te putten, om zich met elkaar verbonden te weten om het leven aan te kunnen. En niet in het minst: om van daaruit te doen wat gedaan moet worden.

En om dat te kunnen blijven doen moet je soms je vertrouwde huis verlaten en je verbinden met mensen met wortels die jou eerder vreemd waren. Wortels die — welbeschouwd — verschillen in cultuur en liturgische vormen zijn, geen wortels.
Het narcisme van in wezen kleine verschillen is een onhoudbare luxe. Zij kan krimpende geloofsgemeenschappen de das omdoen.
Terug naar ons Bezield Verband: de bezieling, de vreugde van de toehoorders wanneer Jezus de woorden uit het boek van de profeet Jesaja voorleest. Woorden die in de synagoge al eeuwenlang klonken krijgen ineens een extra dimensie en wat voor één!
“Heden is dit Schriftwoord in vervulling gegaan”.

Op dat moment, in hun aanwezigheid, is het woord mens geworden, is “vlees geworden” in oude taal, het Woord verschijnt in levenden lijve.
Wat volgens oud gebruik leek te verlopen wordt in één klap onvoorstelbaar nieuw!
Het geschiedt voor hun ogen, zij horen het met eigen oren, het dringt door in hun hart.

“Heden is dit woord vervuld” – toen, in Nazareth.
Is dat heden alleen verleden tijd, of gebeurt dat woord ook aan ons, hier en nu?
“De Heer heeft mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangenen hun bevrijding aan te kondigen, en aan blinden dat zij zullen zien, om verdrukten te laten gaan in vrijheid.

In de gangbare uitleg van de Schrift wordt er steeds op gewezen dat deze vormen van bevrijding niet alleen letterlijk moet worden genomen, maar ook in mentaal opzicht: bevrijd uit geestelijke armoede en gevangenschap, het zicht terugkrijgen op waar het werkelijk om gaat.
En: Jezus kondigt het genadejaar van de Heer af.
Het jaar van Barmhartigheid van Paus Franciscus, het geschiedt dus hier en nu!

Het kunnen weinig evangeliewoorden zijn, net als in de film van Pasolini, maar bij de toehoorders slaan ze in als een bom.
En wij?
We zijn erbij en we horen toe, maar het is een Godswonder.
Een godswonder dat de woorden uit dit 2500 jaar oude profetische boek hier nog steeds weerklinken, impact hebben en gebeuren.

Het woord gebéurt, het geschiedt aan ons, hier en nu.
Het is die Geest van God, die door de komst van Jezus op aarde opnieuw vorm en inhoud kreeg. Die Geest die ons van dag tot dag bezielt, in beweging zet en aanzet tot doen wat moet worden gedaan.

Als afsluiting wil ik het stil laten worden en terugkeren tot het geheim van God in ons leven, tot de getuigenis van Willem Pelser.
Daartoe lees ik u een gebed van de hand van Peer Verhoeven.

“Gij Vader”[2]

Meer dan wie ook,
dieper dan wijzelf,
zijt Gij het hart
van ons leven.

Gij, die God wordt genoemd,
elke naam te groot,
alle perken te buiten,
ieder woord te boven.

Gij door ons gezocht
als bron van leven,
grond van bestaan,
houvast in de dood.

Gij, die Vader heet,
stil nabij, eeuwig trouw,
alleen te horen in tekens van liefde,
in mensen aan het licht gekomen.

Gij, God en Vader,
in Jezus Christus vlees en bloed geworden onder ons.

Amen

Frits Muller (Effata Geloofsgemeenschap), 24 januari 2016

[1] Geciteerd door Ted (T.M.) Schoof in een I.M. in het tijdschrift voor Theologie 2016 – 1
[2] “Gij Vader”, een gebed van Peer Verhoeven uit het Groot Gebedenboek , red. Piet Thomas, uitg. Lannoo

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie