Het Onze Vader

Het Onzevader op een bord in de OLV-ten-Vijver-Abdij.

Het Onzevader op een bord in de OLV-ten-Vijver-Abdij.
Door Waelsch (= G. Sfasie) – Eigen werk

Lucas 11, 1-13 (Genesis 18, 20-32)

Toen ik stage liep bij de wereldraad van kerken werd in alle vieringen bij het Onze Vader gezegd, dat iedereen dat in zijn eigen taal mocht bidden. En dan ontstond er altijd een soort race. Als eerste waren altijd de Engelstaligen klaar, op plaats twee eindigden de Franstaligen, en toen iedereen al lang stil was hoorde je nog de Duitstaligen: ‘denn dein ist das Reich und die Kraft und die Herrlichkeit, in Ewigkeit. Amen.’

Als je hier in Nederland protestanten en katholieken het Onze Vader tegelijk zou laten zeggen, dan zouden de katholieken stipt op plaats één eindigen. De winst halen ze vooral op de eindspurt bij ‘want van u is het koninkrijk…’ daar hebben ze namelijk een andere cadans. ‘Want-van-u-is-het-koninkrijk-en-de-kracht-en-de-heerlijkheid-in-eeuwigheid-Amen.’ Protestanten zeggen het zo: ’Want van u is het koninkrijk / en de kracht / en de heerlijkheid / in eeuwigheid. Amen’

De kroon wordt echter gespannen door twee jongens uit Brabant die op YouTube filmpjes hebben staan onder de titel ‘Cursus: Geloven in Brabants’ waar zij het Onze Vader in precies vier secondes opzeggen. Het is echt fenomenaal, daar moet u maar op googelen of als u mijn overweging op de website naleest, kunt u op de link klikken.

Wat ik hier vertel valt natuurlijk in eerste instantie onder de categorie ‘grappige verschijnselen’. Maar dat grappige weetje laat toch ook een diepere dimensie zien. Het is namelijk de vraag of je zo’n gebed mag opdreunen en afraffelen, of dat je het zodanig moet uitspreken dat je het met je bewustzijn kunt volgen, zodat je ook echt meent wat je uitspreekt. Waarschijnlijk zou u zeggen: natuurlijk moet je het Onze Vader geconcentreerd en met volle aandacht bidden. Maar dat is maar één kant van het verhaal.

Want als je eerlijk bent, hoe vaak dwalen je gedachten niet toch af? Denk je misschien aan de koffie na de viering, of schiet je iets onbenulligs te binnen? En is dat dan erg? Niet echt, want doordat we het Onze Vader sámen uitspreken zal er altijd iemand zijn die bij wijze van spreken voor je invalt en het gebed verder draagt.

Maar het kan ook zijn dat je misschien echt moeite hebt met wat je aan het uitspreken bent. Misschien had je helemaal geen goede vader, en zit je dat telkens weer dwars. Of voel je je misschien schuldig en vind je eigenlijk dat dat niet zomaar afgedaan kan worden met ‘en vergeef ons onze schuld’. En ‘zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven’ is natuurlijk ook makkelijker gezegd dan gedaan. Natuurlijk wil je met je hand over je hart strijken, maar bepaalde dingen zul je ook niet wíllen vergeven, misschien ook niet kúnnen vergeven. ‘En leid ons niet in bekoring’; wat als je al midden in de ‘bekoring’ zit, als je de verleiding niet kúnt weerstaan, als je die ook niet wílt weerstaan, omdat je anders jezelf voorbijloopt? En tot slot: het kwaad. ‘En verlos ons van het kwade’ gaat ervan uit dat het kwaad groter is dan wijzelf, dat wij ervan ‘verlost’ moeten worden omdat het ons overkomt. Soms ben je bezig met alle goede bedoelingen, en achteraf blijkt dan dat dit nou juist verkeerd was. Of het kwaad wat je aangedaan werd, is inmiddels in jou zo groot geworden dat je het niet meer van je af kunt zetten.

Zo vele vragen en zoveel hobbels. Als je het Onze Vader echt serieus en bewust wilt uitspreken dan is dat eigenlijk niet te doen. En ook daarom is het goed dat we het sámen uitspreken, want op het moment dat jij blijft hangen, zal de ander het van jou overnemen.

Maar als je het niet bewust uitspreekt, sluipt er dan niet het gevaar in dat het Onze Vader een lege huls wordt? Misschien is dat nou juist de bedoeling. Ik denk dat het Onze Vader zo’n belangrijke plek in ons geloof heeft gekregen omdat het juist als een lege huls functioneert. Als je puur naar de inhoud kijkt dan staat er alles in wat je nodig hebt: je dagelijks brood, je door God aangenomen voelen, de ander verdragen, standvastig zijn en je niet zomaar laten meesleuren, bevrijd worden van het kwaad, en op weg zijn naar het koninkrijk. Maar op die manier vormt het tegelijkertijd een stevige huls, waar je ook al het andere in kunt stoppen wat er leeft op de grond van je hart.

Dus ook al ben je met hele andere dingen bezig dan wat je aan het uitspreken bent, daarvoor maakt het Onze Vader juist ook ruimte. Dan wil je dat je kinderen een fijne vakantie hebben en veilig terugkomen, maar je bidt gewoon een Onze Vader voor hen. Geen woord over vakantie en files, en toch. Dan maak je je zorgen om iemand die ziek is, maar in plaats van een uitgebreid relaas over ziekte en beterschap bidt je gewoon een Onze Vader.
‘Heer, leer ons bidden,’ zeggen de leerlingen, en Jezus geeft hen het Onze Vader. Een gebed waar alles wat ertoe doet instaat, maar wat tegelijkertijd ruimte geeft aan zoveel meer. En ‘hoeveel temeer zal de Vader in de hemel dan niet … geven aan wie hem erom vragen.’

Ekkehard Muth, 24 juli 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

2 reacties op Het Onze Vader

  1. c.v.dreumel schreef:

    nog een reactie op Ekkehard’s overweging ” het OnzeVader”. Wat een hoopvolle overweging. Dit is het enige gebed dat door de jaren heen mij “nabij” is gebleven. Jarenlang was het voor mij, zoals veel gebeden, een “afraffelgebed” maar langzaamaan richtte ik me op de werkelijke inhoud en bad het heel bewust. Liet regel voor regel tot mij doordringen. En het klinkt denk ik nogal verheven maar ik heb nu het gevoel dat ik het samen met Christus bid, die het ons geleerd heeft. Echt bidden en het OnzeVader horen voor mij bij elkaar.Cor v. Dreumel.

  2. Theo Thier schreef:

    “Terug naar het Onze Vader?”, vraag ik me nu af…
    Geruime tijd geleden heb ik me afgekeerd van wat Ekkehard afgelopen zondag “de lege huls” noemde in zijn overweging.
    Ik wilde niet doorgaan met het zinloze afraffelen -om te beginnen- vóór én na de maaltijden. Daarvoor in de plaats leek me “Heer, zegen ons en deze gaven, die we van uw goedheid mogen ontvangen, door Christus onze Heer” wel iets.
    Tot ook hier de ‘sleet’ toesloeg.
    Toen was goede raad duur, want ik meende geen alternatief meer te hebben… maar tóch.
    Vóór ik ging eten, probeerde ik eraan te denken dat het niet zo vanzelfsprekend was, dát ik te eten had, of aan wie er allemaal moeite gedaan hadden aan mijn gedekte tafel…(daar bleken bij nader inzien een heleboel mensen bij betrokken te zijn).
    Ook de hongerlijders in de wereld kwamen regelmatig voorbij in mijn ‘overweging’.
    Na verloop van tijd sloeg ook hier helaas ‘het cliché’ toe, en daar zat ik dus mee…

    Misschien heb ik na zondag de weg terug gevonden; dankjewel, Ekkehard.

    Theo Thier

Geef een reactie