Het is het kleinste zaadje, maar o zo pittig

Door Rasbak – Eigen werk, CC BY-SA 3.0

Lucas 17, 5-10
De leerlingen zijn al lang met Jezus onderweg, maar opeens komt bij hun het besef op dat hun mooie beweging met Jezus niet eeuwig op dezelfde manier door zal gaan. Jezus maakt er steeds vaker gewag van dat hij er een keertje niet meer zal zijn, en hoe gaat het dan verder? En hoe meer Jezus het daarover heeft, hoe duidelijker voor hen de vraag wordt: Laten we het straks gewoon maar als een nachtkaarsje uitgaan, of gaan we door?

En als we doorgaan, wat staat ons dan allemaal niet te wachten? Hebben we daar wel de kracht voor, en de energie? Hebben we wel genoeg geloof? En ze vragen aan Jezus ‘Geef ons meer geloof!’

Geef ons meer geloof, die vraag ken je wel. Misschien vraag je niet om meer geloof, maar om kracht of uithoudingsvermogen, om wijsheid en om uitzicht. Misschien krijg je te horen dat je ziek bent en merk je dat je het de rest van je leven met beperkingen zult moeten doen. Misschien zijn je ooit dingen aangedaan die nog steeds door je leven spelen, die jou beschadigd hebben en die daarom je doen en laten blijven beïnvloeden. Misschien ben je ook verstrikt in een situatie waar je niet meer uitkomt, je maakt je zorgen en je hebt het idee dat je niet leeft maar geleefd wordt.

Laat je jezelf dan als een nachtkaarsje uitgaan, of vind je toch een manier om door te gaan? Word je patiënt — dat woord komt van het Latijnse patientia en betekent zoveel als lijden en geduld, afwachten — of lukt het je om te zien dat je niet alleen patiënt bent maar ook mens. Een mens met talenten, met je eigen humor en je eigen karaktertrekken. Dat je vader, moeder bent, echtgenoot, collega, vriend, gewoon een mens om lief te hebben. Word je slachtoffer van wat je allemaal aangedaan werd, zit je bij de pakken neer, zeg je: Ik zou wel anders willen, maar de situatie laat me geen andere mogelijkheden? Of lukt het je om niet alleen slachtoffer te zijn, maar ook een mens met veerkracht? Lukt het je om je dromen vast te houden en vind je de energie om er het beste van te maken?

Je zou weleens willen roepen: Geef me meer geloof, meer kracht, meer uithoudingsvermogen; geef me meer wijsheid en meer uitzicht.

Maar misschien merk je ook dat het je gaandeweg toch lukt. Misschien merk je dat je kracht en je vermogen wonder boven wonder toch voldoende blijken te zijn. Dan is het met je geloof, je uithoudingsvermogen en je vindingrijkheid als met het mosterdzaadje: het is het kleinste zaadje, maar o zo pittig.

De leerlingen zitten een beetje in hetzelfde schuitje als de mensen om de profeet Habakuk: ‘Hoe lang nog, Heer, moet ik om hulp roepen?’ en het antwoord wat Habakuk ontvangt is ook niet zo een-twee-drie geruststellend: ‘Dit was het antwoord van de HEER. Schrijf dit visioen op, grif het duidelijk in platen, zodat het snel te lezen is. Het visioen wacht tot zijn tijd gekomen is, het getuigt ervan, het liegt niet. Ook al is het nog niet vervuld, wacht maar, het komt zeker, het zal niet uitblijven.’ — Nou, ga er maar aanstaan. Het vraagt heel wat om staande te blijven. Jezus, geef ons meer geloof!

En Jezus komt met een vergelijking die misschien voor ons vandaag de dag niet meer zo gauw inzichtelijk is, maar voor de mensen van toen was het de gewoonste zaak van de wereld. Natuurlijk geef je aan een knecht niet meer versoepelingen dan nodig. Voor de mensen van toen was het volstrekt normaal dat een knecht na gedane arbeid op het veld meteen zijn taken thuis oppakte, en natuurlijk bedankte je hem niet, tenslotte deed hij niet meer of minder dan zoals het gewoon ging. Voor ons niet meer voor te stellen, maar toen heel gewoon, je gaf je knecht niet meer versoepelingen en niet meer aandacht. En zo zou Jezus zijn leerlingen ook niet meer geloof te geven. Dat hoeft niet, jullie zullen zien dat jullie geloof genoeg is. Het is als een mosterdzaadje en je zult nog wel zien hoe pittig het kan zijn.

Toen de augustijnen moesten besluiten om uit Nijmegen te vertrekken stonden wij ook voor de vraag: Laten we de Boskapel als een nachtkaarsje uitgaan of gaan we door? Toen hebben we besloten om door te gaan. En wat de leerlingen in ons evangelie nog maar slechts vermoeden, dat ondervinden we nu aan den lijve: het vraagt heel wat om staande te blijven. Heel veel inzet van vrijwilligers, heel veel vermogen om niet alleen de beren op de weg te zien, maar ook om te zien waar de weg naartoe zou kunnen leiden. Het vraagt ook om tochtgenoten, afgelopen zondag hebben we samen gevierd met de Effata-parochie en met de Doopsgezind-Remonstrantse Gemeente. En komende zondag vieren we samen met het Oecumenisch Citypastoraat in de Stevenskerk. En misschien zijn er nog heel andere tochtgenoten uit heel onverwachte hoek? Het vraagt ook om een goed verhaal, ‘schrijf dit visioen op,’ zegt God tegen Habakuk, ‘grif het duidelijk in platen’; het visioen wat we hier in ons vormingsprogramma proberen uit te dragen en wat we in onze vieringen proberen te proeven. En het vraagt om geloof dat het er komt. ‘Wacht maar,’ hoort Habakuk God zeggen, ‘het komt zeker, het zal niet uitblijven.’

Geef ons meer geloof, zeggen de leerlingen. Maar Jezus zegt: jullie hebben niet meer nodig, jullie weten nog niet half hoeveel geloof jullie al hebben. Dit mosterdzaadje, je zult het nog meemaken hoe pittig het is. En dat bleek. De leerlingen zijn doorgegaan, gelukkig maar, want anders waren we vanochtend niet hier.

Hebben we als Boskapelgemeenschap meer geloof nodig? Heb je in je ziekte of in je persoonlijke zorgen en noden meer geloof nodig? Misschien weet je nog niet half hoe pittig het mosterdzaakje kan zijn.

Ekkehard Muth, 2 oktober 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *