Het goede leven – over de grens

Foto: jo.sau

Foto: jo.sau

Lezing Lucas 17,11-19

Het goede leven. Wat maakt je leven eigenlijk goed? Ons evangelie begint met de zin: “Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria.” Dat klinkt als een onbeduidend bruggetje van het ene verhaal naar het andere, maar dat is het niet. Het gaat juist om dit grensgebied en het gaat juist om het overschrijden van die grens.

Opeens komen er tien mensen op Jezus af die ‘huidvraat’ hebben. Met ‘huidvraat’ wordt enerzijds de biologische ziekte lepra bedoelt, maar tegelijkertijd is huidvraat ook meer dan dat. Het is ook het buitengesloten zijn, dat niemand je meer durft aan te raken, dat mensen bang voor je zijn, dat je leven heel klein wordt omdat niemand meer gebruik wil maken van je talenten, dat je eigenlijk niet meer bestaat. Met huidvraat is je leven zo begrensd als het maar kan, en die grenzen blijven dicht.

Jezus stuurt de tien dan ook de grens over, niet alleen de grens met Samaria, maar ook de grens tussen jodendom en de Samaritaanse godsdienst, “ga en laat u aan de priesters zien.” Bij het overschrijden van de grens worden ze alle tien gezond. Maar er is maar één die terugkomt bij Jezus. En dat is uitgerekend de Samaritaan, de vreemdeling, de man van over de grens. “Waar zijn de negen anderen?” vraagt Jezus, maar dat is een retorische vraag. De negen anderen zijn alleen maar de geografische grens over gestoken, maar zij blijven gewoon in het hier en nu, in de materie. Ze zijn biologisch genezen, je lichaam is gerepareerd, en kan je weer lekker verder gaan met je eigen leventje. Maar de tiende, de man van over de grens snapt dat hij een andere grens is overgestoken.

Het goede leven. Wat maakt je leven goed? We hebben aan ons gezamenlijk vormingsprogramma van het Oecumenisch CityPastoraat en de Boskapel de titel meegegeven: ‘eindeloos leven’. En het thema van onze viering vanochtend is daar een afgeleide van. Als je nagaat wanneer je van het goede leven kunt genieten, als je bedenkt wanneer je leven goed wordt, dan heeft dat waarschijnlijk altijd te maken met dat je de grens overschrijdt. De grens van je eigen ik, en de grens van het materiële hier en nu.

Wanneer steek jij de grens over, wanneer wordt je leven goed? Je leven wordt bijvoorbeeld goed als je kunt liefhebben en als er van je gehouden wordt. Wanneer dus niet meer telt hoeveel je hebt en hoe knap je bent, maar als je ondanks alles onvoorwaardelijk naar elkaar verlangt. Als je de grens van je eigen ik overschrijdt en opgaat in de ander, en als de ander opgaat in jou en zo je eigen ik met ongekend leven vult en rijker maakt.

Je leven wordt goed als je van betekenis bent. Als je nodig bent op je werk, als je een goede ouder bent voor je kind, als je een oma of opa bent waarvan je kleinkinderen zich later de anekdotes zullen herinneren die zij met jou meegemaakt hebben, en jouw levenslessen. Als je niet alleen bezig bent met je eigen voortuintje, maar als je over het hek heenstapt en samen met anderen verschil kunt maken.

Je leven wordt goed als je ook de grenzen van het hier en nu kunt overschrijden. Als je verbeelding geprikkeld wordt wordt door een kunstwerk en je opeens voor je ziet hoe het anders zou kunnen zijn. Als de klanken van de muziek je vertellen van een andere wereld. Of als een lied je meevoert naar een dimensie die het hier en nu overstijgt.

En uiteindelijk wordt je leven goed, ik zou nu kunnen zeggen: als je gelooft. Maar ik zeg het maar wat breder, als je leeft met een vermoeden dat jouw biologisch materiële bestaan in het hier en nu ingebed is in een groter geheel. In het christendom noemen we dat dan gauw ‘eeuwig leven’ en ‘koninkrijk van God’, maar dat wekt de indruk dat het allemaal later of elders plaatsvindt. Terwijl het veel belangrijker is dat dit visioen ook al ons tijdelijke leven in het hier en nu beïnvloedt. Het maakt verschil of ik rondloop met het idee dat dit biologische leven alles is en dat ik het maar moet doen met wie ik ben. Of dat je verder kijkt dan het hier en nu, en dat je een perspectief hebt wat jezelf overstijgt. Je leven wordt goed als je dus ook die grens overschrijdt. Als je uitgetild wordt boven de beslommeringen van alledag en je jezelf overstijgt; als je leven op die manier verandert in eindeloos leven. – Jezus zegt dan ook de tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga, uw gelóóf heeft u gered.’

In onze vieringen proeven we het goede leven en in onze kerkgemeenschappen maar ook daarbuiten oefenen we het goede leven. Laten we het doen als die ene van de tien, gaan we telkens weer de grens over. “Dan,” zegt Augustinus, “worden de tijden vanzelf goed.”

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie