Hebt u ook zo’n droom?

3e adventszondag
Matteüs 11, 2-11 (Jesaja 35, 1-6a,10.)

Profeten zijn gedrevenen, mensen die leven met een visioen, een droom……………ooit zal het gebeuren dat…………… Hebt u ook zo’n droom? Leeft er diep in U, in jou, ook de hoop, het verlangen, dat het ooit…… Dit willen we samen delen in het licht van de derde kaars op de Adventskrans. Een teken van bemoediging. Een teken van vreugde.

Zoals Johannes de Doper moest getuigen van het heil, waarvan hij geloofde dat dit spoedig zou doorbreken. Hij was een idealist, een man die omwille van dat koninkrijk Gods dat hij verkondigde, een ascetisch leven leidde, teruggetrokken in de woestijn. Het is alsof de Geest van God in hem naar buiten komt. Met grote overtuigingskracht probeert hij mensen hierin mee te krijgen: ze moeten zich omkeren, terug naar wat verloren was: de leefregels uit de Thora, want het koninkrijk Gods is nabij gekomen.

Johannes verstaat de tekenen van de tijd. Jezus sluit zich bij hem aan en laat zich door hem dopen. Beide mannen bezitten hetzelfde uitgangspunt, dezelfde boodschap, dezelfde bevlogenheid. Bij beiden leeft dezelfde verwachting, in ieder geval de hoop dat het spoedig anders zal zijn. In beider harten zingt dezelfde oude profetie van Jesaja: “de woestijn zal zich verheugen. De wildernis zal juichen en bloeien. Wees sterk en vrees niet. Jullie God zal zelf jullie bevrijden.” (Jes.35,2,4)

Maar Jezus trekt, anders dan Johannes, ook een nieuw spoor. Dat maakt Johannes niet meer mee. Deze idealist komt in de gevangenis, omdat Jezus, voor wie hij de weg baant, te geliefd wordt bij de mensen. Jezus begint een bedreiging te vormen voor de religieuze machthebbers, die hun invloed zien afnemen. Wanneer Johannes dan ook nog het onrecht bij de naam noemt en het concreet aanwijst door de farizeeën en sadduceeën addergebroed te noemen, is de maat vol.
Zo’n propagandist moet de mond worden gesnoerd: weg met die man. Dan is een gevangenis de aangewezen plek, verlaten van alles en iedereen.

Mensen met een visioen, ze zijn van alle tijden. Ook wij kennen ze, veraf en dichtbij ons. En altijd zijn ze bedreigend. Ze brengen wanorde in een gevestigde orde, ze gooien zekerheden omver, confronteren je met je eigen misschien wel verloren idealen:
-Nelson Mandela werd jarenlang verbannen naar Robbeneiland.
-Martin Luther King:” I have a dream”
-Vaclav Havel, dissidente politicus, de Praagse lente werd met geweld gesmoord en het kostte hem 5 jaar gevangenis.
-Barack Obama, nobelprijs voor de vrede, voorbij geschreeuwd.
-Angela Merkel: “Wir schaffen das”: rechten voor vluchtelingen, ontheemden en asielzoekers:
“Wees niet niemand. Wees hun toekomst ongezien”(H.O.)
Zij heeft het begrepen maar hoe lang wordt dit geaccepteerd?

En onder ons, dichtbij, ze zijn er: mensen met een visioen die ondanks alles blijven hopen, blijven geloven misschien. Het zijn mensen die het vertrouwen in de dragende kracht van hun bestaan nooit zijn verloren. Bent u , ben jij zo’n mens?

We hebben allemaal iets van dit visioen in ons zitten. We weten dat de woestijn ooit weer zal bloeien als een roos. Maar is het visioen wel krachtig genoeg in ons? Is het niet verbleekt met het klimmen van de jaren? Misschien hebben we het visioen op eigen maat geknipt waardoor het zijn glans is verloren. Misschien ben je gaan twijfelen aan je idealen omdat ze niet haalbaar bleken Of hebben anderen in je omgeving jouw idealen belachelijk gemaakt. Dit lijkt ook het geval bij Johannes. Jarenlang heeft hij mensen opgeroepen zich te bekeren. Waar bleef die bijl die rotte bomen zou omhakken? Waar bleef de wan die het kaf van het koren zou scheiden? En het kaf verbranden in een onblusbaar vuur? Heeft hij zich zo vergist in deze Jesjoea, die hij als een geroepene zag. Bij zijn doop was de hemel opengegaan, het Licht overspoelde hem: “Dit is hij, mijn zoon, in hem vind ik vreugde” (Mat. 3-16,17). Waar was die stem gebleven?

Twijfels kunnen jou in een crisissituatie doen belanden. Je kunt er zelfs door in een identiteitscrisis geraken. Het kan de grondvesten van je bestaan doen wankelen. Je hebt moed nodig om in benauwende situaties met twijfel te leven en er vorm aan te geven. Je hebt moed nodig om een tijd in de woestijn te blijven en toch te blijven hopen, te blijven geloven: “Wees sterk en vrees niet” (Jes. 35,4). Je hebt moed nodig om je eigen gevangenisdeur open te breken, omdat je het Licht nooit bent verloren, omdat je je dromen bent blijven koesteren, omdat je je visioenen niet hebt opgegeven.

Johannes bezat die moed. Via zijn leerlingen hoort hij wonderbaarlijke berichten over Jezus. Het maakt zijn twijfels alleen maar groter. Want deze Jezus uit Galilea trekt een ander spoor, een nieuw spoor. Jezus doopt niet zoals hij en hij lijkt minder fel op de misstanden in de samenleving af te gaan. Hij laat juist ruimte voor tollenaars en zondaars, wil ze opnieuw kansen geven. Hij stuurt zijn leerlingen naar Jezus: “Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?” Ze keerden terug met het antwoord: “blinden kunnen weer zien, verlamden lopen weer, melaatsen worden genezen en doven kunnen weer horen.” Johannes herkent de messiaanse verbeelding: het zijn messiaanse tekenen. Door te verwijzen naar de profeet Jesaja plaatst Jezus zijn eigen optreden in het licht van deze heilsprofetieën en hij verbindt er zichzelf mee.

Daarna spreekt Jezus in prachtige beelden over de identiteit van Johannes: “Hij is het over wie geschreven staat, zie ik zend mijn bode voor U uit, die de weg voor uw komst zal bereiden” (Malakias 3,1). Zowel het optreden van Johannes als dat van Jezus kan dus worden gelezen en begrepen vanuit de Schrift. Als je door deze bril kijkt, lees je geen geschiedenis meer, maar heilsgeschiedenis. Johannes zal het niet meer meemaken. Hij voelt dat hij al met een been in het graf staat en Jezus komt hem niet bevrijden. Wat voor Messias is dat? Gevangenen bevrijden is toch ook een messiaans teken? “Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.” Het antwoord van een machteloze Messias. Is dat het antwoord op onheil? Nee, wij zijn het antwoord en we horen: “Wees sterk en vrees niet”.
En ook dan kan het nog verkeerd aflopen. Niet alles in je leven komt tot een goed einde. En toch blijf je hopen. Een visioen? Een droom? Laten we er maar gewoon in onze eigen omgeving mee beginnen zoals het in de Talmoed staat:

Als je in mensen geloofd hebt
die het af lieten weten:
ga dan toch door te geloven.

Als je op een wonder gehoopt hebt
dat niet is gebeurd:
ga dan toch door en blijf hopen.

Als je een spoor van liefde na wilde laten
dat werd vertrapt:
Ga dan nog verder met liefde.

Als je gedroomd hebt en daarna ontwaakt,
droom weer verder tot aan de morgen!”

Inspiratiebronnen: Liturgiekatern van Stichting Midden onder U.
H. Oosterhuis: De steppe zal bloeien.

Maria Schröder, 11 december 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *