Dominee en koopman

Johannes 20, 19-31

We noemen hem altijd de ‘ongelovige Tomas’, maar volgens mij is Tomas niet ongeloviger dan u en ik ook. Stel dat de leerlingen van Jezus uit verschillende landen waren gekomen, dan zou Tomas in dit gezelschap zeker de nuchtere Hollander geweest zijn. Eerst zien dan geloven. En als Nederlanders dominee en koopman tegelijk zijn, dan is Tomas eerder de koopman. Nuchter de feiten naast elkaar leggen. Ik moet eerst de wonden gezien hebben en mijn vinger op de zere plek gelegd hebben, dat is trouwens ook zo’n Nederlandse eigenschap, en dan wil ik het allemaal geloven. — Nee, Tomas is niet ongeloviger dan wij allemaal ook, daarom hebben wij ook het ‘on’ van ongelovig tussen haakjes gezet.

Dominee en koopman. In de geschiedenis gaat dat altijd in golven en op dit moment zitten we weer in een tijd waar de ‘koopman’ het voor het zeggen heeft. De feiten en wat je kunt zien, meten en bewijzen. Scholen vinden het bijvoorbeeld lastig dat de paasdatum elk jaar verschuift en niet in hun acht-weken-blokjes past waarin je een onderwerp kunt opbouwen en met een toets en de bijbehorende vakantie kunt afsluiten. Er zijn daarom ook discussies of je Pasen niet net als kerst op een vaste datum kunt laten vallen. Dan kan je beter plannen, en voor de economie is het waarschijnlijk ook beter.

Er zijn partijen die vinden dat kerken maar geen informatie meer moeten krijgen uit de gemeentelijke basisadministratie omdat andere hobbyclubs dat ook niet krijgen. Het moet allemaal gelijk zijn, en het is dan ook om het even of je doordeweeks in de file staat naar je werk of op tweede paasdag in de file naar de meubelboulevard. — Begrijp me goed, natuurlijk willen we niet terug naar de jaren vijftig waar het rijke roomse leven ook in de wetgeving stevig verankerd was. Natuurlijk redden we het geloof niet door de kerken privileges te geven, en we krijgen ook niet meer spiritualiteit door winkels te verbieden om op zondag open te gaan. Het is meer dat we zelf zo naar de koopmanskant zijn doorgeslagen.

Op Goede Vrijdag was in Nijmegen de voertaal in de winkelstraten Duits, omdat bij onze oosterburen de winkels gesloten waren, en omdat veel mensen dan ook niets anders kunnen verzinnen dan te gaan winkelen. — Wanneer sta je wel een keertje stil bij je eigen eindigheid en bij al het leed in de wereld en wat jezelf overkomt? Is het dan niet een goed symbool als Goede Vrijdag en Pasen net zo onvoorspelbaar in de kalender opduiken als ook ziekte en dood je onverhoeds kunnen treffen? En is het niet goed om midden in alle economische processen, ook als het even niet uitkomt, ruimte te maken om stil te staan bij het nieuwe leven en bij het geluk dat je net zo onverwachts hopelijk gaat overvallen?

We zijn een beetje doorgeschoten naar de koopman. In plaats van vluchtelingen snel de taal te laten leren, aan het werk te helpen en nieuwsgierig te zijn naar hun inbreng in onze samenleving, maken we de mensen tot handelswaar in een politieke deal. En in plaats van de verbinding te zoeken zoals we dat op paaszaterdag deden bij de vredesvlam in Nijmegen, worden in de Tweede Kamer de meest vreselijke leuzen geroepen over grenzen sluiten, en worden de terreuraanslagen gebruikt om alvast verkiezingscampagne te voeren. — Allemaal benaderingen vanuit het materiële, vanuit het feitelijke, vanuit de koopman, vanuit Tomas.

Maar daarmee doe ik Tomas ook weer onrecht, en ons allen misschien ook. Tomas is weliswaar een man van de feiten, eerst zien dan geloven, maar hij wil wel geloven. Tomas heeft ook de bijnaam ‘Dydimus’ en dat betekent ‘tweeling’. En zo groot als zijn koopmanskant ook is, de domineeskant in hem, de andere helft van de tweeling verlangt ernaar om te geloven. Hij heeft zijn vinger nog niet in de wond gelegd of hij haast zich om te roepen: ‘mijn Heer, mijn God.’

Ons verhaal wekt de indruk alsof er bewezen moet worden dat Jezus verrezen is, maar eigenlijk beschrijft het hoe Tomas opstaat. Zo hebben we ook met Pasen de verrijzenis gevierd. Niet zozeer de verrijzenis van Christus, en ook niet de opstanding na onze dood. Maar dat de verrijzenis al in ons leven hier en nu verschil maakt. Zoals een tweeling pas compleet is als ze met z’n tweeën zijn, zo is ons leven pas compleet als daarin naast de tastbare feiten ook het overstijgende ruimte krijgt. Dat je niet alleen onderpand bent in onderhandelingen, maar ook beeld en gelijkenis van God; dat je niet alleen consument bent met koopkracht, maar ook een waardevol mens. Dat je niet alleen een radertje bent om de economie draaiende te houden, maar ook een mens met vergezichten voor een nieuwe wereld. Dat je niet alleen Tomas de koopman bent, maar ook de tweeling Tomas de dominee. Een mens die niet blijft hangen in het hier en nu, maar een mens die daar ook telkens weer uit opstaat.

Als Tomas uitroept: ‘mijn Heer, mijn God’ klinkt het dan ook bijna als een opluchting: eindelijk komen de beide kanten weer bij elkaar, eindelijk is de tweeling weer vereend. Hij mag de wonden aanraken, maar veel belangrijker is dat Tomas hier verrijst.

Ik zei het al: Tomas is net zo gelovig en ongelovig als u en ik. Tomas, dat zijn wij; met ons leven in het hier en nu van alledag aan de ene kant, en aan de andere kant met ons diepste verlangen om op te staan naar een nieuw leven. — Dat we met Tomas mogen verrijzen.

Ekkehard Muth, 3 april 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Dominee en koopman

  1. Theo Thier schreef:

    Nog ‘ns nagelezen…
    Denk nu na over mijn naamsverandering:
    Tomas Thier

Geef een reactie