De traditie, dat zijn wij

Afbeelding: manhhai

Nu meer dan 50 jaar geleden riep paus Johannes XXIII het tweede Vaticaanse concilie bijeen. Hij deed dit omdat hij in de Kerk van toen verstarring zag, verstening zelfs, alles bleef bij het oude omdat het altijd zo was geweest. De Kerk stond met de rug naar de snel veranderende maatschappij en zag die maatschappij als vijand. Er was behoefte aan een Aggiornamento, de kerk moest bij de tijd gebracht worden.

Soms heb je een visionair nodig, die alles in beweging zet, paus Johannes XXIII was zo iemand. In zijn positie had hij allerlei nieuwe dogma’s kunnen afkondigen, maar hij riep de bisschoppen van de hele wereld bijeen om te overleggen.

Zo is het in de vroege kerk ook gegaan. Dat hoorden we in de eerste lezing. In de kerk van Antiochië beweren sommige christenen uit het jodendom dat de heidenchristenen zich moeten laten besnijden, en zich ook aan de rest van de wet van Mozes moeten houden. Paulus en Barnabas, de apostelen van de heidenen zijn het er niet mee eens maar willen niet alleen beslissen. Daarom besluiten de leiders van de gemeente een afvaardiging te sturen naar Jeruzalem, want zeker in zake de joodse wetgeving is de gemeente van Jeruzalem zeer gezaghebbend.

In Jeruzalem wordt samen met de gemeente daar overlegd, en gezamenlijk komt men tot de conclusie dat het verkeerd is de christenen uit het heidendom de last van de hele joodse wet op te leggen. Dit wordt verwoord in een brief aan de gemeente van Antiochië, die op een bijzondere manier begint: “In overeenstemming met de heilige Geest hebben wij besloten.” Je zou bijna zeggen, waar komt die heilige Geest ineens vandaan? Kennelijk verstaat deze gemeente zich zo, dat zij, als ze gezamenlijk overleggen over geloofszaken, zich geleid voelen door de heilige Geest. Dit hebben zij met Pinksteren al ervaren, en het is hen door Jezus ook beloofd. Als niet duidelijk is hoe zij moeten handelen, welke weg zij moeten inslaan, zal de Geest van Jezus bij hen zijn om te helpen. Ik ga weg, zegt Jezus, maar ik zal terugkomen en in de tussentijd zal de Vader namens mij de Geest zenden.

Belangrijk is het denk ik, dat de geest aanwezig is bij de verzamelde gemeente. Dat is in Antiochië zo en dat is ook zo in Jeruzalem. Paulus en Barnabas, Petrus en Jacobus, nemen niet in hun eentje de besluiten, er wordt met iedereen overlegd. Dan weten zij zich ook geïnspireerd door de Geest en kunnen ze een besluit nemen waar iedereen achter kan staan. Terugkijkend kunnen wij zien dat hier een scharnierpunt is in de geschiedenis van het vroege christendom. Als de hele wet van Mozes was opgelegd zou het christendom een kleine joodse sekte zijn gebleven, zoals de farizeeën of de sadduceeën. Dankzij deze aanpassing van de regels werd het christendom voor meer mensen aanvaardbaar en kon het doorgroeien. Tegelijk werd niet de hele wet overboord gegooid. Een wijs besluit. Zaken die jodenchristenen bijzonder tegen de borst konden stuiten, zoals het eten van offervlees, bleven verboden.

Ik weet niet of u bij het laatste kapeloverleg bent geweest. Als u daar was hebt u ook zo’n scharnierpunt meegemaakt. Ik moest een beetje aan Pinksteren denken. We zaten met z’n allen te luisteren naar de bezuinigingsvoorstellen, wat natuurlijk nooit zo’n vrolijk onderwerp is. En ineens sloeg de sfeer om. Er leek er een frisse wind te waaien. We begonnen te geloven dat er een toekomst is voor onze gemeenschap. We vinden het immers de moeite waard wat we doen. De Boskapellers die daar aanwezig waren, lieten merken dat ze bereid waren zich extra in te zetten voor het behoud van onze gemeenschap. Dezelfde avond nog werden de lijsten gevuld met namen van mensen die wilden meehelpen. Ineens werd duidelijk wat Jezus bedoeld moet hebben: maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Deze woorden waren niet alleen gericht aan de eerste leerlingen, of aan die vroege christengemeenschappen. Ze zijn ook aan óns gericht. Wij staan in een lange traditie. Wat waardevol is zullen we koesteren en doorgeven. Maar we moeten niet bang zijn aan te passen wat overbodig is geworden.

Na het Vaticaanse concilie is door behoudende groepen geprobeerd het Aggiornamento in de kiem te smoren. Maar nu is toch met paus Franciscus weer iemand opgestaan die in de kerk een nieuw elan weet te brengen.

Ook bij ons zijn mensen die zeggen: dat wordt toch niets. Nog een paar jaar en de Boskapel is er niet meer. Maar daardoor moeten we ons niet terneer laten drukken. Niemand van ons kan in de toekomst kijken. Maar we mogen toch de hoop blijven koesteren dat we verder gaan, en blijven geloven in wat Jezus zei: de Vader zal namens mij de Geest zenden. Laten wij daar straks bij het communielied van harte om bidden als we zingen: “Herschep ons hart, dat wij elkaar behoeden en doen leven. Maak ons tot uw gemeente”. Zo moge het zijn.

Annemiek Alferink

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar De traditie, dat zijn wij

  1. Theo Thier schreef:

    Een sterk punt in de overwgingen van Ekkehard vind ik de koppeling die hij meestal legt tussen de voorgelezen bijbelfragmenten en de hedendaagse situatie.
    Dat vind ik ook, Annemiek, in jouw overweging van afgelopenen zondag 1 mei. Fijn!
    Ook je opwekking om niet in treurnis te blijven steken als het ‘ns tegenzit, die je richtte tot boskapellers die dat helaas wél doen, kwam op een afgesproken moment naar het scheen; die had ik zich namelijk vlak voor je je opwekkende woorden uitsprak in een neerslachtige bui horen beklagen over de Boskapel.
    Compliment!

    Theo Thier

Geef een reactie