Brood om niet te vergeten – Eerste communie 2016

Eerste Communie 2016: Gina, Jesajah, Marit en SamHoeveel boterhammen eet je normaal? Tussen de middag eet ik altijd twee sneetjes brood. Dat is net genoeg, hoewel ik dan al tegen vijven toch weer trek krijg en me verheug op het avondeten. Hoeveel boterhammen eet jij? – Ik heb hier een piepklein stukje brood (en hier hetzelfde maar dan een beetje groter dat de mensen het beter kunnen zien). Het is heel plat en het ziet er ook niet uit als een ‘echt’ stukje brood. En straks als je het opeet zul je merken dat het niet eens een mondvol is, en je zult er al helemaal geen volle maag van krijgen.

Toen ik jong was waren we een keertje met de scouting op een meerdaagse wandeltocht. We hadden al de hele dag gelopen, mijn voeten deden zeer en ik kon eigenlijk niet meer. Bovendien was het begonnen te regenenen. We waren nat, we waren moe, we hadden honger en naar het dorpje waar we zouden overnachten was het nog kilometers lopen. De stemming was helemaal onder het nulpunt beland.

Plotseling zei een meisje uit onze groep: ‘Wacht even! volgens mij heb ik nog ergens een stukje chocola.’ Ze ging diep in haar rugzak zoeken en na een tijdje toverde ze een piepklein reepje chocola tevoorschijn, helemaal ingepakt in verfrommeld aluminium. — Slechts één reepje chocola, en we waren met z’n achten. Toen we het deelden kreeg iedereen een piepklein minuscuul stukje. Het was net genoeg om een beetje de smaak te proeven, maar toen het eenmaal in onze maag verdwenen was hadden we nog net zoveel honger als daarvoor.

En toch kikkerden we er behoorlijk van op. We werden opeens weer vrolijk, onze voeten deden opeens ook niet meer zo zeer, en de rugzak voelde veel lichter. We hadden ook geen last meer van de regen, en we liepen fluitend de laatste kilometers naar het dorpje.

Wat was er gebeurd? Aan dat kleine stukje chocola heb je toch eigenlijk niets. En aan dit kleine stukje brood ook niet. Maar toch krijg je er kracht van en energie. — Dat komt omdat je de chocola, en omdat je het brood met elkaar deelt. Als je gezellig met z’n allen aan tafel eet, dan krijg je er ook meer energie van dan wanneer je alleen met je bord op schoot voor de tv hangt. Het is niet zozeer de zeg maar ‘voedingswaarde’, de calorieën die je tot je neemt, maar je wordt vooral gevoed door de anderen. Dat was toen zo in onze scouting-groep, en dat is straks zo als je samen met je familie en met de hele gemeenschap hier het brood met elkaar deelt.

En Jezus heeft gezegd: ‘Als ik er niet meer ben, moeten jullie brood en wijn blijven delen. Elke keer als je dat doet, denk je aan mij.’ Dus als we hier samen zo’n klein stukje brood met elkaar delen, dan denken we daarbij aan Jezus. Dan is het alsof Jezus hier bij ons is. Dan eten we weliswaar zo’n minuscuul stukje brood, maar we krijgen de kracht van Jezus.

En met de kracht en de energie van Jezus kan je proberen om net zo te leven als hij. Straks bij het uitdelen zeg ik dan ook: ‘lichaam van Christus’. Daarmee bedoelen we dat je aan Jezus denkt en dat je de kracht krijgt van Jezus. Dat zijn lichaam en zijn kracht een beetje van jou worden, en dat jouw lichaam ook een beetje van hem wordt. Dat je hem dus handen en voeten geeft. ‘Lichaam van Christus’, en jij antwoordt met: ‘amen’. Dat betekent: zo moge het zijn, dat wil ik ook, hopelijk gaat dat gebeuren.

Fijn dat jullie vanaf vandaag met ons allen meedoen. Welkom!

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie