Achteraf ben je er blij mee

By: Helena

Lucas 13, 22-30 / Jesaja 66, 18-21

‘Achteraf ben je er blij mee.’ Dat is een beetje een calvinistische uitspraak. En dat zeggen we weleens gekscherend tegen elkaar als we bijvoorbeeld een flinke wandeling aan het maken zijn, waar het steil bergop gaat over moeilijke smalle paden. ‘Vinden we dit leuk?’ vragen we dan. ‘Is dit vakantie?’ En dan zeggen we op een moralistisch toontje: ‘Achteraf ben je er blij mee.’

En dat klopt natuurlijk ook. Als je eenmaal boven op de berg bent aangekomen en van het fantastische uitzicht kunt genieten, of als je aan het eind van de dag de voldoening ervaart, en als je merkt dat je weliswaar moe bent maar dat je je toch fit voelt. Dan ben je blij dat je al die inspanning geleverd hebt. ‘Achteraf ben je er blij mee.’

We noemen dat calvinistisch omdat Calvijn leerde dat je aan de manier waarop het jou lukt om met de wederwaardigheden van het leven om te gaan, kunt zien dat je uitverkoren bent. Later is dat een beetje doorgeschoten naar het idee dat je blij moet zijn met alle beproevingen, want hoe vaker je beproevingen meemaakt, hoe vaker je ook kunt ervaren dat God je daar doorheen trekt. En uiteindelijk, Calvijn heeft dat nooit zo bedoeld, is daaruit het idee ontstaan dat je moet afzien om dichter bij God te komen.

Onze evangelielezing lijkt dat alleen maar te bevestigen. En u kent waarschijnlijk ook de moralistische plaatjes met de brede poort waarachter de brede weg via allerlei zonden en verleidingen naar de afgrond leidt; en waar achter de smalle poort een weg van moeite en afzien wacht, maar waarop je uiteindelijk uitkomt bij het licht.

Maar ik vraag me af of Jezus dat zo moralistisch bedoeld heeft. Ik denk dat hij een heel andere ervaring aanspreekt. Namelijk: als je nagaat wat jou leven nou echt de moeite waard maakt. Of als je kijkt wat nou echt de momenten in je leven zijn die jou verder brengen. Situaties die jou gevormd hebben, gebeurtenissen waardoor je misschien een beter mens bent geworden? Dan zullen dat zeker momenten zijn van groot geluk en waar je leven over de brede weg mocht gaan. Maar hoe vaak zijn het niet juist de situaties waar de weg smal wordt, die jouw leven zo verrijken. Tijden ook, waar de weg misschien zo smal wordt dat je hem eigenlijk niet meer goed kunt zien, waar je je door het struikgewas moet worstelen als door een smalle poort. Periodes waar het tegenzit, waar de weg zo stijl wordt dat je amper meer vooruit komt. — Als je eerlijk kijkt dan komt achter de smalle deur je leven waarschijnlijk meer tot ontplooiing dan wanneer je alleen maar door de brede deur zou gaan.

Díe ervaring spreek Jezus hier aan. En die ervaring is zo oud als de mensheid. Het is ook de ervaring van onze voorouders. Daarom verwijst Jezus dan ook naar hoe Jesaja deze ervaring in onze eerste lezing onder woorden brengt. De weg van Israël, en dat is tegelijkertijd de weg van de hele mensheid, die weg is altijd een weg geweest van smalle poorten en onbegaanbare wegen. Eerst de weg die niet vol te houden was in de slavernij in Egypte. Dan de vlucht door de smalle poort van de rode zee met daarachter de moeilijke paden door de woestijn. En in de tijd van Jesaja zit Israël in de Babylonische ballingschap, opnieuw op een weg die bijna onbegaanbaar is.

Maar Jesaja zegt: ook door deze smalle poort zullen we weer tot leven komen. ‘Uit alle volken’, schrijft hij, dus uit de ballingschap in den vreemde, ‘zullen zij jullie ballingen terugbrengen … met paarden en wagens, met overhuifde wagens, op muildieren en kamelen, naar mijn heilige berg, naar Jeruzalem.’ Dat is het oeroude verlangen van Israël, het oeroude beeld van dat we uit alle windstreken verzameld worden in het koninkrijk van God. En Jezus knoopt daarbij aan en zegt: ‘uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God.’

’Achteraf ben je er blij mee’, zeggen we weleens gekscherend tegen elkaar. Maar daarachter schuilt deze oeroude ervaring van alle mensen voor ons en waarschijnlijk ook na ons, de ervaring die wij allemaal telkens weer opdoen. Over die ervaring heeft Jezus het. In ons evangelie wordt dat uitgedrukt met het beeld dat je ‘binnen mag komen’, en dat er voor je ‘open wordt gedaan.’ En daarmee zegt hij wat wij allemaal zelf ook al lang weten. Je komt eerder door de smalle poort tot leven dan door de brede poort.

Je zou kunnen denken dat het om een moralistische preek gaat. Maar dat is het niet. Hij wil gewoon dat je tot leven komt, dat je tot je bestemming komt. Dat je telkens weer kunt zeggen: ‘achteraf ben ik er blij mee.’

Ekkehard Muth, 21 augustus 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie