Zorg dat ik weer kan…

276129646ebbda3a_640_blinde1 Marcus 10, 42-56

Dat ik weer kan… Dat ik weer kan zien, zegt Bartimeüs in ons verhaal. En als je blind bent of slechtziend verlang je daar natuurlijk ook naar. Misschien kon Jezus dat wonder daadwerkelijk verrichten maar misschien moeten we het ook doen met waar dat-ik-weer-kan-zien voor staat. Waar verlang je zo intens naar, zoals een blinde naar licht?
Als Jezus jou zou vragen ‘wat wilt u dat ik voor u doe?’, wat zou je dan antwoorden? Dat ik weer kan…
Van de week stonden de vluchtelingen in de regen in het open veld aan de grens van Kroatië naar Slovenië, in het niemandsland, zonder onderdak, zonder voorzieningen, gevangen in de open lucht. En net als Bartimeüs moest schreeuwen en dringen, zo stonden ook de vluchtelingen wanhopig te dringen. Bartimeüs riep: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ En een van de vluchtelingen riep: ‘als je een hart hebt, doe dan het hek open!’
‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ Dat ik weer kan leven, dat ik de trauma’s en bedreigingen achter me kan laten, dat ik weer kan zien, namelijk perspectief, licht, vrede en misschien ook een beetje geluk. Als je een hart hebt, doe dan het hek open!
Bartimeüs is blind, maar Jezus niet. Hij ziet hem. Wij geloven dat God omziet naar zijn mensen, zelfs tot het uiterste toe. En wij willen dat vertalen naar wat mensenmogelijk is. De vluchtelingen komen uit een land waar de heerser bepaald niet omziet naar zijn mensen, een land waar de oude koude oorlog weer aan het opwarmen is, en ook nog eens een land waar IS een godsdienst predikt van een wrede god die een genadeloos schrikbewind voert. — ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ Dat u uw mensen ziet, dat u mij ziet, dat er mensen zijn die naar mij omzien.
Bartimeüs loopt aan tegen een Pegida-muur van mensen die het hek dichtgooien, die hem afsnauwen, houd je mond, terug in je hok. Wat zou jij aan Jezus vragen? Dat ik weer kan… En vaak moet je daar heel wat muren voor overwinnen. Mensen die jou niet zien staan, die niet lastig gevallen willen worden met jouw zorgen, die jouw verlangen gewoon van tafel vegen. Tegen zo’n muur kan je ook aanlopen in je familie: Houd je mond, het is beter om daar maar niet over te praten. Terug in je hok, ga nou dat oud zeer niet weer oprakelen.
Maar ook in jezelf zijn er soms muren waar je maar moeilijk doorheen komt. Dan slaat de twijfel toe: is mijn verlangen wel zo terecht? Kan ik het wel aan? En wat als ik weer kan zien? Misschien is het je gelukt om dat waar je je voor schaamt achter een dikke muur te verstoppen. Wat als ik weer kan zien, als ik onder ogen moet zien wat ik gedaan heb? Of misschien heb je iets verschrikkelijks meegemaakt en heb je zoveel eelt op je ziel ontwikkeld dat het jou niet meer kan deren. Wat als ik kan zien, wat als ik opnieuw moet aanzien wat mij aangedaan werd? Je moet heel wat overwinnen net zoals Bartimeüs al die omstanders moet overwinnen.
Maar hij kruipt niet terug in zijn hok, niet terug in de schaduw waar niemand last van hem heeft, en niet in zijn duisternis. Nee, hij begint des te harder te schreeuwen. En Jezus blijft staan en zegt: ‘Roep hem’. En dezelfde mensen die net nog als Pegida het hek dichthielden, die mensen gaan nu open, ze maken ruimte, en door een haag van schouderklopjes brengen ze hem naar Jezus; ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’
Het is in ons evangelieverhaal natuurlijk altijd de vraag wie nou blind is. Bartimeüs wil weer kunnen zien, maar het zijn de omstanders die tot nu toe blind waren. Ze waren alleen gefocust op Jezus, ze zagen alleen hun eigen heil wat Jezus hun zou kunnen brengen. Maar wat is dat dan voor heil als je de ander het licht in de ogen niet gunt? Wat is dat voor veiligheid en welvaart als anderen buiten de hekken in de regen en kou verpieteren? Daarom maakt Jezus eerst hen weer ziende: ‘roep hem’, zie hem, zie de mens die jou nodig heeft.
Op die manier komt er licht in de wereld. En als Bartimeüs gezien wordt en aangemoedigd wordt komt er al zoveel licht in zijn leven dat hij vol hoop kan zeggen: zorg dat ik weer kan zien. — En dan eindigt ons verhaal net als alle wonderverhalen met dat Jezus zegt: ‘uw geloof heeft u gered’. En dat is niet zozeer het geloof in Jezus en het geloof dat hij wonderen kan verrichten. Maar het is het geloof dat God jou bedoeld heeft om te leven in het licht. En dat je daarom moed houdt en op Jezus afstapt, zorg dat ik weer kan… En dat wij ons niet blindstaren op ons eigen heil en zo het licht in de weg staan, maar dat we ruimte maken zodat het licht tot in de donkerste uithoeken kan schijnen. Dat wij geloven dat God zijn mensen ziet en dat wij daarom naar elkaar omzien.

Ekkehard Muth, 25 oktober 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Zorg dat ik weer kan…

  1. Theo Thier schreef:

    Beste Ekkehard,
    Door (feestelijke) familie-omstandigheden was ik afgelopen zondag niet in de Boskapel, en heb dus ook je overweging gemist.
    Gelukkig is die op de boskapelsite te vinden. Je hebt niet alleen indrukwekkend het evangelieverhaal actueel gemaakt en “ogen geopend”, maar me ook een hart onder de riem gestoken, al zul je je dit misschien niet zo bewust geweest zijn.
    Welbedankt,
    Theo Thier, Alverna/Wijchen

Geef een reactie