Zaaien en groeien dankzij de Geest

Overweging bij Marcus 4, 26-34 en Ezechiël 17, 3-8 door Julia van Wel op 14 juni 2015

We hoorden twee parabels over het koninkrijk van God. De eerste gaat over een boer die zaait. Hij moet wachten tot het zaad opkomt. Hij kan rustig gaan slapen. Maar het zaad rust niet: het ontkiemt en gaat groeien. Verborgen in de grond gebeurt er van alles mee. Het groeit op eigen kracht, onafhankelijk van de boer. Pas als er kleine plantjes opkomen kan de boer weer aan de slag. Die kleine plantjes zijn hoopvolle tekens van groei en vruchtbaarheid. Zo groeit ook het koninkrijk Gods, zegt Jezus: waar het gezaaid wordt, groeit het in het verborgene. Het is een onstuitbaar, wonderlijk proces door de mens niet te sturen of te overzien.
Na het zaaien kan de boer even niets doen. Kunnen we zeggen dat in het ontkiemen en het groeien van het zaad God aan het werk is, dat hij ‘scheppend werkzaam’ is? Is God wel de Schepper van hemel en aarde en van mensen? Hebben wij hem nodig om te kunnen verklaren hoe alles is ontstaan, hoe alles blijft bestaan, blijft groeien en bloeien, en hoe alles ook weer vergaat?

Tijdens de leerhuisdag van Mariënburg werd deze vraag gesteld. Er waren deelnemers die meenden dat het ontstaan en het voortbestaan van de aarde, niets met God vandoen heeft. Alles wat op aarde gebeurt, kan vanuit de biologische en fysiologische wetenschappen worden verklaard, en vanuit de kwantummechanica. De kosmos is autonoom, alles voltrekt zich volgens natuurlijke wetmatigheden, vanaf of misschien wel vóór die Big Bang of oerknal die het begin is van alles. De enige vraag die nog interessant is, is ‘was God er al vóór die oerknal? Heeft hij die misschien zelf veroorzaakt?
Zelf houd ik het bij het Bijbelse beeld van de bemoeienis van God in de tijd dat er nog niets was. Het boek Genesis, het 1e Bijbelboek begint zó: ‘in het begin schiep God hemel en aarde. De aarde was woest en leeg, duisternis lag over de diepte en de Geest van God zweefde over de wateren’. Volgens de bijbel was het dus Gods Geest die aan het begin stond van al wat er is. En het is zijn Geest die nog steeds de natuur haar gang laat gaan en die de kosmos zichzelf verder laat ontwikkelen. Zou het niet óók Gods Geest zijn, waardoor Gods Koninkrijk kan groeien en bloeien in wat mensen zaaien in hun leven? Wat zegt de bijbel?

Ook de tweede parabel die we hoorden, gaat over ‘zaaien’. Het mosterdzaadje is kleiner dan elk ander zaadje, maar wordt een heel grote boom. Op het eerste oog stelt het koninkrijk Gods dus weinig voor. Het is nietig en heeft de schijn tegen, maar het bevat veel groeikracht. Het kleine kan tot grote hoogte uitgroeien en tot bloei komen. Een onooglijk zaadje door de mens gezaaid, draagt een grootse belofte in zich en geeft de hoop dat het wel goed komt met dat koninkrijk van God. Tenminste als de mens het juiste zaad over zijn akker uitstrooit. Maar hoe weet de mens welk zaad Gods koninkrijk doet groeien? Door wie of wat kan hij zich laten leiden als hij voor dat goede zaad wil kiezen?
boom aan het water
In de eerste lezing hoorden we van de profeet Ezechiël dat God zelf een twijgje van een hoge ceder plukt en op de bergen van Israël plant. Dat twijgje wordt een grote cederboom, die aan vele vogels beschutting en een woning biedt. De arend onder wiens vleugels de boom kon groeien en bloeien, staat voor God. Als je wilt blijven leven en groeien, zegt Ezechiël, ga dan niet bij God vandaan, blijf bij Hem, jij kunt groeien onder zijn vleugels en worden wie je ten diepste bent, en wie je wilt zijn. Zoek je heil niet bij een andere arend, bij een andere God of afgod. Als je dus de keuzes wilt maken, die goed zijn voor jouw leven en groei, maar ook goed voor de groei van Gods Koninkrijk, blijf God dan trouw en zoek je heil niet bij andere goden of afgoden.
Jezus gaat een stapje verder. Hij houdt ons voor: als je de juiste keuzes in je leven wilt maken, laat je dan omvormen door de Geest van God. Hij zegt tot Nikodemus: alleen wie opnieuw geboren wordt, kan het koninkrijk van God zien, en alleen wie geboren wordt uit water en geest, is in staat het koninkrijk van God binnen te gaan (Joh 3,3-5). Aannemelijk lijkt dat wie Gods Koninkrijk kan zien en wie er binnen kan gaan, ook het juiste zaad kan kiezen voor de groei van dat Rijk. Wie opnieuw geboren wordt uit water èn geest, maakt de juiste keuzes en kan ook zelf uitgroeien tot de mens die hij ten diepste is.

Voor Ezechiël zijn wij zelf die bomen die groeien en bloeien onder Gods beschermende vleugels. Een boom groeit omhoog maar ook in de breedte: takken buigen zich naar elkaar toe en bladeren raken elkaar. En zo is het ook met ons, mensen: we zijn met elkaar verbonden. In wat wij voor elkaar betekenen wordt Gods Koninkrijk zichtbaar. Wij kunnen elkaar vinden en verstaan dankzij de heilige Geest. Pinksteren is het feest van de ‘andere taal’, schrijft Ekkehard in Op de Hoogte. Die andere taal, de taal van de heilige Geest is een taal die in alle talen kan klinken. Dankzij de Geest kunnen wij elkaar vinden en verstaan, ongeacht de taal die ieder spreekt, en kunnen wij met elkaar ons inzetten voor dat Koninkrijk van God dat door wil breken in ons leven. Danken wij de Geest dat wij mogen groeien en bloeien aan de bron, onder de vleugels van Hem die groter en anders is dan wij. Zo moge het zijn!

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie