Welk meisje kies je?

girl photo

Johannes 6, 51-58 en Spreuken 9, 1-6; 13-18

Vrienden van ons hebben een dochter van 17 die natuurlijk smoorverliefd is op haar vriendje. Zo verliefd dat ze zich niet kon voorstellen hoe zij zonder hem drie weken lang met haar ouders op vakantie moest gaan. Nee, hij moest mee. Dat vonden onze vrienden geen zo goed idee. Afgezien van het prijskaartje als ze hem mee zouden nemen zou hij natuurlijk ook een heel andere dynamiek in hun gezin brengen. Aan de andere kant hadden ze er ook geen zin in dat hun dochter dan drie weken lang mokkend op de achterbank zit en de sfeer bederft. Dus, er moest een goed gesprek gevoerd worden. En volgens mij is er nu uitgekomen dat zij beloofde om niet te mokken en daarvoor krijgt zij op het vakantieadres een sim-kaart waarmee ze redelijk wat uren met haar vriendje kan bellen, appen en skypen of face-timen.

Zo’n goed gesprek, dat vinden we ook in onze eerste lezing uit Spreuken. Vader en zoon hebben het over het meisje. Wat is nou een goed meisje met wie je uren zou kunnen bellen, appen en skypen of face-timen. Wat is nou een meisje dat mee zou mogen op vakantie. En welk meisje kan je beter laten zitten.

Nu is zo’n alledaagse ouder-kind-discussie eigenlijk niet iets wat zomaar in de bijbel terechtkomt. Maar dit goed gesprek tussen vader en zoon staat wel in de bijbel omdat het boven het alledaagse uit juist ook nog om een andere dimensie gaat. ‘Hoe wil je leven, mijn zoon?’ lijkt de vader te zeggen. Wil je plat leven, enkel in het hier en nu? Of wil je verder kijken dan het hier en nu, wil je leven met ‘inzicht’, zoals het hier wordt genoemd? Wil je smaakvol vlees eten en heerlijke wijn drinken of wil je leven bij water en brood wat al door anderen voorgekauwd is?
Kortom, wil je leven plat en enkel in het hier en nu, of wil je leven met een dimensie erbij en met uitzicht op wat jezelf overstijgt?

In onze lezing uit Spreuken gaat het dus om een leven zonder geloof en een leven met geloof. En die beide levens worden gepersonaliseerd door vrouwe wijsheid en vrouwe dwaasheid. Welk meisje kies je?

De evangelist Johannes heeft die keuze al lang gemaakt. Het is voor hem de natuurlijkste zaak van de wereld dat je met vrouwe wijsheid omgaat. Natuurlijk heeft je leven een dimensie die boven jezelf uitstijgt. Vanzelfsprekend leef je niet alleen maar in het hier en nu. Je leeft altijd met één been op de aarde en met het andere been in de hemel. En als je brood eet, dan eet je niet brood alleen, maar dan eet je altijd ook brood uit de hemel.

We zijn het gewend dat we aan deze andere dimensie in ons leven ruimte geven door hier samen liturgie te vieren. Maar voor Johannes is het hele leven liturgie. Onze lezing is dan ook niet alleen een verhaal over een theologische discussie, maar onze lezing lijkt wel een stukje liturgie. Op het eerste gezicht lijkt Jezus hier een goed gesprek te voeren met de Joden, met de geestelijken dus, maar eigenlijk is het een tafelgebed: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u… Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald… Wie dit brood eet zal eeuwig leven.’ Wie weet was dat in de begintijd van wat later de kerk zou worden het gebruikelijke tafelgebed.

De andere evangelisten vertellen dat de instelling van het avondmaal, de eucharistie, gebeurde tijdens een maaltijd, waar Jezus opeens zegt: neemt dit brood, dit is mijn lichaam, en neemt deze beker, dit is mijn bloed. In het Johannesevangelie komen de instellingswoorden in een heel andere situatie te staan. Niet bij een maaltijd, maar bij een theologische discussie.

En opvallend genoeg krijgen de Joden hier de rol van vrouwe dwaasheid toebedeeld, en Jezus de rol van vrouwe wijsheid. Daarbij moet je weten dat in de tijd van Johannes het christendom zich al aardig aan het losmaken was van het jodendom. En in deze fase heb je het wel nodig om je duidelijk af te zetten. Vandaar die tegenstelling. Maar uit huidig perspectief gaat het niet meer om joden of christenen, maar het gaat erom of je uitgaat met vrouwe dwaasheid of met vrouwe wijsheid.

De joden krijgen hier dus de rol om het platte leven te verwoorden, enkel het leven in het hier en nu. Daarom spreken ze ook de taal van de feiten: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven.’ Terwijl Jezus het over een heel andere dimensie heeft, en daarom ook liturgische taal spreekt. Hij heeft het over brood niet als baksel, maar over brood uit de hemel; en hij heeft het over bloed niet als lichaamssap maar als drager en ziel van je leven.

Welk meisje kies je? Hoe wil je leven? Wat voor Johannes zo duidelijk is, is het voor ons niet altijd. Soms hebben we gewoon even geen contact met vrouwe wijsheid, of is het met het overstijgende hooguit een beetje bellen of een kort app’je. Maar dan weer zitten we te skypen of te face-timen en kunnen we vrouwe wijsheid even zien. En dan weten wij het natuurlijk ook.

Ekkehard Muth, 16-08-2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie