Waar is de hemel? Hemelvaart 2015

WolkenfotoLezingen: Mijn gewicht is mijn liefde (Belijdenissen 13, ix, 10) en Handelingen 1,1-12a

Waar is de hemel? Bestaat de hemel wel? Als je echt wilt weten of de hemel bestaat, moet je het er niet over hebben, je moet ernaar op zoek. Je moet kijken of je de hemel kunt vinden. Welke weg leidt naar de hemel? Wat gebeurt er als je de hemel zoekt? Wat gebeurt er onderweg? Wat gebeurt er met jou?

De apostelen staan naar de hemel te staren. Dat deden ze, want Jezus werd voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Dat is het hele verhaal van de hemelvaart zelf. Zo kort, dat je nauwelijks tijd hebt om het in je op te nemen. Nauwelijks tijd om te horen dat Jezus werd opgenomen in een wolk. Maar dat doet denken aan God, die schuilgaat in een wolk als Mozes God ontmoet op de berg. En bij het verhaal van de verheerlijking van Jezus op de berg komt een wolk het gebeuren overschaduwen en uit die wolk klinkt een stem: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, luister naar hem!”

De hemel is de plaats waar God zich verbergt. De hemel, die niet te missen hemel die zich boven onze hoofden uitstrekt, is de plaats waar wij God niet zien. En nu, bij de hemelvaart, blijkt ook Jezus te delen in Gods verborgenheid.

Als we naar de hemel staren, waarheen kijken we dan, in welke richting? Naar boven natuurlijk. Daar is de hemel. Met alle dubbelzinnigheid van het woord hemel, is het nu het uitspansel, of een hemel boven de hemel, of nog iets heel anders, de hemel is ‘boven’. Dat weet je niet alleen, dat voel je. Als je aan de hemel, iets als de hemel denkt, nemen je gedachten, je verlangens, een hoge vlucht. En je gedachten nemen je lichaam mee, je voelt jezelf lichter worden.

Vliegen is een droom, je wilt omhoog, springen, verder, hoger, nog hoger. Je voelt je licht als je blij bent. Je voelt je uitstijgen boven, buiten jezelf als je gelukkig bent. Carrière maken? Je stijgt op een ladder. Bij ranglijsten staat de beste, de mooiste, de grootste, de duurste altijd bovenaan. Omhoog, het is zo’n heel andere richting dan voor- of achteruit, of links of rechts. Omhoog is geen vanzelfsprekende richting. Het blijft fascineren: een vliegtuig dat opstijgt, de lancering van een raket, een hoogspringster die rakelings de lat passeert. In je dromen kun je vliegen. Je loopt, neemt grote en grotere stappen, en je vliegt. Of je droomt dat je valt; een akelig gevoel, totdat dat gevoel verandert, dat het vallen verandert in vliegen: een droom van een droom. Er is maar één richting waarin we de hemel kunnen zoeken en die richting is omhoog.

Augustinus weet dat ook, hebben we kunnen horen in de eerste lezing. Het geluk, de liefde, je eigen liefde, streeft omhoog. Je liefde brengt je naar de eigen plek van de liefde, naar de bron van de liefde, God zelf. Maar Augustinus zegt het ook iets subtieler, in de tekst om onze tekst heen: die plek is geen plek ‘ergens’. Het is de plaats waar je tot rust komt, de rust die Augustinus zocht vanaf het begin van zijn Belijdenissen: “Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U.” De hemel is voor Augustinus geen plaats, het is het tot rust komen zelf.

En als het geen plaats is, hoe kom je er dan? Voor zijn hemelvaart zegt Jezus tegen zijn apostelen: Ga niet weg uit Jeruzalem maar blijf daar wachten. Waarop? Op de Heilige Geest. God zelf, de hemel zelf, zal naar hen toekomen om bij hen te zijn en bij hen te blijven. Daarom gaan de apostelen aan het einde van het verhaal terug naar Jeruzalem. De weg naar de hemel loopt via Jeruzalem. De weg naar de hemel loopt over de aarde. Al ons wachten en waken, al ons bidden en werken, al ons verlangen naar beter en mooier: het kan alleen maar in Jeruzalem, het kan alleen maar op de aarde, we kunnen het alleen maar met elkaar. Door elkaar op te beuren, door elkaars lasten te verlichten, door elkaar aan te raken, lief te hebben, door samen te dromen en te doen. En al dromend en doende staat de hemel, staat de Geest, ons bij. Ons dichterbij dan wij onszelf.

De apostelen moeten wachten op de komst van de Geest. Dat geeft nog een andere richting aan. Vooruit in de tijd, op weg naar de toekomst. Op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De toekomst waar je op hoopt, is altijd een betere toekomst. Vraag maar aan de bootvluchtelingen uit Afrika en het Nabije Oosten. Ze hopen op een betere toekomst, een stukje van de hemel, voor henzelf en voor hun familie en kinderen. Ook hun weg loopt over de aarde en helaas ook over de zee, waar die weg maar al te vaak doodloopt. Toch zullen ze blijven komen, zolang het onrecht in de wereld mensen blijft neerdrukken en zolang het goede van de aarde zo ongelijk verdeeld blijft. De weg naar de hemel vraagt om gerechtigheid.

De weg naar de hemel kan ook op een andere manier doodlopen. Als mensen al precies weten waar de hemel te vinden is, of hoe de hemel op aarde er uitziet. Een wereld die geregeerd wordt als een theocratie, een godsregering, met onwrikbare, goddelijk verklaarde wetten. Wetten die alleen bestaan om hun eigen gelijk te bestendigen, niet om ons op te tillen in liefde. Afschrikwekkende voorbeelden vind je nu in de Islam, maar ook het christendom heeft zijn theocratieën gekend en nog steeds zijn er christenen die daarvan dromen. En sporen ervan vinden we nog steeds in veel kerken, als gezegd wordt dat de ware liefde toch allereerst ligt in het navolgen van regels.

De weg naar de hemel gaat via Jeruzalem. De weg naar de hemel gaat via ons alledaagse leven. We gaan die weg met onze alledaagse medemensen. Als we die weg gaan, ons laten inspireren door de Geest en ons laten optillen door onze liefde, door ons verlangen, dan is de hemel het einde van die weg.

Maar nu eerst: Jeruzalem, ons dagelijkse leven met elkaar. In liefde. En we kijken uit naar de Geest.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *