Vijf gerstebroden en twee vissen

Lezing: Johannes 6, 1-15

Een vriend van ons loopt al jaren de 4-daagse. En afgelopen maandag vertelde zijn vrouw: hij is er helemaal klaar voor. Op de keukentafel liggen vier pakketjes met fruit, mueslirepen en gedroogde vruchten, precies afgemeten voor de 40 kilometer. Als je ’s avonds het 4-daagse-journaal kijkt dan heb ik de indruk dat je de 4-daagse ook zou kunnen lopen zonder iets mee te nemen. Je krijgt overal zoveel toegestopt aan eten en drinken, er lijkt wel eten genoeg te zijn, niet alleen voor 5000, maar wel voor 42.000 man. Maar toch gaat elke loper goed voorbereid op pad met zijn eigen voorraad eten en drinken.

De mensen om Jezus heen zijn niet voorbereid, althans zo lijkt het op het eerste gezicht. En om dat nog eens goed duidelijk te maken vraagt Jezus aan Filippus: “Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?” Dat is een retorische vraag, want het is bij voorbaat al een onmogelijke klus, “zelfs tweehonderd denarie, een godsvermogen, zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.” Het is niet te doen, tenzij er een wonder gebeurt.

En daarmee is de evangelist Johannes weer in zijn element. Johannes lijkt op het eerste gezicht, net als de andere evangelisten ook, het leven van Jezus op aarde te vertellen. Maar met dezelfde vanzelfsprekendheid vertelt hij ook over wat er in de hemel gebeurt. Hij maakt eigenlijk geen onderscheid tussen hemel en aarde. Wat in aards opzicht een wonder is, is voor hem vanuit de hemel gezien gesneden koek. De grens tussen wat er op aarde mogelijk is en wat er in de hemel mogelijk is, die bestaat voor hem gewoon niet.
Gelukkig kennen wij dat soms ook. Soms blijk je meer kracht te krijgen dan je voor mogelijk hield. Dan ga je met lood in je schoenen op ziekenbezoek en je vraagt je vertwijfeld af wat je zo meteen moet gaan zeggen. Maar als je er eenmaal bent dan lijkt het als vanzelf te gaan. En sterker nog, als je weer naar huis gaat heb je meer troost meegekregen dan dat je zelf had kunnen brengen. Je bent met vijf broden op weg gegaan, maar je komt met 12 manden vol terug.

Of misschien ben je zelf ziek. Je hebt alles goed voorbereid, de euthanasieverklaring ligt klaar, en je hebt vastgelegd: als ik er zus en zo aan toe ben, dan treedt de procedure in werking. Maar opeens blijkt dat wat je van te voren als ondraaglijk lijden hebt gezien niet eens zo ondraaglijk is. Of misschien heb je het er wel voor over omdat je je partner en je kinderen toch nog niet wilt loslaten. Als ik nog maar twee vissen heb…, maar uiteindelijk blijk je er wel 12 manden vol te hebben.

Vanuit je aards perspectief had je het je niet meer voor kunnen stellen, en toch gebeurt hier wat eigenlijk alleen maar in de hemel mogelijk is. De grens tussen hemel en aarde lijkt opgeheven, je krijgt meer kracht dan je ooit had durven denken.

Dat is de boodschap van de evangelist Johannes. Houd de hemel niet op afstand. De hemel is dichterbij dan je denkt. Hemel en aarde gaan in elkaar over. En terwijl Filippus nog bezig is om te verkennen wat hij met zijn aardse tweehonderd denarie zou kunnen uitrichten, komt Andreas met de mededeling: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen.”

Dichterbij kan niet. Aan het begin van ons verhaal lijkt het erop dat Johannes aanstuurt op een groot wonder dat door Jezus verricht zou worden. Hij schrijft namelijk: Jezus stelde die vraag om hem ‘op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen.’ Dus eigenlijk wachten we op een groot wonder van Jezus. Maar houdt de hemel niet op afstand, en neem zelf ook geen afstand door al het hemelse bij Jezus neer te leggen. En uiteindelijk komt in ons verhaal de hemel op aarde door een kleine jongen.
“Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen.” Het gaat niet meer om de grote Jezus, ook al willen de mensen daar maar al te graag aan vasthouden; hij moet wel de profeet zijn, net als Elisa in onze eerste lezing die met een paar broden wel honderd man te eten geeft. En laten we hem maar meteen tot koning uitroepen. Maar Jezus trekt zich terug. Het gaat niet om hem, het gaat om die kleine jongen. Het enige wat hij doet is wat elke huisvader op het Pesachfeest ook doet: hij spreekt het dankgebed uit.

Hoe vaak voel je je ook als volwassene niet een klein jongetje dat aanhikt tegen dingen die eigenlijk veel te moeilijk zijn? Hoe vaak voel je je niet een klein meisje en weet je bij god niet hoe je, wat er op je pad komt, moet doorstaan. Kijk dan goed, je hebt vast vijf gerstebroden en twee vissen.

Ekkehard Muth, 26 juli 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie