Sta niet stil in het verleden

2e advent Lucas 3, 1-6

Wil de echte messias opstaan? zou je kunnen vragen. Als je namelijk de levens van Johannes en van Jezus naast elkaar legt, dan kan je je inderdaad afvragen waarom Jezus wel als messias gezien wordt en Johannes niet. Vanaf het moment dat Jezus zich door Johannes liet dopen had het ook heel anders kunnen gaan. En wie weet waren we dan vandaag de dag aanhangers van Johannes geweest. Jezus en Johannes, wil de echte messias opstaan?

Het is een oerbeeld in onze ziel. En de psychoanalyticus Carl Gustav Jung heeft gezegd dat deze oerbeelden ons door God ingegeven zijn. Daarmee bedoelde hij trouwens een god nog vóór die tussen de verschillende godsdiensten onderling verdeeld werd. Het is een oerbeeld in onze ziel dat belangrijke figuren altijd als tweeling verschijnen. Asterix kan niet zonder Obelix, Jip niet zonder Janneke, Derrick niet zonder Harry. En zo verschijnt ook Jezus niet zonder Johannes. Johannes als spiegelbeeld van Jezus, als wegbereider. Want grote persoonlijkheden richten niets uit als zij geen weerklank vinden En het is dan ook terecht dat we op 24 juni, precies op de helft tussen de kerstfeesten in, de geboorte van Johannes vieren. Zo wordt Johannes ook op de kalender het spiegelbeeld en de weerklank van Jezus.

In onze lezing wordt ook de kalender precies bijgehouden. Er wordt nauwkeurig vastgelegd: in het vijftiende jaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes Galilea, toen Filippus heerste over Iturea en Lysanias over Abilene; en toen Annas en Kaiafas hogepriesters waren — toen, precies op dat moment in de geschiedenis, toen richtte zich God in de woestijn tot Johannes. Deze dag is in de geschiedenis van de toen bekende wereld bijna net zo belangrijk als de dag waarop de wijzen een nieuwe ster aan de hemel zagen verschijnen. Toen dus, op deze dag liet God weer van zich horen.

En het werd ook hoogste tijd, want Tiberius en al zijn Pilatussen en Herodessen, die waren veelmeer bezig ter meerdere eer en glorie van zichzelf dan dat zij bezig waren met het welzijn van hun mensen. — Maria zou later dan ook zingen: ‘heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.’ En als Zacharias, de vader van Johannes na zijn stomheid weer kan spreken, zingt hij: ‘geprezen zij God, hij heeft zich om zijn volk bekommerd.’ — De Tiberiussen, Pilatussen en Herodessen hebben het al veel te lang voor het zeggen, maar nu spreekt God eindelijk weer.

En wat Johannes te horen krijgt klinkt hem als muziek in zijn oren: ga de mensen dopen zodat ze bereid zijn om weerklank te zijn van wat jullie al zolang verwachten. ‘Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden! Ieder kloof zal gedicht worden, elke berg en heuvel geslecht, kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.’ Dat is die oeroude droom die de profeet Jesaja al onder woorden heeft gebracht, en die door de profeet Baruch in onze eerste lezing opnieuw opgeschreven werd. De oeroude verwachting dat God eindelijk komt.

En die droom, dat zijn niet alleen vrome verheven woorden die in de synagoge opgelezen werden, die droom is ons al vanaf de schepping ingegeven als oerbeeld in onze ziel. Hoe vaak zou je niet willen dat er een weg was, een uitweg uit een langslepend conflict, een weg uit je ziekte. Waarom loopt je leven niet over een recht pad, maar via allerlei onbegrijpelijke bochten, en alsmaar weer moet je hobbels nemen. Als tegen een berg zie je op tegen de volgende controle bij de dokter, of tegen het moeilijke gesprek met je baas. Echtgenoten merken dat er tussen hen een kloof is ontstaan, en de weg terug is een ommelandse reis met veel bochten en hobbels. En na elke heuvel die je met moeite beklommen hebt moet je vaststellen dat er daarna weer een heuvel komt, en nog een. — Maar ergens, diep in je ziel zit het oerbeeld van een rechte weg, een geëffend pad. Kloven worden gedicht en bergen en heuvels geslecht.

God richt zich tot Johannes. ‘Sta niet stil in het verleden’, zet dit oerbeeld niet stil in een verborgen hoekje van je ziel. Maar ga en doop de mensen, maak die droom weer wakker met een flinke plens water. Laat ze niet langer stil blijven staan tussen al die hobbels, heuvels en bergen. Laat ze niet blijven hangen bij de kloven, en niet vastzitten in de bochten. ‘Sta niet stil in het verleden’ maar wees de weerklank van het visioen.
Grote persoonlijkheden, grote gebeurtenissen lossen op in het niets als ze geen tweelingbroer of -zus hebben, als ze geen weerklank vinden. Asterix kan niet zonder Obelix, Jip niet zonder Janneke, Jezus niet zonder Johannes; en God kan niet zonder zijn mensen.

Wil de echte messias opstaan? Jezus of Johannes? De echte messias kan pas dan opstaan als ook wíj opstaan.

Ekkehard Muth, 6 december 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Sta niet stil in het verleden

  1. Theo Thier schreef:

    Soms kraken m’n knieën als ik opsta…. letterlijk, en figuurlijk soms ook eigenlijk.
    Laat ik het toch blijven proberen.

Geef een reactie