Nieuwe ideeën voor het nieuwe

vluchtelingen photo Marcus 10, 35-45

Hoe vaak komt het niet anders dan je denkt? Soms kijk je terug op je leven en dan kijk je verwonderd hoe dingen toch zo anders gegaan zijn dan je daarvoor had gedacht. Misschien heb je schatten van kinderen die geslaagd zijn in het leven en die goed voor je zijn. Kinderen waar je trots op bent. Maar als je dan kijkt naar wat voor ideeën je vroeger had over hun opvoeding, of wat je in gedachten had over hun opleiding; als je eerlijk bent zul je moeten toegeven dat het allemaal heel anders gegaan is dan je je had voorgesteld.

Of hoe vaak heb je tegen ontwikkelingen aangekeken en wist je precies: zo moet het, en als het anders gaat dan alleen over mijn lijk. En wees eens eerlijk, natuurlijk is het dan heel anders gegaan, en achteraf zeg je misschien: het is maar goed ook.

En dan heb ik het nog niet over bijvoorbeeld ziekte. Hoe vaak denk je: als het zo blijft dan kan ik ermee leven, als ik maar niet nog meer moet inleveren. Maar dan moet je wel weer inleveren en blijk je opeens ook daarmee weer verder te kunnen.

Hoe vaak komt het niet anders dan je denkt. In het Duits zeg je weleens in een soort verbastering: ‘erstens kommt es anders und zweitens als man denkt’.

Waar ik naartoe wil is het volgende: Jakobus en Johannes hebben concrete ideeën over hoe het er in het hemelrijk aan toe gaat. ‘Wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links.’ Ze hebben het helemaal voor ogen: het hemelrijk, dat is Christus in het midden op de troon en rechts en links van hem zijn medeheersers, zijn gemachtigden.

En terecht worden de andere leerlingen boos. Niet omdat Jakobus en Johannes voor zichzelf alvast een betere positie willen veilig stellen, maar ze worden boos omdat die twee in oude termen over het nieuwe denken. Alsof het koninkrijk van de hemel niets anders is dan het zoveelste koninkrijkje op aarde. De twee willen dolgraag mee naar het nieuwe koninkrijk, maar het liefst willen ze daarbij op de oude voet verder. Ze willen wel het nieuwe, maar dan met oude ideeën.

Hoe vaak heb je niet al in je leven je oude ideeën moeten laten varen? En hoe vaak heeft dat niet beter uitgepakt dan je van tevoren kon bedenken? — Maar ook op dit moment zitten we in een grote overgangsperiode waar het oude niet meer voldoende houvast biedt, maar waar het nieuwe nog heel onduidelijk is. Ik zou als voorbeeld nu sowieso onze kerk kunnen noemen. Maar de afgelopen week komt ook de Protestantse Kerk met grootse plannen voor ingrijpende veranderingen. Ik zou onze augustijnse studiedag kunnen noemen waar we willen kijken hoe Augustinus ons in deze veranderingen kan inspireren. En ik zou ook ons laatste kapeloverleg kunnen noemen waar we met z’n allen gesproken hebben over hoe we samen de weg naar het nieuwe willen gaan. Maar misschien krijgen al deze veranderingen nog een extra slinger door de vele vluchtelingen die ons hier in Nijmegen en in heel Europa bereiken.

Jakobus en Johannes willen het nieuwe tegemoet treden met oude ideeën. Doen wij dat nu niet ook? We noemen het een ‘vluchtelingencrisis’ en we proberen het vervolgens af te handelen in de bekende oude patronen zoals we dat altijd met asielzoekers deden. Maar gaat het eigenlijk nog om, zeg maar, vluchtelingen-oude-stijl, of is het niet eerlijker om van een volksverhuizing spreken, van migratie. De mensen die nu komen, dat zijn niet meer de klassieke asielzoekers die binnen onze welvaart en vrijheid op de oude voet van hun verstarde traditionele ideeën verder willen leven. Nee, het zijn mensen die goed opgeleid zijn en die met hun talenten mee willen bouwen aan een toekomst die hun thuis onmogelijk gemaakt wordt. — En terwijl ik dit van de week opschreef stonden de vluchtelingen voor de Refter te demonstreren. Dat is natuurlijk niet goed voor de beeldvorming, maar ze staan te trappelen om eindelijk weer eens aan hun leven te kunnen bouwen.

In het oude denken is ons asielbeleid erop gericht om de vluchtelingen te helpen om zo goed mogelijk te integreren, zodat wij op de oude voet verder kunnen. Maar durven we ons voor te stellen hoe onze toekomst eruit zal zien als we onze oude ideeën laten varen, hoe het zal zijn wanneer al deze vluchtelingen hun bijdrage leveren en meebouwen aan onze samenleving?

Het zal er anders uitzien dan we nu binnen onze oude patronen kunnen bedenken. En voor wie zich zorgen maakt, het zal er ook anders uitzien dan wat ons nu eventueel door onze angsten wordt ingegeven.

Jezus zegt tegen de leerlingen: ‘Zo mag het bij jullie niet gaan.’ Want in de hemel gaat het al helemaal niet zo. ‘Wie van jullie de eerste wil zijn’, en je kan eraan toevoegen: wie van jullie rechts en links van de eerste wil zitten, die ‘zal ieders dienaar moeten zijn’. Het gaat precies andersom dan in het oude denken. In de oude wereld zou je verwachten dat de Mensenzoon komt om gediend te worden, maar in de nieuwe wereld komt hij juist om te dienen. – Augustinus heeft dat in zijn Regel vertaald: ‘Wie een overheidsfunctie heeft moet zijn geluk niet zoeken in de macht, waarmee hij kan domineren, maar in de liefde waarmee hij dienstbaar kan zijn.’ Die hangt mooi gekalligrafeerd op onze kamer.

Misschien bouwen in de toekomst al die mensen die voor de machthebbers hebben moeten vluchten mee aan een samenleving waar dienstbaarheid vooropstaat; wie weet? ‘Jullie weten niet wat je vraagt’, zegt Jezus. En inderdaad, we weten het gewoon niet. En misschien is dat maar goed ook. Dan hoeven we namelijk niet vast te houden aan onze oude ideeën, maar ook niet aan onze oude angsten. De nieuwe wereld zal onze voorstellingen, maar ook onze angsten overstijgen. Gelukkig maar.

Ekkehard Muth, 18 oktober 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie