Niets meenemen en toch veel bij je hebben?!

Lezingen: Marcus 6, 7-13 (Amos 7, 12-15)

Nog één week volhouden. Het is zomer. De Tour de France is in volle gang en met het drama van de valpartijen, de spannende sprints en de liedjes van Jacques Brel is het zomergevoel niet meer tegen te houden. Het liefst waren we allemaal nu al vanuit Utrecht met de Tour meegefietst voor een heerlijke vakantie in Frankrijk, maar voor de scholieren en onderwijzers onder ons is het nog één week naar school fietsen.

Of je nú met vakantie gaat of in een heel andere periode: de week voor je reis, dat is de week van plannen maken en koffers pakken. Wat ga je doen, wat staat je te wachten, wat moet je meenemen, waar moet je aan denken? Dat zijn precies de vragen die de leerlingen ook stellen: wat zullen we tegenkomen, waar moeten we aan denken, wat moeten we meenemen? — Maar van Jezus mogen ze juist niets meenemen, geen brood, geen tas, geen extra kleren, geen geld. Ze nemen alleen zichzelf mee. Ga maar. En als je ergens onderdak vindt, dan moet je daar blijven totdat je verder reist, en als je ergens niet welkom bent, moet je daar weggaan en de stof van je voeten schudden.

Toen ik in 1997 naar Nederland kwam, ging ik eerst Nederlands leren bij de ‘Nonnetjes in Vught’. Die week op het taalinstituut Regina Pacis kostte mij een rib uit mijn lijf, maar daarvoor kreeg je ook wat. Vijf dagen individueel les en als je na het eerste lesuur bij de volgende docent kwam, wist hij alweer wat jouw problemen in het vorige lesuur waren. En omdat de taalcursus toegespitst werd op je vakgebied kreeg je ook geen suffe teksten uit lesboeken, maar bespraken we actuele teksten over kerk en theologie uit Trouw van dezelfde dag. Alleen één ding wilden ze me niet leren. Ik wilde namelijk graag wat meer jargon leren, wat standaard zinnen zoals ‘de mens wikt maar God beschikt’, om maar iets te noemen, of liturgische formules die elke pastor nog in z’n slaap kan opdreunen. Maar, zeiden ze bij de ‘nonnetjes’, dat leren we je niet, we vinden het namelijk zo verfrissend als je die dingen in je eigen woorden formuleert.

Ik heb daar nog steeds last van, want sommige theologengrapjes waarbij je de tale Kanaäns moet bezigen, die lukken mij gewoon niet. Maar ik heb er ook heel veel gemak van, want het is inderdaad verfrissend als je de dingen die je wilt zeggen af en toe opnieuw doordenkt en ze dan ook net iets anders zegt dan iedereen gewend is.

Toch weet ik nog, dat mij de eerste diensten en vieringen in het Nederlands ontzettend veel energie kostten. Het voelde een beetje naakt. Ik stond er een beetje als de leerlingen, het was voor mij geen dagelijks brood, ik had geen reistas vol formuleringen om op terug te vallen en ook geen ‘geld’ tussen aanhalingstekens, want de ervaring die ik in Duitsland had opgebouwd was net als een andere munt, die kon ik in Nederland niet zomaar inwisselen. Ik had alleen mijzelf.

En ik denk dat het in ons evangelie precies daarom gaat. Jezus zendt de twaalf leerlingen uit. Maar de boodschap die ze moeten uitdragen, dat is niet zíjn boodschap, maar het moet de boodschap van henzelf zijn. Geen bijbelversjes opdreunen, geen tas meenemen vol leerstellingen, geen portemonnee met dure theologische vondsten. Nee, je gaat op stap met alleen wat je zelf gelooft, met wat jezelf doorleefd hebt en met wat jezelf doet om het koninkrijk op te bouwen.

Misschien voelt dat een beetje naakt, en misschien heb je zelfs het idee dat je zonder bagage helemaal niet zoveel bij te dragen hebt, maar als je goed kijkt, dan ben je waarschijnlijk verfrissender bezig dan je denkt. Misschien komen in de zomervakantie je kleinkinderen logeren en ben je een goede oma en een stoere opa. En opeens zie je jezelf dingen doen die je in geen jaren meer gedaan hebt, en misschien vinden de kleinkinderen dat je rare gewoontes hebt, maar die willen ze voor geen goud missen. Misschien ben je een goede buurvrouw en kunnen mensen op jou vertrouwen. Misschien kan je goed luisteren, of voelt het gewoon heerlijk om bij jou in de buurt te zijn. — Ik noem nu expres geen reistas vol verheven christelijke idealen, maar ik noem alleen wat je van die boodschap op jouw manier bewust of onbewust vertaalt.

Net als Amos zal je waarschijnlijk zeggen ‘Ik ben helemaal geen profeet, ik ben gewoon veeboer en vijgenteler.’ En dan komt de wel prachtigste zin in het verhaal, Amos zegt namelijk verder: ‘maar de Heer heeft me van achter mijn schapen vandaan gehaald.’ Daar begint het, achter je schapen, met je werkkleren nog aan, in je gewone leven met je bezigheden van alledag. Daar profeteer je, daar spreek je wat je van God begrepen hebt en daar draag je bij aan een wereld zoals God die voor ogen heeft.

In het Marcus-evangelie staat niet hoe de leerlingen van hun uitzending weer terugkomen, maar in de andere evangelies wordt gezegd dat zij helemaal opgewonden terugkomen en dat zij verbaasd zijn over wat ze allemaal voor elkaar hebben gekregen.

Of je nu op reis gaat, of dat je je reis thuis vervolgt, misschien gebruik je de zomerperiode om je weer eens op jezelf te bezinnen. Ik ben eigenlijk ervan overtuigd dat het je vergaat zoals Amos: dat je achteraf zult zeggen: De Heer heeft me van achter mijn schapen vandaan gehaald. En net als de leerlingen zul je merken: Ik had helemaal niets meegenomen, maar wat bleek ik toch veel bij me te hebben.

Ekkehard Muth, 12 juli 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to Niets meenemen en toch veel bij je hebben?!

  1. Theo Thier schreef:

    Beste Ekkehard,
    Enkele dagen vóór vertrek zoeken we de caravanpaklijst, om toch maar niets te vergeten, want je zult op de camping aangekomen tot de verbijsterende conclusie komen, dat je je scheergerei hebt vergeten, of het nagelschaartje en de washandjes thuis hebt laten liggen… ,om over de extra kleren maar te zwijgen. En die paklijst vertoont nog wel wat meer: 127 punten om niet te vergeten!
    O ja, één ervan moet ik ook zeker vermelden: de iPad, want we moeten tegenwoordige vooral bereikbaar blijven.
    Toen las ik je overweging. “Wat zielig, die apostelen”, dacht ik, ” alleen een reisstaf.” (Een wandelstok staat trouwens ook op m’n paklijst) M’n medelijden met die apostelen sloeg toch gaandeweg over in bewondering voor hen en enige schaamte ten aanzien van m’n eigen reisgedrag.
    Och, dacht ik, zíj moesten een boodschap brengen, en op een camping zitten ze niet zozeer op een boodschap van mij te wachten. Opluchting.
    Alhoewel…
    Sloeg tóch de twijfel weer toe…..door het nóg eens lezen van je overweging…op m’n iPad.
    Theo Thier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *