Maak dat ik geen klappen krijg

Ekkehard Muth
Augustinus: “Lieve God, maak dat ik geen klappen meer krijg”

Toen Augustinus een klein schooljongetje was, een ‘abecedarius’, of een ‘abc-Schütze’ zoals onze oosterburen het noemen, werd hij door de leraar regelmatig geslagen. Hij, die later zo een immens oeuvre zou achterlaten, was namelijk te lui om te leren schrijven.
Na het zoveelste pak slaag begint Augustinus op zevenjarige leeftijd voor het eerst te bidden: “Lieve God, maak dat ik geen klappen meer krijg.” Maar God zwijgt. En het kind moet maar liefst een kwart eeuw wachten voordat God in 386 door een ander kind wel tot hem spreekt: “Neem en lees!”

Met deze anekdote begint een nieuwe, in het Duits verschenen biografie van Klaus Rosen. De grote Augustinus, kerkvader en heilige is ooit heel klein begonnen. Misschien was het dat wat mij ‘ja’ deed zeggen tegen Peter van Hasselt, toen hij me vroeg een interview te geven voor augustijnen.nl, over mijn augustijnse inspiratie. Wat Augustinus betreft ben ik een ‘abecedarius’, maar Peter verstond het om al mijn halve flodders zo met elkaar te verbinden, dat het uiteindelijk nog heel wat lijkt. U kunt het hier nalezen.

Ook de grote kerkvader is ooit heel klein begonnen. Volgens mij is hij dat in al zijn uitingen en geschriften niet vergeten. Behalve dat dat een troostende gedachte is, maakt dat hem juist ook zo inspirerend.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Boskapelkronkel, Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *