Kerstnacht 2015

20121518_navidad_2012 Kerstnacht 2015

Het kan zomaar gebeuren. Plotseling stond er een engel van de Heer bij de herders. En plotseling voegde zich bij de engel een hele schare van hemelse machten die zongen, speelden en dansten. Net zo plotseling heeft paus Franciscus, tien jaar eerder dan het aan de beurt zou zijn, een buitengewoon heilig jaar afgekondigd, het jaar van de barmhartigheid.

Misschien denk je bij ‘barmhartigheid’ eerder aan diaconie en charity, maar als je kijkt waar barmhartigheid haar oorsprong heeft dan zie je dat barmhartigheid veel breder is. Een jaar waar we de nadruk leggen op de zachte krachten en op wat er meer is tussen hemel en aarde. Normaal regeren de harde feiten, de cijfers die alles meten, de procedures die ons het gevoel willen geven dat we alles in de hand hebben, en het geld. De supermarkten wilden ons tot en met vandaag nog doen geloven dat je bij hun met je geld gezelligheid en vervulling kon kopen. — Barmhartigheid betekent dat de harde feiten niet het laatste woord hebben. Barmhartigheid laat de cijfers voor wat ze zijn; barmhartigheid doet het toch anders dan de procedures voorzien. En barmhartigheid kijkt niet op geld. — Ten diepste betekent barmhartigheid dat je het kind ziet dat in de ander geboren wordt, en dat je ruimte geeft aan God die in jou geboren wordt.

Augustinus geloofde er heilig in dat God in je hart geboren wordt. Dat wil niet zeggen dat jij God bent, dat zou God wel heel klein maken, maar, als je zo wilt, een stukje van God zit er wel degelijk in je. Zoals uit een homp klei een vorm ontstaat die de maat heeft van de hand van de pottenbakker, zo heeft jouw hart de maat en de vorm van Gods hand. ‘Keer terug naar je hart’, riep Augustinus daarom altijd. En hij was ervan overtuigd dat alle mislukkingen, alle zonde en schuld, eraan te wijten waren dat je je te ver van je hart verwijderd had.

Een jaar van barmhartigheid is dan ook een jaar waar we weer terug gaan. Terug naar ons hart, terug naar het kind dat daar geboren wordt.

Ook Jozef en Maria gaan terug. Daar wordt in het kerstevangelie nauwkeurig bij stilgestaan. ‘Jozef ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Bethlehem heet, aangezien hij van David afstamde.’ Hij gaat terug naar Bethlehem waar hij geboren is. Terug naar zijn oorsprong. Wat er nu staat te gebeuren vindt niet plaats waar het leven en zijn carrière hem gebracht hebben, nee het gebeurt waar hijzelf kind is geweest.

En hij gaat terug naar zijn spirituele wortels. Naar de stad van David omdat hij achter-, achter-, achterkleinkind is van koning David. Onder David beleefde Israël zeg maar haar Gouden Eeuw. Natuurlijk was historisch gezien ook toen niet alles in de haak, maar volgens de overlevering kwam dit koninkrijk van recht en vrede aardig in de buurt van het koninkrijk van God. De messias, zo de overlevering, die zal dan ook uit het geslacht van David komen. Daarom heeft ook Jesaja het in onze eerste lezing over ‘Davids troon en rijk’. Zo gaat Jozef dus terug naar de spirituele traditie, terug naar waar hij het dichtste bij God kan komen.

Augustinus zou zeggen: Jozef gaat terug naar zijn hart. Naar zijn kindheid toen zijn hart nog zo oorspronkelijk mogelijk was, dus terug naar degene die zijn hart gevormd heeft. Zo keert hij terug naar waar God geboren wordt.

Vanavond keren ook wij terug naar ons hart. We willen terug, voorbij de harde feiten, we willen verder dan productiecijfers of statistieken het ons toestaan, we willen weg van de regels en procedures terug naar waar het juist anders kan, en we willen naar geluk, gezondheid en vrede, terug naar een wereld die je niet met geld kunt kopen. We willen terug naar barmhartigheid.

En het is een ommelandse reis, van Galilea naar Judea, van Nazareth naar Bethlehem, en daar eenmaal aangekomen blijkt er niet eens plek te zijn in de herberg. Je moet langs relschoppers heen die tegen vluchtelingen zijn. Misschien moet je om je eigen vooroordelen heen die je over asielzoekers hebt. Je moet door een land waarin Geert Wilders tot politicus van het jaar verkozen wordt. En na de terreuraanslagen in Parijs en de vele aanslagen in het midden oosten moet je maar je geloof vast zien te houden dat God ondanks alles toch in mensen geboren wil worden. Je moet door je angst heen, door je verdriet en je woede heen. En sowieso moet je door een wereld heen waarin de krachten van barmhartigheid alsmaar verder weggemoffeld worden in een stal achteraf.

Maar we zijn niet alleen onderweg. ‘Allen gingen op reis’, zo begint ons kerstverhaal. En de engelen zingen ‘vrede op aarde voor alle mensen van goede wil’. En met alle mensen van goede wil zijn we sindsdien op weg. Dan gebeurt het plotseling dat er mensen zijn die vrijwilligerswerk doen op Heumensoord. Plotseling zijn er meer mensen in Nijmegen die vluchtelingen willen uitnodigen om samen een kerstdiner te koken dan er überhaupt vluchtelingen zijn. Dan is er een paus die plotseling oproept tot een jaar van barmhartigheid. Dan zijn er plotseling mensen die met jou op weg gaan door jouw ziekte heen, die een arm om je schouder slaan als je even niet meer verder weet, die toegewijd blijven ook al maak je het hen nog zo moeilijk. Er zijn mensen die in deze kerstnacht op weg gaan om terug te keren naar waar God in ons geboren wordt.

En dan komen we bij het kind. In de stal tussen os en ezel in een kribbe met stro. Alle poespas hebben we achter ons gelaten, alle schone schijn laten we achterwege. We komen bij de kribbe , we komen aan bij zoals we ten diepste bedoeld zijn. Geen harde feiten, geen cijfers, geen regels en procedures, geen geld. We komen bij waar God zich zo met jou verbindt dat hij in jouw hart God geboren wordt.

En met de herders keren we weer om. Op het eerste gezicht lijkt het alsof we gewoon weer terug gaan, zij naar hun kudde en wij weer naar het oude. Maar onze manier van gaan is anders geworden. Over de herders zegt Lucas: ze ‘gingen terug terwijl zij God loofden en prezen.’ En over ons vraagt hij zich af: heeft onze gang door het leven niet iets van barmhartigheid gekregen? Dat je het kind ziet dat in de ander geboren wordt, en dat je God de ruimte geeft om ook in jou geboren te worden.

Ekkehard Muth, 24 december 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie