Jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter; in jou vind ik vreugde

Lezing: Marcus 1, 7-11

“Jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter; in jou vind ik vreugde.” Zo begint in onze lezing het het werk van Jezus, en zo beginnen we deze viering.

Dit is een ander begin dan wat het begin moet zijn van een islamitisch kalifaat. Dictaturen beginnen altijd zo: met terreur, met knokploegen die vreedzame demonstraties verstoren en met invallen bij kranten. Precies zo is ook het Nazi-regime in Duitsland begonnen. Maar ze kunnen vooral hun gang gaan door een meerderheid die alsmaar blijft zwijgen en die stiekem denkt dat de terroristen eigenlijk toch ook ergens een punt hebben.

Wat zou het toch goed doen als onze islamitische buren het zwijgen eindelijk zouden doorbreken. Dan konden we samen ‘geliefde zonen en geliefde dochters’ van de Vader zijn.

Welkom hier in de Boskapel, waar we de moed niet opgeven. We komen bij elkaar om het verlangen overeind te houden, om elkaar te bemoedigen en omdat we soms ook mogen meemaken dat het toch gebeurt. In de hitte van de strijd in deze week riepen we: “Je suis Charlie.” Maar hier komen we bij elkaar om te horen: “jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter; in jou vind ik vreugde.”

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Overweging

Marcus is heel kortaf. Traditioneel is het vandaag de zondag dat we het over ‘de doop van de Heer’ hebben en ongemerkt hebben we dan een tafereel voor ogen van Johannes de Doper midden in de woestijn met zijn voeten in het water van de Jordaan. Drommen van mensen om hem heen die uit de omstreken en zelfs uit Jeruzalem naar hem toe gekomen zijn, en die zich laten dopen. Johannes met zijn ruwe mantel van kameelhaar die alleen maar sprinkhanen en wilde honing eet, en die een beetje als een eindtijd prediker verkondigt dat het nu echt gaat gebeuren. Vervolgens komt dan Jezus, en uit de andere evangeliën kennen we het gesprek waar Jezus vraagt om gedoopt te worden, terwijl Johannes antwoordt: niet u moet ik dopen, ik zou veelmeer door u gedoopt moeten worden want ik ben niet eens goed genoeg om de riem van uw sandalen los te maken. Enzovoorts.

Maar Marcus vertelt van al dat bijna niets van. Van Marcus krijgen we alleen een heel beknopte samenvatting: Jezus komt naar Johannes om zich te laten dopen en als hij uit het water omhoogkomt, ziet hij de hemel openscheuren en klinkt een stem: jij bent mijn geliefde zoon. — Dat is alles.

Daar komt nog bij dat dit sowieso het eerste is wat hij over Jezus vertelt. Geen kerstverhaal van de stal en de geboorte, geen engelen en herders en koningen, helemaal niets. De eerste keer dat Marcus Jezus überhaupt noemt is in onze lezing: “In die tijd kwam Jezus naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.”

Waarom is Marcus zo kortaf? Het lijkt wel op een pauselijk document waar het vaak veel belangrijker is wat er niet in staat dan wat er wel in staat, want daar zit nou juist de ruimte. Ik denk dat het Marcus inderdaad om die ruimte gaat. Misschien wil hij met opzet alle invulling en aankleding weglaten zodat wij de ruimte krijgen om het verhaal zelf in te vullen. Het is alsof hij ons de steekwoorden aanreikt en wij moeten er maar een verhaal van maken. Misschien gaat het hem niet om het vastleggen van wat er in het verleden gebeurd is, maar gaat het hem er veelmeer om dat het ook in de toekomst blijft gebeuren.

Daarbij komt ook dat er in de theologie bij Marcus van het zogenaamde messiasgeheim gesproken wordt. Want telkens als Jezus een wonder verricht of als hij iemand geneest laat hij Jezus steevast zeggen: ga heen, maar zeg het tegen niemand. Alsof het in zijn evangelie niet eens om Jezus zelf gaat. Pas op de helft van zijn evangelie vraagt Jezus aan zijn leerlingen: “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” en vervolgens vraagt hij: “En wie ben ik volgens jullie?” En uiteindelijk komt het hoge woord eruit, en verkondigt Petrus: “U bent de messias.” Maar ook dan verbiedt Jezus hun om hierover te spreken, maar de leerlingen laten zich dan niet meer tegenhouden.

Waarom is Marcus zo kortaf? Misschien moet je je daarvoor ook de vraag stellen: wat maakt Jezus tot messias? Wordt hij de messias doordat Marcus dat in geuren en kleuren vertelt? Wordt hij de messias doordat Marcus dat in grote koeienletters opschrijft? Of wordt hij de messias doordat de mensen in hem de messias herkennen. — “Wie zeggen de mensen dat ik ben,” “en wie ben ik volgens jullie.” En hier in ons evangelie wordt hij de messias doordat Johannes roept: “na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken.”

Dus geen borstklopperij, geen schreeuwerige verkondiging, geen engelenkoren en ook geen uitgebreide verhalen — het evangelie van Marcus is met afstand het kortste van alle evangelies. En ook het moment dat de hemel openscheurt is in ons evangelie zo geschreven dat je de indruk krijgt dat eigenlijk alleen Jezus ziet wat er gebeurt. Híj ziet de hemel openscheuren en de Geest als een duif uit de hemel neerdalen. Of de omstanders dat ook gezien hebben schrijft hij weer niet, en ook niet of ze wel de stem uit de hemel gehoord hebben: “jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde.” Zelfs dat moment gebruikt Marcus niet om een beetje groter uit te pakken.

Er staat meer niet in zijn evangelie dan dat er wel in staat. En daarmee geeft hij ons wel erg veel ruimte. En dat is nou juist de bedoeling, namelijk dat wij die ruimte invullen, dat wij het verhaal aankleden met onszelf. Marcus levert ons bij wijze van spreken het skelet van het verhaal, maar wij moeten er body aan geven; wij moeten het vlees op de botten worden.

Marcus heeft zijn evangelie niet geschreven om te vertellen wat er ooit gebeurd is, maar hij heeft het geschreven opdat het telkens weer opnieuw gebeurt. Daarom is hij ook zo zuinig als hij over het moment vertelt dat de hemel openscheurt. Het gaat hem niet zozeer om Jezus. Dat de hemel bij Jezus opengaat is natuurlijk leuk en aardig, maar Jezus is niet gekomen ter meerdere eer en glorie van zichzelf — zeg het tegen niemand — Jezus is gekomen opdat de hemel voor óns opengaat, dat de hemel voor óns telkens weer openscheurt. Dat jij te horen krijgt: jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter; in jou vind ik vreugde.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *