Hoe gaat het met jouw licht?

-6_maarten_13_0001
Woord van welkom
Van harte welkom in de Boskapel. Welkom vooral ook de kinderen die vandaag gekomen zijn om Sint Maarten te vieren. Jullie zullen zo dadelijk met elkaar lantarens maken en aan het eind van de viering met jullie licht door de Boskapel trekken.

Wie had kunnen bedenken hoe zeer we die lampionnenoptocht juist vandaag nodig zouden hebben! De terroristen hebben ervoor gekozen om al het licht uit te doven en om duisternis te zaaien. Nu hebben we meer dan ooit mensen nodig die licht brengen. We hebben een lampionnenoptocht nodig waarmee we met z’n allen, Christenen, Joden, Moslims, anders gelovigen, niet-gelovigen, een zee van licht vormen. Met z’n allen hebben we hier in Nijmegen van het voorjaar na de aanslag op Charly Hebdo een gemeenschappelijke vredesverklaring getekend. Daarin hebben we met elkaar afgesproken dat we samen licht willen brengen. Eén grote lampionnenoptocht op het Malieveld, op de Place de la Republique, en op alle pleinen in de wereld.

Onze lezing van vandaag is dan ook nog uitgerekend een verhaal dat door terroristen heel makkelijk gebruikt zou kunnen worden. Over kosmische catastrofen, sterren die uit de hemel vallen en de zon die niet meer schijnt. Maar de fanatici lezen dan helaas niet door. Het licht komt namelijk niet uit dit kosmisch geweld, maar het komt voort uit mensen die licht brengen.
Net als de heilige Martinus van Tours dat gedaan heeft. Geen grootse geopolitieke maatregelen, maar gewoon je mantel delen. Hij is juist bekend geworden omdat het zo eenvoudig was, wat hij deed. Maar dat eenvoudige was zo verrassend en verbluffend dat het voor ons tot een voorbeeld is geworden. Zo eenvoudig is het om licht te brengen, zo eenvoudig als een lampionnenoptocht…
Laten we zo bij elkaar zijn.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

-6_maarten_13_0001
Sint Maarten
Marcus 13, 24-32

‘Ik loop hier met mijn lantaren, en mijn lantaren met mij
Daarboven stralen de sterren, beneden stralen wij
Mijn licht is aan, ik loop vooraan, rabimmel rabammel raboem
Mijn licht is uit ik ga naar huis, rabimmel rabammel raboem.’

De terroristen hebben hun lantaarn thuis gelaten. Zij hebben ervoor gekozen om het licht te doven. Zij propageren een diepzwarte hemel zonder sterren en een zon die niet meer schijnt. Dan is het des te belangrijker om te kijken hoe het is met je eigen licht.

Hoe gaat het met jouw licht? Is het soms ver weg, net zoals de sterren, amper te zien en onbereikbaar? Is je licht eigenlijk uit, is de zon verduisterd en zijn de sterren als het ware uit de hemel gevallen? — Of is je licht aan, zit je hier helemaal te stralen; je loopt voorop want in het licht zie je de weg helder en klaar? De sterren maken je nacht licht en overdag straalt de zon je helder en warm tegemoet. — Hoe gaat het met jouw licht?

Als kind herinner ik me nog de Sint Maartensoptochten. Die gingen thuis steevast gepaard met enige paniek, want of was mijn lampionnetje nog niet af of het ging vlak voor vertrek weer stuk en moest gerepareerd worden. Soms zag ik andere kinderen tijdens de optocht zo enthousiast met hun lampionnetje zwaaien dat het in vlammen opging. Daarvoor kwamen even later de elektrische lampionnetjes op met een flinke batterij in de handgreep en aan het uiteinde een fietslampje. Maar ook die haperden weleens. Altijd was er wel iets. Maar ik herinner me ook dat mijn vader dan met enige vernuft het toch altijd weer voor elkaar kreeg dat ik met een lampionnetje kon lopen dat het deed.

Waarschijnlijk gaat het met het licht in ons leven net zo. De ene keer gaat het uit en zie je geen hand meer voor ogen, en de andere keer straalt het helder en warm op je weg. En juist dáár gaat het om in ons evangelie. Ik zei het al, onze lezing kan koren zijn op de molen van de terroristen, maar dan hebben ze het niet goed begrepen. Het gaat namelijk juist niet om kosmische rampen met sterren die uit de hemel vallen en de zon die ophoudt te schijnen, maar het gaat om de rampen in je leven die voor jou wel kosmische dimensies kunnen aannemen. Dat je licht uitdooft zodat aan de zwarte hemel niet eens meer sterren te zien zijn.

— En Marcus heeft nog zo’n verhaal op tafel liggen, wat dezelfde ervaring beschrijft: het verhaal van de vijgenboom. Je kan je net zo dor en dood voelen als de takken in de winter. —

Maar, zegt Marcus verder, weet dan dat die takken gewoon weer zullen uitlopen een nieuwe zomer tegemoet. ‘Hij zal zijn engelen erop uitsturen’ als lichtstralen tot in de uiterste uithoeken van de aarde. Ze zullen als lampionnen-optochten de wereld intrekken totdat hemel en aarde baden in het licht. — Het gaat om de ervaring dat je licht uitdooft, maar tegelijkertijd gaat het juist ook om de momenten in je leven waar jij met je lantaren licht brengt, en waar jij als engel erop uitgestuurd wordt om licht te zijn.

Hoe gaat het met je licht? In ons evangelie wordt gesproken over grote kosmische gebeurtenissen, maar vaak is het net zo klein en eenvoudig als bij Sint Maarten en de bedelaar. Martinus van Tours rijdt op zijn paard de stadspoort binnen. Hoog te paard met een mantel die wijd over de rug van zijn paard valt en die ruim over de grond sleept als hij loopt. Een mantel die hem niet alleen warm houdt, maar die hem vooral ook status verleent. Toen hij door die bedelaar wordt aangeklampt wil hij in een reflex een paar muntjes pakken zoals hij dat altijd doet bij bedelaars, maar de buidel is leeg. Nu had hij gewoon door kunnen rijden, maar in plaats daarvan vraagt hij zich af hoe hij toch licht kan brengen. En net als bij ons thuis vlak voor vertrek naar de Sint Maartens optocht blijkt het uiteindelijk net zo eenvoudig als de reparatie van een lampionnetje. Maar je moet er wel met enige vernuft toch maar op komen hoe je het licht alsnog aan de praat kunt krijgen.

En Martinus verzint een oplossing die even eenvoudig is als vernieuwend. Hij snijdt zijn mantel gewoon doormidden. Zo eenvoudig is het vaak, maar je moet er wel even helemaal iets nieuws bedenken. En aan de andere kant moet je daarvoor ook openstaan. Het licht ziet er soms heel anders uit dan je zou verwachten.

In ons evangelie wordt de verwachting geuit dat de kosmische rampen beantwoord worden door een redding die net zo kosmische vormen aanneemt: ‘Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met grote macht en luister.’ Christus de heerser over hemel en aarde, een NAVO die met ongekend geweld IS platbombardeert. Maar het gaat heel anders: je zou verwachten dat hij de zon en de sterren met kosmisch tegengeweld weer op hun plaats terug zou rukken, maar zo gaat het juist niet. In plaats daarvan stuurt hij zijn engelen erop uit. Een lampionnenoptocht tot in de uiterste uithoeken van de duisternis.

Hoe gaat het met jouw licht? Voor wie ben jij een licht? Misschien denk je dat je maar een eenvoudig lampionnetje bent, maar misschien is dat voor een ander net genoeg om weer perspectief te zien. Of wie is er niet allemaal om je heen die jouw lampionnetje toch weer aan de praat krijgt? Soms door heel eenvoudige maar onverwachte dingen.

‘Ik loop hier met mijn lantaren’ — Dat we met elkaar in een steeds groter wordende lampionnenoptocht optrekken. Dat we licht brengen en voor elkaar licht mogen zijn.

Ekkehard Muth, 15 november 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie