Hoe ben jij tot geloof gekomen?

Lezing Marcus 1, 14-20

Vissers, Middeleewse miniatuurHoe ben jij tot geloof gekomen? Hoe komt het toch dat je vanochtend hier zit en niet op je racefiets of op de meubelboulevard? Bij de meesten van ons is het waarschijnlijk niet gekomen door een visser van mensen, en waarschijnlijk al helemaal niet doordat iemand zei: kom, volg mij, waarna je alles uit je handen liet vallen om gelovig te worden.

Hoe ben je toch tot geloof gekomen? Misschien heb je weleens iets ingrijpends meegemaakt, misschien werd je inderdaad, net als Jona opgeslokt door een grote vis, en op een nieuwe plek in je leven neergezet. Maar misschien is het bij de meesten van ons zo dat je er ongemerkt ingegroeid bent. Ik was een keertje op bezoek bij de Karmelietessen en toen werd de moeder overste gevraagd: hoe bent u toch in het klooster terecht gekomen, was dat roeping? — Ik heb geen idee, zei de overste, ik ging als meisje gewoon met mijn ouders naar de kerk, dat vond ik leuk. Later kwam ik in aanraking met de zusters Karmelietessen, daar ging ik weleens naar de getijdengebeden, vervolgens nam ik een paar keer deel aan een retraite, dat sprak me allemaal aan. Moet je dat nou roeping noemen? Eigenlijk ben ik er een beetje ingerold.

Misschien ben jij er ook een beetje ingerold. Waarschijnlijk had je, net als ik, geen grootse bekeringsmomenten, geen Jona-walvis, maar waren er op je levenspad steeds maar weer van die impulsen, kleine gebeurtenissen, dingen die je raakten en nieuwsgierig maakten, mensen die jou inspireerden of die je gewoon een gevoel van warmte en vertrouwdheid gaven. Misschien ben je er gewoon ingerold.

Wie weet werd je dus niet zozeer meegesleept door een visnet waardoor je geen kant op kon, maar was het eerder een net waarvan de mazen zo wijd waren dat je slechts af een toe een draadje tegenkwam. Misschien ben je dan ook eerder meegenomen door andere ‘vissen’, door andere mensen en gebeurtenissen, dan door de mazen van het net. En misschien ben je er af en toe ook net zo makkelijk weer uitgerold en op een ander moment weer ingerold.

Soms dromen we in de kerken ervan dat we ‘vissers van mensen’ konden zijn. En dan hebben we meestal een heel fijnmazig net voor ogen, zodat de mensen onmiddellijk alles uit hun handen laten vallen en massaal toestromen. Waarom is dat toch toen bij Jezus wel gelukt, en lukt dat nu niet meer? – Maar zo werkt het niet, en zo werkte dat bij Jezus ook niet. Het Marcusevangelie is het kortste evangelie van allemaal en Marcus geeft dus alles in telegramstijl weer. De andere evangelisten beschrijven de roeping van de leerlingen veel uitgebreider, maar Marcus doet dat in slechts vier zinnen. Ik zei het al in een eerdere overweging: het gaat Marcus er niet zozeer om een oud verhaal te vertellen, maar het gaat hem erom dat het verhaal ook bij ons blijft gebeuren; het gaat hem niet om de geschiedenis, maar daarom dat het blijft geschieden.

Misschien ging het met Simon en Andreas en met Jakobus en Johannes toch eerder zoals met de moeder overste. Misschien hadden ze al veel over Jezus gehoord, misschien bleven ze zich verwonderen over de rijkdom die zij met hun netten telkens weer boven water mochten halen, en natuurlijk kenden ze ook het verhaal van Jona. Wie weet leefde in hen diep van binnen iets van een verlangen dat de vissen die ze vingen, net als de grote vis van Jona, hen uiteindelijk toch naar hun bestemming zouden brengen, naar een nieuwe wereld. Het balletje was al lang aan het rollen en toen Jezus uiteindelijk langskwam rolden ze erin.

Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken. Maar anders dan hun visnetten heeft het net van Jezus heel wijde mazen. Zo wijd dat je er makkelijk doorheen kunt zwemmen. Afgelopen week werd in Trouw heel veel aandacht besteed aan een nieuw onderzoek over geloof in Nederland. Intussen zijn er meer mensen die gewoon door de mazen heen zwemmen dan mensen die nog wel geloven. En ze willen zich al helemaal niet door een net in een bepaalde richting laten meenemen, ze willen er geheel op eigen kracht komen.

Misschien moeten we bij ‘vissers van mensen’ dan ook niet meer denken aan dat fijnmazige net, wat we zo graag voor ogen hebben. Misschien betekent vissers van mensen veelmeer dat wijzelf zwemmen, dat we niet vissers maar vissen zijn op zoek naar een nieuwe wereld. Dat we daarbij, zoals vanochtend in de Boskapel, samen een eindje op zwemmen. En dat we een soort levend net worden, een netwerk van mensen, waarin we elkaar inspireren, waar we elkaar helpen als we op de proef gesteld worden, en waar we ons laten meeslepen door ons verlangen. Mogen we zo vissers van mensen zijn, met een net van mensen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie