Het is al begonnen, merk je het niet?

adevent44e advent Lucas 1, 39-45

‘Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer zij met u. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot.’ Ons weesgegroet kom uit onze lezing van vandaag.

Überhaupt komen uit de eerste twee hoofdstukken van het Lucasevangelie de wel belangrijkste liederen van de christenheid. Het begint met de Lofzang van Zacharias, de man van Elisabeth. Hij doet weliswaar nog dienst als priester in de tempel maar op hun leeftijd hebben ze hun vruchtbare jaren, zowel geestelijk als lichamelijk, al lang gehad. Maar opeens blijkt Elisabeth toch zwanger te zijn en Zacharias wordt met stomheid geslagen. Als hij weer kan spreken zingt hij het uit: ‘Geprezen zij God, hij heeft zich om zijn volk bekommerd.’ De lofzang van Zacharias. die wordt nog elke dag in de kloosters in de lauden gezongen.

En dan de lofzang van Maria, het magnificat, ‘mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder.’ Dat is het lied geworden waarin alle mensheidsdromen verwoord zijn: God heeft oog voor de kleinste mensen, de machtigen stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien; wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen; hij trekt zich het lot aan van zijn mensen en zij zullen leven in barmhartigheid. — Ook dit lied klinkt elke avond in de vespers.

Vervolgens vinden we in de buurt van onze lezing de lofzang van Simeon, het nunc dimittis. De oude Simeon heeft nog maar één wens: hij wil pas dan sterven als hij gezien heeft dat het goed komt met deze wereld. En als hij de jonge Jezus ziet, pakt hij hem op, doet een dansje en zingt: ‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan…, want met eigen ogen heb ik de redding gezien.’ — Elke nacht, voor het slapengaan, klinkt het nunc dimittis in de completen.

En dan hebben we het nog niet over de engelen die bij de herders in het veld zullen zingen en spelen dat je oren en ogen tekort komt. En vandaag hier in onze lezing dus het Ave Maria, ons weesgegroet. We doen er soms een beetje besmuikt over, want het herinnert ons aan een ouderwetse manier van geloven die we eigenlijk losgelaten hebben. Maar als er op vier bladzijden van de bijbel zoveel gezongen wordt, dan betekent dat dat we hier bij de kern komen van ons geloof. Hier gaat het om het binnenste en belangrijkste van wat God met zijn mensen doet. Hier is Lucas niet meer bezig met het opschrijven van wat gebeurtenissen, hier gaat het om de diepste waarheid achter de gebeurtenissen.

Maria komt bij Elisabeth op bezoek. Maria, het jonge meisje dat op een wonderbaarlijke manier zwanger is geworden, terwijl ze nog nooit een man bekend heeft. En de oude Elisabeth die samen met Zacharias wel alles geprobeerd heeft om zwanger te worden, en nu hun lichamen geen leven meer voort kunnen brengen ontstaat er toch nieuw leven. Twee onmogelijke geboorten, twee maal leven waar eigenlijk geen leven mogelijk is, bij de een nog niet, bij de ander niet meer.

En zoals Johannes later iedereen in rep en roer zal brengen om Jezus te ontvangen, zo staat hij al in de buik van zijn moeder te trappelen en te springen. — Het is al begonnen, merk je het niet. — Voel jij het ook? Wanneer voel jij nieuw leven springen in je buik? Als je kleinkinderen weer eens ontwapenend en vertederend bezig zijn? Als je ziet hoe je kinderen goed terecht komen? Maar misschien ook als het je lukt om met je ziekte toch nog een goede tijd te hebben. Als er een arm om je schouder gelegd wordt, of als je ziet hoe de ander met jouw hulp weer opleeft.

Soms kan je je net als Elisabeth helemaal dor en dood voelen. Als het verdriet om je dierbare maar niet wil slijten, of als je traumatische ervaringen je alsmaar weer bezet houden. Als je telkens weer tegen dezelfde muren aanloopt. Je probeert van alles, linksom of rechtsom, maar je komt geen stap verder. De jaren verstrijken en het leven sijpelt uit je weg. — Hoe zou het toch zijn als je dan opeens weer nieuw leven voelt?

Of je leeft zoals Maria je leventje, gewoon eenvoudig en bescheiden. Je doet wat er gedaan moet worden maar zonder kapsones. Je bent goed voor je mensen maar daar loop je niet mee te koop. Je maakt er het beste van en je bent beslist niet ongelukkig, en wat de toekomst betreft bouw je geen luchtkastelen maar denk je eerder, net als Maria, in termen van een bescheiden, eerlijke en degelijke timmerman. — Hoe zou het toch zijn als er dan opeens leven in je kwam dat al je stoutste dromen zou overtreffen. Als je opeens te horen kreeg: De meest gezegende ben je, en gezegend zijn de vruchten die je voortbrengt.

Het is al begonnen, merk je het niet? — Misschien merk je het echt niet, en heb je net als Elisabeth een Maria nodig om het toch te voelen springen. En misschien heb je geen idee wat er allemaal begonnen is, en heb je net als Maria een Elisabeth nodig om het te bevatten.

Het vierde lichtje brandt al. Zacharias, Maria en Simeon zijn zich al aan het inzingen. Elisabeth brengt haar ode aan Maria. En de engelen staan al helemaal klaar voor hun gloria. — Laten we meezingen.

Ekkehard Muth, 20 december 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie