Harde woorden

Lezingen: Numeri 11: 25-29 en Marcus 9: 33-48

Lieve Mensen, We horen vandaag in het evangelie woorden, harde woorden, waar we het moeilijk mee hebben. Het gaat over het afhakken van handen en voeten of het uitrukken van je oog, als een soort voorwaarde om het leven in te gaan of het rijk van God. Wat moeten we met zulke harde taal? Is het zoals wel vaker gewoon oosterse beeldtaal, die je niet zo letterlijk hoeft te nemen ? Dat zou wel erg makkelijk zijn, maar doen we dan wel recht aan het verhaal?
Laten we maar gewoon het Evangelie bekijken.

Het verhaal begint met een kind. Een kind roept vertedering op. In de tijd van Jezus echter kreeg een kind niet zoveel aandacht als nu. Een kind hoorde er niet zo bij. In de bijbel staat een kind daarom model voor de kleinen in de samenleving, voor de armen en onderdrukten, de weduwen en de wezen, voor hen die niet meetellen, niet mee mogen doen. Vandaag kun je ook aan de vluchtelingen denken… Jezus zegt: “Wie zulk een kind ontvangt, welkom heet, in mijn naam, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar hem die mij gezonden heeft.” De naam Jezus betekent: ‘God redt’. Het gaat hier dus om veel meer dan zo maar goed doen, je netjes gedragen, braaf zijn. Het gaat Jezus om het koninkrijk van God, een nieuwe wereld, waarin iedereen welkom is en er bij mag horen. Waar recht is en gerechtigheid, brood en liefde voor iedereen. Dat rijk waar iedereen er bij hoort en geliefd is: arm en rijk, klein en groot, man en vrouw, homo en hetero. Dat Rijk, waar wij van dromen en waar we ook aan werken, en dat er soms al even is, hier en nu, in een moment van tederheid, een moment van liefde en verbondenheid, van recht doen aan onderdrukten. Maar dat Rijk is altijd ook weer verder dan waar wij zijn, altijd ook toekomstverwachting is. En precies dat Rijk, dat gaat Jezus ter harte, is de kern van zijn boodschap. Daar doet hij dus niet flauw over. Daar stelt hij hoge eisen aan ons.

Dan nu eerst de actualiteit, de realiteit van vandaag. We horen mensen vanuit plaatsen waar vluchtelingen gehuisvest worden protesteren. Vaak gaat het om mensen die zelf ook leven met teleurstellingen en frustraties. Mensen die zich niet gehoord voelen, zich niet erkend weten in hun situatie en daarom anderen willen buiten sluiten.

In het Evangelie is het Johannes die er moeite mee heeft dat iedereen er bij hoort. Er is een man die goede werken doet, die duivels uitdrijft. d.w.z hij bevrijdt mensen van hun angsten, van vreemde psychische krachten die hen in hun greep houden. Ze hebben die man tegen gehouden, omdat hij geen volgeling van Jezus is. Maar Jezus zegt: Wie in mijn naam goede dingen doet, zal niet gauw kwaad van mij spreken. Wie niet tegen ons is voor ons. Jezus maakt zich niet zo druk, hij stelt zich open voor het goede in iederéén.

In de eerste lezing ging het om een soortgelijk geval. Mozes krijgt hulp van 70 profeten, mensen die spreken namens God en in dit geval ook als sociaal werkers Mozes terzijde staan. Ze hadden hun zending en zegen ontvangen in de samenkomst in de tent. Nu blijken er twee te zijn die niet in de tent waren maar toch profeteren, d.w.z. inspireren en spreken namens God. Men gaat het aan Mozes melden, want ze vinden dit niet volgens de regels. Maar Mozes zegt: Laat ze toch. Bovendien, zou het niet mooi zijn als God op iedereen zijn Geest zou leggen en dat ze dan allemaal zouden inspireren, stimuleren en meewerken aan deze wereld nieuw?

Terug naar het evangelie:
Jezus zegt het scherp: dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven, hak ze af; het is beter verminkt het leven in te gaan, dan in het bezit van twee handen in de hel te komen. Waarom spreekt Jezus hier zo hard, over dat afhakken van die handen ??? Eerst even over die hel. Daar kunnen velen van ons niet zo goed mee uit de voeten. Het past in het oude wereldbeeld van de bijbel, het wereldbeeld waarin en waarmee ook Jezus leefde. Er is een wereld hierboven, de hemel, waar God woont en er is een wereld beneden, de hel, waar de zondaars zijn. Vanuit het moderne denken, en vooral de wetenschap ontstaat de vraag: zou het kunnen dat er maar één wereld is, deze wereld. En dat we proberen om in deze wereld God zichtbaar te maken, proberen om hier al iets van dat Rijk Gods te vestigen, dat rijk van recht en vrede voor iedereen, van openheid voor het vreemde, het andere, van verbondenheid en saamhorigheid tussen mensen. Een mysticus zei het zo: telkens wanneer je, zonder eigen belang, zonder ik-betrokkenheid, goed doet aan een ander mens, dan wordt God in jouw geboren.

Echter, Op dit moment vragen velen zich af, waar het naar toe gaat met die wereld van ons. Overal ijveren mensen er voor om anderen juist wél uit te sluiten. IS wil een barbaars kalifaat stichten, waar men denkt God een plezier te doen door hoofden af te hakken en iedereen die anders is uit te roeien en andere culturen te vernietigen. Aan de andere kant van de oceaan, in Amerika, wil presidentskandidaat Donald Trump een per definitie multiculturele samenleving uitzuiveren van wat onzuiver is, lees latino, vreemd, anders. Ja, waar gaat deze wereld naar toe?

Precies in dat land waar 75 jaar geleden mensen, die er niet bij hoorden, naar de kampen en de gaskamers werden geleid, in het hart van Europa, juist daar zien we nu het beeld van een kanselier Angela Merkel die wordt uitgejouwd door een deel van haar landgenoten omdat ze vluchtelingen bezoekt. Ze is niet bang haar gezicht te verliezen, ze is niet bang haar naam, haar geld, te verliezen. En denk aan Pater Frans van der Lugt, Hij ging vorig jaar niet weg uit de Syrische stad Homs, waar hongersnood was. Hij had kunnen gaan, maar hij wilde bij zijn mensen zijn. Hij zorgde daar voor nog wat eten voor hongerende christenen en moslims. In april vorig jaar werd hij vermoord.

Nu ga ik toch wel steeds beter die harde woorden van Jezus in het Evangelie van vandaag begrijpen. Die harde woorden over je hand afhakken, je voeten afhakken.Jezus wil er iets mee zeggen, namelijk dat het je wel iets kost, als je dat koninkrijk, die echt menselijke vredevolle samenleving, wilt vestigen. Dan lever je in, dat gaat niet zo maar vanzelf. Soms kost het mensen hun goede naam, hun bezit, hun gezondheid. Misschien kom je met beperkingen in die nieuwe wereld. Maar, denk dan aan die engel Angela, die werd uitgejouwd. En aan Frans van der Lugt, die werd gedood en aan Jezus zelf, die werd vernederd en gebroken. “Mij volgen”, zegt Jezus, “betekent je kruis op je nemen, het lijden aanvaarden, als het niet anders kan”. Aan lijden en tegenslag valt blijkbaar niet altijd te ontkomen. Niet omdat God dat lijden wil, in tegendeel, hij wil dat niet. Maar wie tegen de stroom ingaat, wie opkomt voor de kleinen, wie daarbij bepaalde mensen tegen de haren in strijkt, die krijgt tegenstand, die moet met lijden rekening houden. Denk bijvoorbeeld ook aan klokkenluiders.

Bidden we vandaag dat de geest van God inderdaad op ons allen gelegd zal worden. Dat we de moed en de kracht vinden, om, heel bescheiden, op kleine schaal, verbondenheid, openheid, en ruimte te maken, opdat hier een vredevolle samenleving kan groeien!

Kees Scheffers

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *