Geloof geneest

Marcus 5, 21-43

Voor de menigte was het zo klaar als een klontje: dat meisje is gestorven! En ze beginnen met hun rouwrituelen. Maar Jezus roept hen toe: “het kind is niet gestorven, maar slaapt.” Zoals we bij de inleiding al hebben gezien: dood is een woord met meerdere lagen.

Proberen we dit verhaal eens in deze tijd te plaatsen. Dan heeft dat 12-jarige meisje een vader met een hoge functie in de plaatselijk kerk. Ze is, zeg maar, de dochter van de dominee. Zo’n kind heeft het niet altijd gemakkelijk op school en waarschijnlijk thuis ook niet. Ze begint aan de pubertijd en er dreigt anorexia, want Jezus zegt tegen de vrouw dat ze haar dochter te eten moet geven. Ze kwam blijkbaar in opstand tegen haar vader en wilde niet aan de strenge wetten die hij oplegde, voldoen. Zo’n meisje sterft van ellende en benauwenis. Ze zit in een soort dwangbuis en de innerlijke weerstand heeft zich in haar vastgezet. De vader is geschrokken en vreest zijn dochter te verliezen. “Wees niet bang, maar blijf geloven”, zegt Jezus. Regels, wetten, angst, het zijn de vijanden van het geloof. Als Jezus het huis binnenkomt, wordt er geklaagd en gejammerd om de dood van het kind. “Het kind slaapt”, zegt Jezus. Dan beginnen ze hem uit te lachen. Het is de leek van het ongeloof. Ongeloof laat alles verstenen en verstarren. Daar kunnen mensen aan kapot gaan. “Allemaal eruit”, zegt Jezus. Hij wil geen pottenkijkers die niet willen geloven. Geen lui die het heilige belachelijk maken. Jezus pakt haar bij de hand en richt haar op. Hij maakt haar los uit de beklemming die door de jaren heen gegroeid is en die het bruisende en verlangende leven in haar gedood heeft. Hij laat het meisje op haar eigen benen staan. Ze kan nu zelf op weg naar de toekomst. Twaalf jaar is ze. Ze is geen kind meer.

Loskomen, vrijmaken, de deuren open zetten, de verstarring doorbreken, Zó gaat Jezus te werk!
Het verhaal wil ons dus wel iets meer vertellen dan het feit dat Jezus een dode tot leven wekt, die later toch weer gestorven is! Het gaat om de kracht van het geloof, waartoe Jezus de vader van het stervende kind oproept. “Wees niet bang, maar blijf geloven!” Ondanks de spot van de omstanders op Jezus woorden brengt hij dat geloof ook op. En waar geloofd wordt, kunnen zijn woorden vruchten afwerpen.

Dat wil ook Marcus ons vertellen, net zoals in het verhaal van de chronisch zieke vrouw, die hij, op weg naar de dochter van Jaisius, ontmoet. Ook haar noemt hij ‘dochter’. Zij leeft wel, maar is toch ook dood. Want ze lijdt aan chronische bloedvloeiingen. Dat maakt haar niet alleen ziek, maar ook nog eens cultisch onrein. De joodse regels verboden het met zo iemand om te gaan, zoals dat ook met melaatsen het geval was. Je was dan een outcast geworden en stierf dus een sociale dood. Daarom had die vrouw al heel wat afgedokterd. Haar hele vermogen was er aan opgegaan, maar beter was ze er niet van geworden, eerder slechter. Want door al die uitgaven zat ze nu ook nog eens financieel aan de grond. Ze was dus eigenlijk als een levende dode. Maar geraakt door wat ze van Jezus gehoord had, zocht ze hem op temidden van de menigte. Al kon ze hem maar even aanraken…

Ondanks haar wantrouwen na zoveel medische missers én de barrières die ze als ‘onreine’ moest nemen, was haar vertrouwen in Jezus groot. Zij weet zijn krachtbron zó aan te raken, dat hij de doodsknechten die haar omgeven, verslaat, en haar geneest.

Jezus spreekt mensen vrij en geeft hen aan zichzelf terug, zodat ze herleven. Hij wil niet dat mensen hem daarom op een voetstuk gaan plaatsen als een wonderdoener; dat ze de zorg voor het leven aan hem gaan uitbesteden en dan denken dat ze zelf niets meer hoeven te doen. Het tegendeel is waar, want wat hij hoopt is, dat mensen door zijn kracht aangestoken, er alles aan zullen doen om voort te zetten wat ze zelf van hem ontvangen hebben.

Ook in onze tijd worden mensen tot outcast gemaakt: in families, op school of bedrijf, in maatschappij en kerk. Wat goed als er dan toch ook mensen zijn die het cordon doorbreken, en de spot van omstanders weerstaan. Zij zullen mensen oprichten zoals eens hun Heer.

Soms zetten mensen zichzelf buiten spel omdat ze een foute beslissing hebben genomen of omdat ze chaos het laatste woord geven. Wat goed als je dan op een gegeven moment toch naar bevrijding zoekt, als je de krachtbron van Jezus Christus zó weet aan te raken, dat hij je geneesheer is: op jouw beurt zul jij dan weer iets kunnen betekenen voor de ander.

Joost Koopmans, 28-06-2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Geloof geneest

  1. Theo Thier schreef:

    Ik ben al weken van huis met de caravan. Er is voortdurend ‘groen’ om me heen. Kerken zie ik -totnogtoe- alleen van de buitenkant…schande? Och, dit ‘groen’ brengt God ook wel dichterbij. Zo zie ik ook een ouder echtpaar op de camping waar mijn vrouw en ik nu zijn. Hij is van mijn leeftijd, en loopt met een rollator; zij is één en al geduld en blijft het geduld-zelf: ze kamperen samen…een handicap krijgt hen niet op het verkeerde been. God buiten in het groen, tussen de mensen.
    Dat vertelde me ook de overweging.
    Theo Thier

Geef een reactie