Eerst zien en dan geloven

Lezing: Handelingen 4, 32-35: Een van hart en ziel

Evangelie:Johannes 20, 19-31: Niet zien en toch geloven

Ik heb er altijd wat moeite mee wanneer krantenkoppen op grond van een opinie-onderzoek vermelden dat het percentage van hen die in de christelijke boodschap van Pasen geloven, weer gedaald is. Maar ik heb er evenzéér moeite mee als de opstanding van Jezus niet méér is dan een dogma, een stelling waarin je nu eenmaal te geloven hebt. De vraag is of je Pasen zo wel kunt vatten; of dat antwoorden op geloofsvragen wel te vangen zijn in een enquête: ja/nee/geen mening. Als het over geloven gaat, hebben we eigenlijk alleen maar verhalen. Die kunnen we lezen, vertellen, in de hoop dat er ergens iets in ons, in de ander, wordt geraakt.

In deze Paastijd zullen we, 7 zondagen lang, verhalen te horen krijgen over Jezus, die leeft door de dood heen. Wat een einde had moeten zijn, werd een nieuw begin.

Innerlijk hadden de leerlingen na de dood van Jezus al afscheid van hem genomen. Ze waren zeker van zijn dood; ze kenden de plaats van zijn graf. Ze wilden zijn dode lichaam gaan verzorgen. Maar de tijd na de dood van Jezus zit vol tegendraadse ervaring. De vaste lijn die de dood trekt in het leven van achterblijvers, draait volkomen om. De dode Jezus keert als de levende, getekend met wonden, terug in het leven van zijn mensen om zijn levensgeest met hen te delen. De leerlingen proberen deze ervaring die ze hebben opgedaan, over te dragen aan Thomas, die er niet bij was toen Jezus hen verscheen, maar die wordt niet zomaar geraakt door hun getuigenis, en daarmee vertegenwoordigt Thomas ons mensen voor wie het paas-evangelie een ver-van-mijn-bed show lijken te zijn. Niet te begrijpen, niet uit te leggen. Een leeg graf, verschijningen, wel dood, niet dood… Hoe zit het nou, wat moeten we ermee? Hebben ze Hem echt gezien of was het een inbeelding? Is het de kern van ons geloof, of voedsel voor zwevers? Zeg het maar! Thomas zíet het op een gegeven moment, en ook dat wordt ons verteld in een verhaal!

Als de boodschap van Pasen alleen maar uit verhalen bestaat, valt er niet zoveel uit te leggen. Ons wordt ook niet gevraagd het te snappen. Maar we kunnen die verhalen zo goed mogelijk laten doordringen, zodat het geheim zich aan ons onthult. En omdat we mensen zijn van vlees en bloed kunnen ook wij proberen die geheimen aan te raken middels rituelen.

  • Omdat ons licht soms lijkt gedoofd steken we een kaars aan.
  • Omdat ons leven soms niet meer stroomt, schenken we water uit in de doopschaal.
  • Omdat ons geloof in Jezus Christus soms zwaar te lijden heeft in een woelige samenleving, breken we het brood tot zijn gedachtenis.

De verhalen levend houden en de rituelen herhalen, zondag aan zondag, waarom? Omdat de dood elke dag toeslaat. De dood van ziekte en oorlog, van vernedering en hebzucht, de dood van moedeloosheid en egoïsme; de dood van “blijf maar zitten in je graf” en “ieder voor zich”…

Terwijl de oude en nieuwe paasverhalen gaan over het leven, over opstaan en verdergaan; waar naartoe? God zal het weten, als we maar niet blijven zitten, niet slikken en stikken, maar verder gaan, soms door een zee heen, de Calvarieberg op; als het kán door elkaar te vergeven, samen vol te houden en te blijven geloven; één van hart en één van ziel; elkaar tot dienst zijn.

Waarom? Ja waarom zouden we? Er is geen wet die het ons oplegt, er is geen sluitende reden. We hebben alleen een handvol verhalen; er zijn liederen over licht en er zijn mensen die warmte en liefde uitstralen. Dáárom!

Om die reden zijn er mensen die geloven, die hun kind laten dopen, die er wat voor over hebben om anderen gelukkig te maken, die opstaan en verdergaan, die verlangen naar dat Rijk van God; dat land van menswaardig bestaan, die het volhouden alleen al om dat kleine vlammetje op die kaars. Het licht op de paaskaars, het licht van Pasen maakt alles duidelijk. Het Paasverhaal over leven aan de andere kant van het graf. Probeer het maar niet aan anderen uit te leggen, zoals de leerlingen aan Thomas, want dat lukt toch niet.

Dat is Pasen. Wat niet lijkt te kunnen, wat niet te begrijpen is, gebeurt toch.

Dat is geloven, dat is zien dat God echt leeft en met ons bezig is.

Pasen hoef je niet te snappen, maar het is geloven dat we op de goede weg zijn, dat dat Rijk van God er echt komt, dat God brood geeft om van te leven.

Het is een onmogelijk verhaal, maar ijzersterk. Het komt telkens terug: in ons spreken, in spreekwoorden, in films en boeken, in de Mattheus Passion en in de Passion.

Ik eindig dan ook met de vraag waarmee de Passion dit jaar eindigde en die wonderwel aansluit bij het Evangelie van vandaag: “Wat wil je; eerst zien en dan geloven of eerst geloven en dan leren zien?”

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie