Doe maar niet gewoon!

Marcus 6, 1-6 (Ezechiël 2, 2-5)

Doe maar niet gewoon! Ik ben ervan overtuigd dat iedereen hier in de Boskapel ergens goed in is. Ergens heb je een talent waar je net iets beter in bent dan je buurman. Augustinus spoort in zijn regel juist ertoe aan om je sterke kanten voluit te ontwikkelen. Als je je talenten maar dienstbaar maakt aan de gemeenschap. Dus, steek je hoofd rustig uit boven het maaiveld, want dan kan de hele gemeenschap meegroeien. Dus, doe maar niet gewoon.

En uiteindelijk vraagt Augustinus zijn broeders en zusters om zo ver boven het maaiveld uit te steken dat je daarmee eigenlijk het mensen-mogelijke overstijgt. ‘Eer in elkaar God’, zegt hij. En daarmee zegt hij eigenlijk dat je niet alleen een of ander talent bezit, maar dat God zelf in jou zichtbaar wordt. En hij spoort je ook nog eens aan om je juist actief uit te strekken naar God. Doe vooral niet gewoon!

We hebben vanochtend twee verhalen waar het er niet gewoon aan toe gaat. In onze eerste lezing zit het volk Israël in de Babylonische Ballingschap. Ze zijn gedeporteerd uit het beloofde land en te werk gesteld in den vreemde. En thuis in Jeruzalem is de tempel vernield. Zij zijn nergens meer en God is ook nergens meer. Maar plotseling gebeurt het ongewone: plotseling staat er een profeet op. En met de profetenformule: ‘dit zegt God de Heer’ spreekt God zelf. Zonder tempel, buiten het beloofde land, en midden onder de goddeloze Babyloniërs is God toch aanwezig. Dat is niet gewoon.

En in onze evangelielezing komt opeens de gewone timmerman naar de synagoge en preekt en onderwijst als een volleerde rabbijn. Wat verbeeldt hij zich, hij is toch gewoon maar timmerman, de zoon van de eenvoudige Maria, het broertje van Jakobus, Joses, Judas en Simon? Schoenmaker blijf bij je leest, timmerman, wat sta je hier ons de les te lezen! Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
In Nederland zijn we gewend om ons hoofd liever niet boven het maaiveld uit te steken. En als je er toch een keertje met kop en schouders boven uitsteekt dan zeggen we er dan meteen bij dat dat alleen maar kon dankzij het hele team en dankzij de geweldige ondersteuning, en dat wij er zelf eigenlijk nog het minste aan gedaan hebben enzovoort. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Israël is na generaties in de woestijn eindelijk terecht gekomen in het land van melk en honing. De veertig jaren in de woestijn beschrijven de tijd waarin Israël niet meer was dan een aantal nomadenstammen. In de loop van de geschiedenis hebben de stammen zich gesetteld, er zijn dorpen en steden ontstaan en uiteindelijk ook een staat met regering en al. En in de hoofdstad Jeruzalem werd een prachtige en imponerende tempel gebouwd. Het beloofde land was compleet.
Maar, wat was er gebeurd? Onbewust was er van het beloofde land een staat geworden. En de conservatieve en orthodoxe joden blijven nog tot op de dag van vandaag nederzettingen bouwen om het beloofde land verder uit te breiden. God zat opgesloten in een soort Zwitserleven-gevoel-staat. En in de prachtige tempel zat God een beetje als in een gouden kooi. Opgesloten in de meest prachtige boekrollen en die weer opgeborgen achter de overdadig versierde en zware deuren van de ark. Alles was voor elkaar, alles zat op z’n plek, het beloofde land was volmaakt. – Maar ondertussen was God gestold in een welvarend en geolied land en in een tot in de puntjes georganiseerd geloofsinstituut.
En opeens blijkt God juist buiten dit land te vinden te zijn. Hij breekt uit. Het beloofde land, dat kan net zo goed bij de ongelovige Babyloniërs ontstaan. En God spreekt ook buiten de deftige muren van de tempel. God doet niet gewoon.

En thuis in de dorps-synagoge van Jezus doet God ook niet gewoon. Ook daar breekt God uit. Hij breekt uit uit zo-doen-we-het-hier-altijd. Hij doorbreekt het ons-kent-ons en de kneuterige en o zo knusse gewoontes. Vandaag spreken niet de gewone mensen, rabbijn of een van de andere heren van stand, vandaag spreekt de gewone man, de timmerman. God doet gewoon en daarmee doet hij juist niet gewoon.
Maar ondertussen gebeurt er nog iets anders: Ze vragen zich af ‘waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is?’ Het is alsof de gestolde woorden van God in de schrift weer vloeibaar worden. De boekrollen worden niet alleen uit de kostbaar versierde ark gehaald, maar de woorden lijken zich ook nog eens van het papier los te maken en bij de mensen binnen te komen. Ook hier breekt God uit; de opgedroogde inkt wordt in de mensen vloeibaar.
Beste timmerman, doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Nee, als je gewoon doet dan komt je talent niet tot ontwikkeling en kan de gemeenschap niet met jou meegroeien. Als je gewoon doet dan blijven we allemaal zitten in een mooie maar saaie gouden kooi. Als je gewoon doet dan sluit je uiteindelijk ook God op. Eer in elkaar God. Doe maar niet gewoon.

Ekkehard Muth, 5 juli 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *