Dat wij het goede mogen zijn

"Creación de Adám" door Michelangelo Buonarroti - →Dit bestand is geëxtraheerd uit een ander bestand: Creación de Adán.jpg.. Licentie Publiek domein via Wikimedia Commons.

Creación de Adám” door Michelangelo Buonarroti – →Dit bestand is geëxtraheerd uit een ander bestand: Creación de Adán.jpg.. Licentie Publiek domein via Wikimedia Commons.

Augustinusfeest 2015
Matteüs 6, 25-32a; Augustinus: Stad Gods 8.3.4

Als Augustinus ‘s morgens de ogen opendoet en zich misschien herinnert aan zijn vriendin, of als hij het raam opendoet en naar buiten kijkt, dan weet hij het zeker: ‘Kijk naar de vogels in de lucht, kijk naar het lichaam, kijk naar de lelies in het veld, zelfs koning Salomo ging niet gekleed als een van hen, kijk naar al dat groen: als God al zoveel zorg daaraan besteedt, hoeveel meer zorg zal hij niet aan de mens besteden?

Als alles wat je om je heen ziet als zo prachtig is, hoe prachtig, schoon en volkomen moet dan niet de schepper van al dit zijn. En als Augustinus dan de deur uitgaat en de mensen tegenkomt, dan is het helemaal duidelijk: Kijk naar de mens, het evenbeeld van God: als het evenbeeld al zo mooi is, hoe overweldigend moet het niet zijn om God zelf te zien?

Misschien ben je met vakantie geweest, even weg uit het gewone leven. Of misschien ben je thuis gebleven en heb je thuis eens andere dingen gedaan dan anders. Misschien heb je prachtige kunstwerken gezien, mooie kerken of overweldigende natuur. Misschien heb je nieuwe mensen leren kennen of heb je de banden met je vrienden en familie weer aangehaald, heb je mogen proeven wat een weldaad je voor elkaar kunt zijn. Of heb je alleen maar de zon gevoeld op je gezicht en op je lijf, of heb je met elkaar verrukkelijk gegeten. — Dan kan je het gevoel krijgen dat je op de zevende dag van de schepping naast God zit en samen met God alleen maar kunt zien dat het goed is.

Zo doet Augustinus dat ook. Het is alsof hij het scheppingsverhaal uit de bijbel herschrijft met zijn ‘en God zag dat het goed was’: ‘Goed is de aarde, goed is het dier, goed de gezonde lucht, goed het smakelijke eten, goed de gezondheid, goed de schoonheid van de mens, goed de geest van een vriend, goed een oprecht mens, goed de spraak, goed de muziek, goed de hele schepping om ons heen, hemel en aarde, zon en maan, en de sterren.’ En wie goed luistert hoort vele eeuwen na Augustinus in de verte al de Heilige Franciscus van Assisi zijn Zonnelied zingen.

Augustinus weet natuurlijk als geen ander dat niet alles goud is wat blinkt. Dat heeft hijzelf aan den lijve ondervonden. Je kan heel ver verwijderd raken van al het goede in jou, je kan je eigen schoonheid uit het oog verliezen, en je evenbeeld-zijn-van-God kan diep verstopt raken. Daarom zegt hij: laat ‘dit’ en ‘dat’ weg. Haal alles weg wat het evenbeeld versluiert, maar haal uiteindelijk zelfs ook al het goede weg, zodat je niet alleen een afspiegeling van het goede ziet, maar het goede zelf. ‘Dan zul je God zien.’
Kijk naar de vogels, kijk naar de lelies op het veld, ze zijn God niet maar ze laten hem ons wel zien. En kijk naar de mens, jij bent god niet, maar in jou laat hij al heel wat van zichzelf zien.

Misschien zit Augustinus ook vanmorgen weer naast God naar de schepping te kijken. En schrijft hij in gedachten verder: ‘goed zijn al die kerkgemeenschappen, en goed zijn de mensen van de Boskapel die met vallen en opstaan proberen om ook dit seizoen weer het goede zelf, God zelf te laten zien.’

Soms zijn we daarbij als de vogels. We vliegen alle kanten op. We hebben geen schuren met antwoorden en we weten ook niet waar we het moeten zoeken. En soms zijn we als het groen, niet bijzonder opvallend maar toch goed voor elkaar, vol leven en vruchtbaar. En soms zijn we ook als de lelies op het veld, dan licht God bijzonder mooi in ons op. Dan kleedt hij ons naar de nieuwste mode om met frisse ideeën dienstbaar te kunnen zijn in een tijd die zo snel verandert. Dan kleedt hij ons met een prachtige mantel die we als een warme deken om elkaars schouders kunnen leggen. Dan steekt hij ons in kleren waar zelfs koning Salomo bij verbleekt, niet om ermee te pronken, maar om kleine koninkrijkjes op te richten waar het goed is; plekken en momenten waar je God zelf kunt vinden.

‘Vraag je dus niet bezorgd af:’, staat in het evangelie, ‘wat zullen we eten? of wat zullen we drinken? of waarmee zullen we ons kleden?’ Maar laten we God vragen dat wij het goede mogen zijn waardoor hij zich wil laten zien.

Ekkehard Muth, 30 augustus 2015

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Dat wij het goede mogen zijn

  1. Theo Thier schreef:

    Bemoedigende taal, als ik in mineur ben …

Geef een reactie