Wees verschillig!

Lezing: Matteüs 25, 31-46

“Hoe gaat het met je?” vraag ik iemand die de afgelopen tijd ingrijpende dingen heeft meegemaakt. “Het gaat goed, hoor,” krijg ik als antwoord, “tenminste naar omstandigheden. Het is soms drie stappen vooruit en dan weer twee stappen terug.”

Hoe gaat het met de boodschap van Jezus? Hoe gaat het met ons? Vandaag is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar, en komende week beginnen we alweer aan de adventstijd. Dan gaan we weer vooruitkijken naar wat er komen gaat, dan begint weer de tijd van verlangen en verwachten. Vandaag, zeg maar aan het eind van de rit, kijken we terug op wat er terecht is gekomen van de verwachting en van het verlangen. Hoe gaat het ermee?

1925 heeft paus Pius XI deze zondag uitgeroepen tot het feest van Christus Koning. Het begint allemaal bij een klein kind in een armzalige stal, en het eindigt met Christus in vol ornaat als koning van het heelal. — Maar is dat wel de weg die wij in de adventstijd begonnen zijn? Is dat wel waar onze verwachting en ons verlangen naar uitkijken?

Natuurlijk gaat het niet om één kalenderjaar. De twaalf maanden van ons kerkelijk jaar staan symbool voor een veel langere ontwikkeling van generatie op generatie. Een ontwikkeling waarin we hopen dat er met drie stappen vooruit en twee stappen terug steeds weer een beetje meer terechtkomt van het verlangen. — Hoe gaat het met ons? Hoe gaat het met wat Jezus aan ons heeft laten zien?

In ons evangelie krijgen we vandaag een verhaal waar afgerekend wordt. De mensen worden van elkaar gescheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen geven melk en nageslacht, en de bokken worden opgegeten. De schapen mogen binnengaan in het koninkrijk, en de bokken gaan naar de hel en verdoemenis, naar geween en tandengeknars, zoals dat vroeger genoemd werd.

Dat kan natuurlijk een aantrekkelijke gedachte zijn dat er eindelijk afgerekend wordt met hen die jou het leven zo zuur maken, dat er eindelijk gerechtigheid komt voor al die mensen wie zoveel wordt aangedaan. Dat er eindelijk een sterke Christuskoning opstaat en orde op zaken stelt. – Maar als je er zo naar kijkt dan span je het paard achter de wagen. Dat scheiden, belonen en bestraffen dat is bij wijze van spreken de noodrem, dat is pas het laatste redmiddel als al het andere mislukt is. Dat Christus op een apocalyptische troon voor rechter speelt, dat is niet waar het hem om gaat. Het gaat er veelmeer om wat er daarvóór gebeurt. Vandaar dat Christus Koning ons op het verkeerde been kan zetten.

Waar Jezus voor gekomen is, en wat hij zijn leven lang verkondigd en voorgedaan heeft, dat is dat hongerigen te eten krijgen en dorstigen te drinken, dat vreemdelingen een thuis vinden en degene die naakt is gekleed wordt, dat zieken niet alleen gelaten worden en gevangenen niet afgeschreven worden. Dat is het koninkrijk wat Jezus voor ogen heeft. Het gaat hem er niet om dat wij eenmaal mogen ingaan in een hemels koninkrijk, dat komt ter zijner tijd wel, maar het gaat hem erom dat dit hemelse koninkrijk al hier en nu werkelijkheid wordt.

Maar hoe hadden we dat dan moeten doen? wordt hij gevraagd. “Gewoon,” zegt hij, “alles wat je doet voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders en zusters, dat doe je voor mij.” Augustinus begint precies daarmee zijn Regel. In het eerste hoofdstuk zet hij de basisbeginselen neer van een leven in navolging van Christus. En hij sluit dit hoofdstuk af met: “eer in elkaar God.”

Eigenlijk had hij daarmee kunnen volstaan, want de andere zeven hoofdstukken zijn eigenlijk min of meer slechts uitvoeringsbepalingen van die ene zin: eer in elkaar God. Alles wat je voor een van de onaanzienlijksten doet, dat doe je voor mij.

Hoe gaat het met ons? Hoe gaat het met wat Jezus voor ogen had? Goed? Althans naar omstandigheden; drie stappen vooruit en twee stappen terug? Ons evangelie vertelt over de grote afrekening, de schapen naar rechts en de bokken naar links, maar de inzet van het evangelie is dat het eigenlijk nooit zo ver hoeft te komen. De inzet van ons verhaal is dat we niet onverschillig afwachten wat die grote Christuskoning gaat doen, maar dat wíj het verschil maken. ‘Wees verschillig’. Als je alles wat je voor een ander doet door de ander heen ook voor God doet, dan wordt ook alles wat er voor jou gedaan wordt uiteindelijk voor God gedaan. ‘Eer in elkaar God’ betekent dat God zowel in de ander alsook in jezelf oplicht. En als je het dan toch over Christus koning wilt hebben, dan ben jezelf ook een beetje koning en koningin.

Hoe gaat het met je? goed? drie stappen vooruit en twee stappen terug? We gaan elkaar niet afrekenen. We gaan elkaar niet de hemel in prijzen en ook niet naar de hel sturen. Maar we gaan vol vertrouwen verder. Komende week is het weer advent.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Wees verschillig!

  1. Theo Thier schreef:

    “Waar is toch die processie van drie steppen vóóruit en twee áchteruit?”, dacht ik. De Springprocessie van Echternach? Volgens Wikipedia geen stappen vóóruit en daarna áchteruit, maar dansend in voorwaartse richting. Vermoeiend genoeg, zoals ook het leven soms, maar wél vóóruit…én dansend. Met de preek van Ekkehard kunnen we ook weer vooruit; ook als het soms drie stappen vooruit en één of twee achteruit is.

Geef een reactie