Waarom doen we dat?

Lezing: Johannes 1,6-8.19-28

“Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent?” vragen de priesters en de Levieten. Waarom doe je dat als je niet de messias bent en ook niet Elia of de profeet? Waarom doen wij dat: hier met elkaar vieren, het derde kaarsje aansteken, geld inzamelen voor het Minjeni-project in Tanzania? Waarom doen we dat: elkaar inspireren, elkaar een hart onder de riem steken en dromen van een wereld zoals Jesaja die al zo’n 2700 jaar geleden beschreven heeft?

Van de week beschreef Jean Jacques Suurmond in zijn column in Trouw dat de kerk een ‘communicatiefout’ is. Hij haalt daarmee Harry Kuitert aan die in zijn hoogtijdagen heel goed werk verricht heeft door de gereformeerden flink bij de tijd te brengen, maar die nu op z’n oude dag zuur en cynisch geworden is. Ja dat klopt, gaat Suurmond in dezelfde cynische toon verder, kijk bijvoorbeeld naar al die vrijwilligers: in plaats van lekker aan zichzelf te denken doen ze van alles en nog wat voor anderen. Of dat hij alsmaar gevraagd wordt om van die ‘foute lezingen’ te houden, bijvoorbeeld ‘hoe je een beetje leuk oud kunt worden,’ terwijl de samenleving al die pensioenen en de zorgkosten niet meer kan betalen. Of dat kerkmensen naar een avond over armoede gaan, terwijl er op tv een voetbalwedstrijd te zien is waar de spelers een dijk van een salaris opstrijken. En nog maar te zwijgen van de grote betekenis die de kerk had op het gebied van onderwijs en zorg, waar nu hele ministeries van de overheid onder gebukt gaan.

Waarom doe je dat toch? “armen het goede nieuws brengen,” “aan verslagen harten hoop bieden,” “aan gevangenen hun vrijlating bekendmaken,” “een genadejaar van de Heer uitroepen om allen die treuren te troosten.” — Waarom doe je dat als je niet de messias bent en ook niet Elia of de profeet? Waarom doen wij dat?

De evangelist Johannes vertelt altijd twee verhalen tegelijk. Aan de ene kant wat er allemaal in de wereld gebeurt, en aan de andere kant wat er allemaal in het koninkrijk van God gebeurt. En in zijn evangelie smelten die beide lijnen zo in elkaar dat het uiteindelijk één verhaal wordt. Aan de ene kant zien de priesters en de Levieten Johannes dopen, maar aan de andere kant lijkt het alsof ze ook een vermoeden krijgen van de andere wereld. Ze kennen natuurlijk de visioenen van Jesaja op hun duimpje, en diep gelovig als ze zijn verlangen zij naar de komst van de messias. En Johannes doet hen wel heel erg denken aan de voortekenen die alsmaar weer in de heilige schriften genoemd worden.

Ben je misschien wel Elia?, vragen ze. Volgens het jodendom zal namelijk de profeet Elia terugkomen om de weg voor de Messias te bereiden. Tegelijkertijd lijkt Johannes niet alleen op Elia, hij lijkt ook nog eens als een profeet namens God zelf te spreken. Het is eigenlijk alsof God zelf gekomen is. En het verlangen begint opnieuw te branden, zou hij misschien toch de messias zijn?

De priesters en Levieten worden vaak afgeschilderd als koude en koele religieuze technocraten, die meer oog hebben voor de regels dan voor de mensen. Maar Johannes krijgt het voor elkaar dat zij zich ‘aangeraakt’ voelen. “Ben je soms Elia, ben je de profeet, ben je misschien de messias zelf?” Zou het eindelijk waar worden dat God en mensen elkaar aanraken, dat de twee verhaallijnen van de evangelist Johannes zo bij elkaar komen dat de wereld en het koninkrijk van God één worden?

Maar Johannes de Doper zegt, ik ben niet de Messias. Over de Messias moet je namelijk veel en veel groter denken, ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken. Maar waarom doop je dan als je niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet? Waarom doe je dat dan? — Omdat het al begonnen is, zegt Johannes. Midden onder u staat hij die gij niet kent. Hij die na mij komt, hij is er al.

Waarom doen we dat toch? Hier met elkaar vieren, het derde kaarsje aansteken, geld inzamelen? Waarom doen we dat: elkaar inspireren, elkaar een hart onder de riem steken en dromen van een nieuwe wereld? Waarom doen we dat? — Omdat we verder kunnen kijken dan alleen de werkelijkheid. Als we het derde kaarsje aansteken dan zien we daar doorheen al het grote licht. Als we geld inzamelen dan zien we al de kansen voor de vrouwen en hun gezinnen in Tanzania. Als we naar elkaar omzien dan zien we niet alleen de ziekte en de zorgen, maar we zien ook het licht waarvoor we bestemd zijn.

Waarom doe je dat als je niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet? Laten we het doen omdat we dan zelf een beetje Elia worden of de profeet. Laten we zelf een beetje Johannes de Doper worden. Midden onder u staat hij die gij niet kent. We zijn het misschien niet waard om de riemen van zijn sandalen los te maken, maar hij raakt ons aan, en wie weet worden we soms heel even zoals hij.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie