Traditie 2.0

Lezing: Deut 30,15-20

Het begon met een droom: hoe zou het toch zijn als de Boskapel, net als in 1964, weer bekend zou staan als aantrekkelijk en vernieuwend; en als dat, net als toen ook, vooral zou komen door de muziek?! En misschien herkennen de koorzangers nog de brief die we geschreven hebben, met een leuk kleurtje om het wat aantrekkelijker te maken, en met een foto van onze zangers waar zij “Die mij droeg op adelaarsvleugels” meer celebreren dan zingen, met op de achtergrond die indrukwekkende filmbeelden. Stel dat ze toch altijd zo zouden zingen als op die foto? Dat hun zang ons vleugels gaf zodat we weer voort kunnen “op eigen kracht”.

En op 29 april 2012 hadden we na de viering een bijeenkomst met alle zangers en musici. Jullie kregen toen een heel lang verhaal te horen, we namen ruim de tijd voor de aanloop, omdat we eigenlijk een beetje bezorgd waren hoe die droom bij jullie zou landen. Maar op gegeven moment was het hoge woord gevallen: koorschool.

En toen werd het voor Marjolijn, Manfred en voor mij heel spannend, en eigenlijk ook voor u allen, maar dat wist u gelukkig niet: Hoe zouden jullie reageren, want het was niet niks wat die droom van jullie vroeg. Om de twee weken op zaterdag ochtend naar koorschool, met een strenge, maar ook meeslepende José Doodkorte. Een keyboard aanschaffen, notenschrift, enge beurten krijgen waar je voor het hele klasje met de muzikale billen bloot moest, huiswerk maken, en daarnaast ook nog gewoon op de zondagen zingen in de vieringen.

Het begon met een droom: stel dat er in onze vieringen weer net als in 1964 weer aantrekkelijke en vernieuwende muziek klonk… En dank zij jullie inzet is nu, 50 jaar later, die droom uitgekomen. Het woordje ‘droom’ klinkt altijd een beetje alsof het je komt aanwaaien, maar wat begint als een droom kost meestal heel veel inspanning. En die hebben jullie geleverd, jullie hebben de schouders eronder gezet en jullie zijn ervoor gegaan.

Het volk Israël in onze lezing weet er alles van. Het begint met een droom. De droom van mensen om uit de slavernij naar de vrijheid te kunnen trekken. Het begint met de droom van God dat zijn mensen toch kunnen leven in een land van melk en honing. Maar dan moet je er ook voor gaan. Bij nacht en ontij je biezen pakken voor een tocht van 40 jaar door de woestijn. En vaak als het te gortig wordt, dan verlang je terug naar de vleespotten van Egypte. Kan het niet gewoon zijn zoals vroeger, het was toch goed toen? Of dan weer heb je er genoeg van, alweer een nieuw lied instuderen, alweer moet het anders dan het vroeger was. Dan heb je soms de neiging om te zeggen: tot hier en niet verder. Zoals Israël dat in de woestijn deed met het gouden kalf. Die God van ons wil alsmaar verder, maar wij zijn er klaar mee. Wij blijven hier, dan maken we maar een nieuwe god.

Maar de aanhouder wint. Na veertig jaar woestijn stelt God zijn mensen voor de keuze: “Vandaag stel ik u voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies dan voor het leven.” Wordt het ‘Traditie’ of wordt het ‘Traditie 2.0’? Blijf je terugkijken, blijf je je heimwee koesteren naar de goede oude tijd? Of durf je het aan om een nieuwe “Heimat”, een nieuw thuis te vinden? Leg je je neer bij de vleespotten van Egypte, of ga je voor een land van melk en honing?

Israël heeft toen de goede keuze gemaakt, gelukkig. En onze zangers hebben die keuze ook gemaakt. Maar u merkt hopelijk dat ik het al lang niet meer over de muziek alleen heb. De tocht, namelijk die onze zangers ondernomen hebben, de tocht die Israël ondernomen heeft, dat is ook de tocht van onze Boskapelgemeenschap. Koorzangers en musici zijn in de viering voorgangers. In de Anglicaanse kerk is koorzanger zelfs een ambt, omdat zij net als de lectoren en priesters voorgaan. Jullie gaan ons niet alleen bij het zingen in de vieringen voor, maar jullie gaan ons ook voor op weg naar een vernieuwde Boskapel.

Toen jullie van de zomer een nieuwe naam zochten, toen werd er gekscherend geroepen ‘Boskapelkoor 2.0’ En dat was een wijze opmerking. Vernieuwen betekent namelijk niet dat je het oude overboord gooit. Maar net als bij een besturingssysteem op de computer probeer je het goede te bewaren en voeg je er nieuwe dingen aan toe. En zo gaan jullie ons voor naar een ‘Traditie 2.0’. We bewaren het goede, maar we voegen er nieuwe dingen aan toe.

In die zin staan we midden in de goede oude kloostertraditie van bewaren én vernieuwen. Altijd al hebben de kloosters voor de goede balans gezorgd. Wanneer de kerk te werelds wordt, bewaren zij de traditie; en wanneer de kerk van de traditie een museum maakt, lopen zij weer voorop om de traditie op te waarderen naar 2.0. En zeker de Augustijnen zijn er nogal gedreven in. Want tussen alle kloosterstichters is Augustinus wel degene die nog het meeste gebrand is op vernieuwing. Trek steeds verder, stilstaan is achteruitgang, u weet het allemaal. En als hij het over de muziek heeft dan is hij al helemaal niet meer te stoppen. Als je zingt, zegt hij, “dan verandert eigenlijk onze geest. Is het dan niet alsof we een voorproefje krijgen van de verheven stad Jeruzalem?”

Israël is op weg naar een land van melk en honing. Met de Boskapelgemeenschap zijn we op weg om van de traditie een ‘Traditie 2.0’ te maken, maar Augustinus is al met de ‘traditie 3.0’ bezig. Als je zingt dan zijn de vleespotten van Egypte verleden tijd. Als je zingt dan zijn de ontberingen in de woestijn al lang vergeten. Als je zingt dan is zelfs het land van melk en honing al een gepasseerd station. Want als je zingt dan ben je al in de hemel.

Mogen we daarom blijven zingen, en willen jullie ons daarin voorgaan. Willen jullie ons nog vaak meenemen naar de hemel.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie