Sint Maarten

Lezing: Joh 2, 13-22

De bedelaar is ten einde raad. Als er niet onmiddellijk iets gebeurt dan zal hij de koude nacht niet meer overleven. En Jezus is ten einde raad. De tempel is een koopgoot geworden. De mantel die Sint Maarten cadeau geeft wordt hier met driedubbele winst verkocht. En God wordt hier tot een louche sjacheraar gemaakt die je met wat offerdieren kunt omkopen, hoe duurder hoe beter.

Dat is niet de nieuwe wereld die Jezus verkondigt, dat is niet hoe we met elkaar omgaan in het koninkrijk van God. En Jezus, die anders alsmaar liefde predikt en verzoening, die nooit een onvertogen woord over zijn lippen krijgt, zelfs niet als zijn eigen leven in gevaar komt, Jezus wordt hier witheet van woede, pakt de zweep en schopt de handelaren met al hun handelswaar en al hun geld eruit.

Soms zou je zelf ook willen schoppen, toch? De beuk erin! Eindelijk een doorbraak forceren, hup, genoeg getreuzeld, opschieten maar. Als je alsmaar weer in dezelfde ruzie terecht komt, met alsmaar weer dezelfde argumenten en jullie komen er maar niet uit. Als de ziekte je maar niet met rust laat, als je alsmaar weer opnieuw moet inleveren. Of hoe graag zou je je vrij willen maken van je psychische valkuilen, maar op een onverwacht moment trap je daar toch weer in. Of je bent na de dood van je partner er net weer een beetje bovenop gekomen, maar opeens overvalt je de pijn heviger dan ooit. — Dan zou je het liefst net als Jezus met harde hand alles wat je zo belemmert willen verjagen, weg ermee!

En als het gaat om je idealen en je geloof. Hoe boos kan je niet worden als er in de kerk in plaats van Gods bedoelingen uit te dragen kinderen misbruikt worden. Of als er homo’s en hertrouwde mensen als ‘gelovigen met een rugzakje’ behandeld worden. De zweep erover! — Maar misschien moeten we ook in ons eigen huis kijken. Hoe vaak zitten wij hier in de Boskapel niet vast aan onze oude geliefde patronen, en zouden we het liefst op de oude voet verder kunnen gaan. Zou het ons dan niet goed doen als Jezus met zijn zweep weer eens tegen onze draaitol aan zou slaan om er weer vaart in te krijgen?

Jezus heeft haast. Daarom lezen we deze lezing ook tegen het einde van het kerkelijk jaar. Met het einde in zicht moet het er toch eindelijk van komen. Namelijk dat mensen zo samenleven dat ze hun mantel met elkaar delen.

Sint Maarten die zijn mantel deelt staat voor de nieuwe wereld die God voor ogen heeft. De handelaren in de tempel staan voor de oude wereld. Voor de oude wereld van ‘voor wat hoort wat’. In onze tijd zou je kunnen zeggen het is de oude markteconomie met prestatie en tegenprestatie. Met bijvoorbeeld marktwerking in de zorg waarbij de indruk gewekt wordt dat hulpverlener en patiënt elkaar over en weer kunnen verrijken. Terwijl de zorg per definitie een zaak is van verliezen, van met een halve mantel verder gaan zodat de ander ook verder kan.

En dit oude denken heeft toen in de tempel zelfs tussen God en de mensen tot een marktwerking geleid. De mensen kwamen van heinde en verre naar Jeruzalem gereisd om daar te offeren. Eenmaal ter plekke werd je eerst door de geldwisselaars genept die slechte wisselkoersen en hoge premies berekenden. En vervolgens was je overgeleverd aan de handelaren die de offerdieren tegen mateloos overtrokken prijzen verkochten. — Dat zou eigenlijk al genoeg zijn om er eens flink de bezem doorheen te halen.

Maar het ergste is eigenlijk dat de verhouding tussen God en mensen een verhouding wordt van ‘voor wat hoort wat’. Als je namelijk veel geld uittrekt om duiven, of een schaap of misschien zelfs een rund te kopen. En als je die dan als offer aan God geeft, dan kom je in een relatie terecht waar je voor de liefde van God betaalt, waar je de aandacht en de toeneiging van God moet kopen. En dat druist in tegen alles wat God voor ogen heeft. God heeft namelijk zijn mantel bij wijze van spreken al in stukken gesneden om die om onze schouders te leggen. En nog erger: je zou namelijk ook nog eens het idee kunnen krijgen dat je er recht op hebt dat God bepaalde dingen voor je doet, want je hebt er immers duur voor betaald.

“Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader.” Maar zo’n relatie wil God niet. En zo moeten mensen ook niet met elkaar omgaan. Dus de beuk erin, weg ermee! En vervolgens gaat Jezus nog verder, want als hij gevraagd wordt: “met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?” zegt hij: “breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.” Ook dit instituut met een statige tempel en met in steen gebeitelde dogma’s is een overblijfsel uit de oude wereld. We hebben een andere tempel nodig, een tempel die je bij wijze van spreken in drie dagen kunt opbouwen, misschien een tempel zoals Augustinus die in zijn Regel beschrijft: “u bent zelf zijn tempel geworden.”

We hebben mensen nodig die zich laten ‘opzwepen’, mensen die het visioen van de nieuwe wereld gewoon eens durven doen. Mensen die niet meer doorgaan op de oude voet, maar die hun mantel met elkaar delen.

Mogen wij die mensen zijn.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie