Over de verrijzenis kunnen we kort zijn – Pasen

Lezing Mt 28, 1-10

Van alle evangelisten heeft Matteüs het langste lijdensverhaal. Als u in de afgelopen tijd naar een uitvoering van de Matteüs Passion bent geweest dan heeft u bijna drie uur lang naar de meest prachtige en indringende muziek mogen luisteren. Maar zo lang Matteüs over het lijdensverhaal doet, zo kort is hij over de verrijzenis.

Met een vanzelfsprekendheid schetst hij in enkele zinnen de meest onmogelijke gebeurtenissen alsof zij voor ons al lang gesneden koek zijn. En misschien is dat ook zo. Aan de ene kant gebeuren er dingen die we ons niet kunnen voorstellen, maar aan de andere kant is het alsof die dingen ons diep van binnen toch vertrouwd zijn.

Maria uit Magdala en de ‘andere’ Maria zijn dan ook ‘ontzet’ en ‘opgetogen’ tegelijk. Ontzet omdat het eigenlijk niet kan, en opgetogen omdat zij diep van binnen altijd al wisten dat het wel kon.

Het lijdensverhaal, en überhaupt het hele evangelie van Matteüs is zo lang omdat Matteüs telkens weer teruggrijpt op de schriften van het oude testament. Zijn lezers zijn namelijk vrome joden, die hun heilige schriften, dat wat wij tegenwoordig het oude testament noemen, door en door kennen. En Matteüs wil aantonen dat alle verwachtingen, alle dromen en alle beloftes met de komst van Jezus in vervulling gaan.

Hoe vaak zingt daarom niet de evangelist in de Johannes- of Matteüs Passion: “auf daß erfüllet würde die Schrift die da saget…” Telkens weer zegt Matteüs: dit gebeurde opdat de geschriften in vervulling gaan. Alsof hij daarmee wil zeggen: jullie weten het eigenlijk al, hier gebeurt waarmee jullie al lang vertrouwd zijn; wat Jezus doet en verkondigt is voor jullie gesneden koek.

En misschien kan hij daarom over de verrijzenis zo kort zijn. Want jullie weten het toch al: “Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft.”

Maria uit Magdala en de ‘andere’ Maria, misschien mogen wíj die andere Maria zijn, zijn ontzet en opgetogen tegelijk. Ontzet omdat in onze rationele en stoffelijke wereld opstaan uit de dood gewoon niet kan. Hoe vaak zouden we niet willen dat onze overledenen toch weer bij ons waren. Maar we weten dat dat niet kan. Daarom wordt hier de rationele en stoffelijke wereld letterlijk opgeschud: de aarde beeft, de grote rotsblok wordt weggerold, de engel licht op als bliksem, en de bewakers vallen als dood neer.

De bewakers waren trouwens neergezet om te voorkomen dat het lichaam stiekem weggehaald zou worden en dat de aanhangers van Jezus dan zouden vertellen dat hij verrezen was. De bewakers staan hier voor onze rationele, stoffelijke wereld. Ook al zou opstaan uit de dood toch mogelijk zijn, zolang het lichaam maar in het graf opgesloten blijft gebeurt het gewoon niet. Maar de vertegenwoordigers van het rationele denken en van de materiële wereld vallen als dood neer. En ze maken daarmee plaats voor wat het rationele en het materiële overstijgt. Ze maken daarmee plaats voor wat we diep van binnen ook al lang weten.

Maria van Magdala en wij, de ‘andere’ Maria, rennen ontzet en opgetogen tegelijk terug naar de andere leerlingen. Onderweg komen ze Jezus tegen. Met de grootste vanzelfsprekendheid noemt Matteüs met geen woord dat ze wellicht verwonderd zouden zijn of geschrokken. Nee, diep van binnen is het namelijk geen verrassing meer. Diep van binnen weten we wel degelijk dat je kunt opstaan:

In de veertigdagentijd hebben we stilgestaan bij het beeld van ‘de beker drinken’. Met als hoogtepunt in de viering van Witte Donderdag twee voorbeelden uit onze gemeenschap waar Maria en Berthe over de beker vertelden die zij moesten en moeten drinken. Maar ook hoe zij daaruit ook weer opgestaan zijn of hoe zij, terwijl ze de beker nog drinken, al de smaak van de verrijzenis kunnen proeven. En wij hebben er onze eigen ervaringen van ‘de beker drinken’ ernaast gelegd, en wellicht ook onze eigen kleine ‘verrijzenissen’, hoe broos ook.

Dat je weer verrijst uit een diep dal. Dat je je verwonderd afvraagt hoe heb ik deze tocht door de woestijn toch doorstaan. Dat je in een situatie waarin je je klein en machteloos voelt toch je waarde weer hervindt. Dat je ervaart dat je meer bent dan je ziekte. Dat je na de dood van je dierbare toch weer tot leven komt. Dat er mensen om je heen zijn die voor jou tot brood en wijn worden zodat je weer verder kunt. — Allemaal ervaringen van kleine en grote verrijzenissen. Diep van binnen weten we het al. Diep van binnen is het eigenlijk geen zo grote verrassing meer. Maria uit Magdala en wij, de ‘andere’ Maria, lopen gewoon naar Jezus toe.

Matteüs kan er kort over zijn: jullie weten het toch al.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie