Over de reling heen

Lezingen: 1 Kon 19,9-13 en Mat 14,22-33

Petrus zegt: “Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.” — Ik denk dat precies dat onze bestemming is: Door alle stormen en golven van het leven heen zijn wij bestemd om boven ons zelf uitgetild te worden.

Ons verhaal uit het evangelie wordt vaak genoemd: Jezus loopt over het water. Maar het moet eigenlijk heten: Petrus loopt over het water, de mensen lopen over het water.

Augustinus formuleert het zo: “U was binnen in mij en ik buiten, en daar zocht ik u.” Hij zocht een machtige, almachtige god, die zich met groot vertoon liet zien; een god die ver buiten ‘vele stadiën’ uit de kust over water kon lopen. Maar op gegeven moment komt hij tot de ontdekking dat God mij dichterbij is dan ik mijzelf; en dat hij jou optilt over de reling heen.

Je bent niet gemaakt om je achter de reling te verschuilen, maar keer terug naar je hart en herken daar in het beeld de schepper ervan. Keer terug naar wie je ten diepste bent, namelijk een mens van vlees en bloed maar tegelijkertijd ook beeld en gelijkenis van God.

Petrus lijkt dat telkens weer goed aan te voelen. Petrus is aan de ene kant ten diepste mens, en aan de andere kant verlangt hij ernaar om boven zichzelf uit te stijgen. Alsmaar is hij op zoek naar zijn goddelijkheid, naar God dichterbij dan ik mijzelf zodat hij over de grenzen van zijn menszijn heen kan gaan. Hij weet dat hij mens is, maar hij weet ook dat hij tot meer geroepen is. “Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.”

Het is trouwens niet de eerste keer dat hij zijn goddelijkheid wil polsen. Als Jezus vertelt dat hij verraden zou worden, belooft Petrus volmondig dat hij trouw zou blijven ook al zou hij met Jezus moeten sterven. En vervolgens, de haan heeft nog geen drie keer gekraaid, is hij zo zwak en zo laf als een mens maar zijn kan. — En hier: zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen. En hij gaat, hij stapt over de reling, hij staat op het water, zet wat voorzichtige stappen, maar bij het eerste zuchtje wind valt hij in het water.

Het zijn de ervaringen dat we in het water vallen, die ons vaak zo klein maken. Dan zien we in de oorlog tussen Gaza en Israël tot hoeveel slechtheid mensen in staat zijn. En in Oekraïne zien we dat machthebbers liever de reling verhogen en versterken dan dat ze ook maar één stap over de reling zetten om naar elkaar toe te gaan. De mensen zelf worden in een hoekje achter de reling gedrukt waar zij tot speelbal worden van het spook van de macht. En de doden moeten dagenlang in een goederentrein of nog steeds op open veld de stormen en golven over zich heen laten komen.

Het zijn de ervaringen van machteloosheid die ons net als Petrus in het water laten vallen. Dat we een zieke willen bijstaan, maar dat we het gevoel hebben dat niets helpt, wat we ook allemaal doen en proberen. Dat je baan op de tocht staat, of misschien ben je al ‘overboord’ gegooid. Dat je behandeld wordt alsof je niets meer waard bent. De waarden en vastigheden van vroeger staan op losse schroeven. Alles lijkt je een beetje te ontglippen. En waar je vroeger nog vaste grond onder je voeten voelde lijkt nu alleen nog maar water te zijn. — Je kan inderdaad tot de conclusie komen dat je je maar beter achter de reling kunt verschuilen en afwachten dat de storm overwaait.

Maar je zou maar God zijn. Je zou maar de mensen gemaakt hebben om door alle stormen en golven van het leven heen toch beeld en gelijkenis van God te zijn. Je zou maar mensen gemaakt hebben die door alle nood en ellende heen bestemd zijn om boven zichzelf uitgetild te worden. — En dan zie je ze zichzelf klein houden en wegduiken achter de reling.

Maar Petrus niet, hij zegt: “Als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.” — Daarom krijgt Petrus ook de sleutel van het koninkrijk. Niet omdat hij een heilige is, maar omdat hij naast zijn menselijke zwakte en zijn lafheid ook zijn goddelijke bestemming serieus neemt. Hij stapt over de reling van zijn mensheid heen. We zijn gemaakt om over water te lopen. Dat we dat dan ook proberen, en ons niet alsmaar verstoppen achter mitsen en maren en achter “het kan toch niet”. En natuurlijk gaat Petrus bij de eerste de beste golf onderuit en plonst hij in het water. Maar zo wordt hij echt mens. Zo word je wie je bent: een mens die natuurlijk in de stormen van het leven ten onder dreigt te gaan, maar tegelijkertijd een mens die beeld en gelijkenis is, God mij dichterbij dan ik mijzelf.

“Als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.” Dat we ons niet laten ontmoedigen door de keren dat het niet lukt, maar dat we van achter de reling tevoorschijn komen, en dat we ons op laten tillen over de reling heen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *