Op zoek naar de schat dichtbij

Rookwolk vlucht MH17Lezing: Mt 13, 44-52

Het is met het koninkrijk van de hemel als…, zo begint Jezus zijn gelijkenissen die we op de zomerzondagen lezen. — Van de week hebben we de hel gezien, maar ook de hemel. We delen in de hel waar de nabestaanden nu doorheen gaan. En we staan verbijsterd en vol woede te kijken naar de hel waar bandieten die geen sprankje menselijkheid meer in hun lijf hebben, sollen met onze dierbaren. Alsof het niet genoeg was dat zij van hun leven beroofd waren, ze werden ook nog eens van hun ziel beroofd.

Nu is juist de ziel ons draadje naar de hemel. En gelukkig hebben we met z’n allen van de week wegen gevonden om hen hun ziel terug te geven: met de dag van nationale rouw, met het indrukwekkende ceremonieel waarmee de overledenen onthaald werden, met de dienst vanuit de Raad van Kerken, en met de vele herdenkingen in grote of kleine kring en thuis. — Het is alsof we de schat in de akker, waar het in de lezing over gaat, weer terug gevonden hebben.

Met elk lichaam wat uit de hel van oost-Oekraïne terugkeert en wat door veel zorg en aandacht weer tot mens wordt, kan de hemel weer een stukje oplichten.

Voor de nabestaanden, voor de slachtoffers, maar ook voor onze eigen gewonde zielen steken we dit licht aan…

Dat uw licht het donker uiteindelijk overwint,
dat uw hemel doorbreekt als de schat in de akker,
dat u zelf oplicht als de parel tussen alle sieraden.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Overweging

Eindelijk kwamen en komen vanaf woensdag de lichamen terug naar Nederland. Het was tergend om te zien hoe de stoffelijke overschotten misbruikt werden voor machtsspelletjes. Terwijl zelfs Israël en de Palestijnen het voor elkaar kregen om een uurtje een staakt het vuren af te spreken om je doden en gewonden te bergen, werd dit op de ramp-plek vijf lange dagen lang tegen gehouden. Ondertussen werd er in persoonlijke bezittingen gewroet, werden lijken respectloos verplaatst en lagen de lichamen in een gammele goederentrein. – Het was al barbaars dat al die mensen op 17 juli vermoord werden, maar in de dagen daarna werd ook nog eens hun ziel vermoord.

Ik had graag een ander voorbeeld genomen om te vertellen waar de beelden van de schat, de parel en de goede vis op doelen. Maar elk ander voorbeeld had ons toch weer aan die gruwelijke dagen doen denken. Je kan je het al niet voorstellen hoe iemand erbij komt om een passagierstoestel neer te halen, maar je kan je al helemaal niet indenken dat er mensen zijn die geen enkel sprankje humaniteit meer in zich hebben.

En al hebben ze dat zelf niet, met elk uur dat die trein niet in beweging kwam werd ook ónze humaniteit hier de grond in getrapt. De nabestaanden voorop, maar elk weldenkend mens ook, wij allen werden in onze ziel aangetast. De schat werd bij het grof vuil gezet, en de paarlen werden voor de zwijnen geworpen.

Jezus heeft het in zijn gelijkenissen over het koninkrijk van de hemel, een koninkrijk dat op het eerste gezicht ver weg lijkt, onbereikbaar in de hemel. Maar de beelden die hij daarvoor gebruikt zijn juist beelden van heel dichtbij. Zo dichtbij, zo diep binnenin dat je soms niet eens meer weet dat het er is. Zoals aan het eind van onze lezing die huismeester die tussen al de oude spullen in zijn eigen vertrouwde voorraadkamer opeens toch weer nieuwe dingen ontdekt.

Je moet er iets voor doen om het boven water te halen. En dan nog gaat het soms ten onder tussen al die niet-eetbare krioelende vissen. En vaak genoeg lijkt het alsof je het te pakken hebt, maar dan blijkt uiteindelijk dat het allemaal spiegeltjes en kraaltjes zijn en blijkt dat de echte parel nog veel kostbaarder is. En hoe vaak heb je je akker niet geploegd en bebouwd, totdat je opeens de eigenlijke schat ontdekt?

Bij het koninkrijk van de hemel denken mensen vaak dat het een hele reis is naar de hemel, maar het is een hele reis naar de áárde. Waar ligt jouw schat? Waar is jouw parel? Augustinus wijst het hart aan: “Keer terug naar je hart” en herken in dit beeld de Schepper ervan. Het punt waar je ziel aan God raakt; daar waar je ten diepste beeld en gelijkenis van God bent, daar begint het koninkrijk van God.

Dat is het ene wat Jezus vertelt. Het koninkrijk van God is heel dichtbij, “dichter bij dan ik mijzelf” zou Augustinus zeggen. En het andere wat in de gelijkenissen naar voren komt is: je moet er iets voor over hebben, je moet je eraan committeren, je eraan toewijden. Je moet de hele akker kopen, je moet alle markten afstruinen, het hele visnet op het strand trekken, en je moet regelmatig de voorraadkamer opruimen.

In de afgelopen week leek het eerst dat we dat een beetje verleerd waren. Moet er niet een dag van nationale rouw komen? Moet er niet een gemeenschappelijke herdenking komen? De schat stak duidelijk uit de grond, we zagen de parel liggen, en we hadden met z’n allen de behoefte om die akker, die parel te kopen. Maar we wisten aanvankelijk niet goed hoe we er vorm aan moesten geven. En wie moest dat dan doen? De Raad van Kerken Nederland had al een herdenkingsdienst in Amersfoort aangekondigd. Steden, scholen en verenigingen die slachtoffers te betreuren hadden, hielden hun eigen herdenkingen.

We zochten in onze eigen voorraadkamer. Moeten we die dag van nationale rouw weer afstoffen? Zullen we in gemeentes maar gewoon op de goede oude protocollen terugvallen die zich bewezen hadden. Zijn de kerken niet een beetje gedateerd? En een militair ceremonieel, kan dat nog wel? &mdash En opeens bleken tussen al die oude spullen uit de voorraadkamer toch ook nieuwe dingen te zitten. Naast de dag van nationale rouw vonden we opeens tienduizenden mensen die langs de weg gingen staan. De dienst van de Raad van Kerken bleek sprankelender dan verwacht en kreeg door de dag van nationale rouw extra glans. En het militair ceremonieel waarmee de lichamen op zo’n indrukwekkende manier onthaald werden gaf aan de overledenen weer hun waardigheid terug.

Uiteindelijk waren we als de huismeester die verrast staat te kijken wat er allemaal in zijn voorraadkast zit. Het begon een beetje als krioelende vis, maar gaandeweg wisten we toch de goede vis eruit te pikken. We wisten niet zo goed waar we het moesten zoeken, maar opeens hadden we de parel te pakken. Opeens wisten we het weer en konden we bij de schat komen.

Zo liggen hemel en hel dicht bij elkaar. Het hemelrijk is dichtbij, zegt Jezus, “dichter bij dan ik mijzelf”; dicht onder het oppervlak van jouw akker, tussen al jouw andere kostbaarheden in, midden tussen al je andere krioelende aspiraties, in de voorraadkast van je ziel. Maar het kan zo veranderen in een hel als je er niets voor over hebt. Als je het laat verkommeren. Dan word je tot een beest zoals de plunderaars die weliswaar een kruisje slaan maar ondertussen de overledenen van hun sieraden en van hun ziel beroven.

De man en de koopman in onze gelijkenis verkopen alles om de akker en de parel te kunnen kopen; ze hebben er alles voor over. Zoveel aandacht en zoveel zorg hebben je ziel en het koninkrijk nodig. Dus geen genoegen nemen met op je akker alsmaar door ploegen, maar op zoek gaan naar de schat. Jezelf niet afschepen met spiegeltjes en kraaltjes, maar blijven gaan totdat je die ene parel vindt. Niet tevreden achteroverleunen met een vol visnet op het strand, maar daar dan de beste exemplaren uitzoeken. En vooral: niet zelfvoldaan berusten bij je voorraadkamer vol eigen inzichten en eigen verdiensten, maar opruimen en nieuwe dingen ontdekken.

Het koninkrijk van de hemel is “dichterbij dan ik mijzelf”. Laten we er goed voor zorgen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie